§ 16 UWG – Recht op schadevergoeding
- § 16 UWG – Recht op schadevergoeding
- Voorwaarden voor een recht op schadevergoeding
- Vergoedbare schade volgens § 16 UWG
- Aansprakelijkheid for concurrentie-inbreuken
- Handhaving van het recht op schadevergoeding
- Verhouding tot andere vorderingen in het mededingingsrecht
- Uw voordelen met juridische ondersteuning
- Veelgestelde vragen – FAQ
§ 16 UWG – Recht op schadevergoeding
Het recht op schadevergoeding volgens § 16 UWG geeft consumenten en ondernemers het recht om vergoeding te eisen voor schade die is veroorzaakt door bepaalde oneerlijke handelspraktijken of andere concurrentie-inbreuken. Het doel van de bepaling is om betrokkenen financieel in de positie te brengen waarin zij zouden verkeren zonder de concurrentie-inbreuk. In tegenstelling tot de vordering tot staking, die toekomstige rechtsinbreuken moet voorkomen, dient het recht op schadevergoeding voor de compensatie van reeds opgetreden nadelen. Voorwaarde is dat de concurrentie-inbreuk tot concrete schade heeft geleid en dat aan de algemene civielrechtelijke aansprakelijkheidsvoorwaarden is voldaan. Daartoe behoren in het bijzonder onrechtmatigheid, schade, causaliteit, adequatie, beschermingsomvang van de norm en schuld. De vordering sluit daarmee rechtstreeks aan bij de algemene schadevergoedingsregels van de §§ 1293 e.v. ABGB.
Het recht op schadevergoeding volgens § 16 UWG stelt consumenten en ondernemers in staat om vergoeding te eisen voor financiële nadelen die zijn ontstaan door een concurrentie-inbreuk. Voorwaarde is dat de inbreuk onrechtmatig was, schade heeft veroorzaakt en dat de schadeveroorzaker ten minste nalatigheid kan worden verweten.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Wie door oneerlijke concurrentie schade veroorzaakt, moet onder bepaalde voorwaarden ook instaan voor de financiële gevolgen.“
Voorwaarden voor een recht op schadevergoeding
Een recht op schadevergoeding volgens § 16 UWG ontstaat niet automatisch bij elke concurrentie-inbreuk. De aansprakelijkheid vereist veeleer dat aan zowel de mededingingsrechtelijke als de algemene civielrechtelijke voorwaarden van het Oostenrijkse schadevergoedingsrecht is voldaan.
De basis hiervoor zijn de §§ 1293 e.v. ABGB. Volgens deze bepalingen moet er met name sprake zijn van onrechtmatig gedrag, concrete schade, een oorzakelijk verband tussen gedrag en schade en schuld van de schadeveroorzaker. Bovendien moet de opgetreden schade behoren tot het soort nadelen waartegen de geschonden rechtsnorm beoogt te beschermen.
Pas wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, kan een recht op schadevergoeding succesvol worden afgedwongen. De bewijslast hiervoor rust in beginsel op degene die aanspraak maakt op de schadevergoeding.
Aanwezigheid van een concurrentie-inbreuk
De belangrijkste voorwaarde voor een recht op schadevergoeding is een inbreuk op het mededingingsrecht. Het gedrag van de tegenpartij moet in strijd zijn met een bepaling van de UWG en daarom als oneerlijk kunnen worden aangemerkt. Welke inbreuken een recht op schadevergoeding kunnen doen ontstaan, hangt ervan af of er consumenten of ondernemers bij betrokken zijn.
Concurrentie-inbreuken jegens consumenten
Consumenten kunnen volgens § 16 lid 1 UWG schadevergoeding eisen wanneer een ondernemer een van de volgende oneerlijke handelspraktijken toepast:
- Agressieve of misleidende handelspraktijken volgens nr. 1 tot 31 van de bijlage bij de UWG
- Overige oneerlijke handelspraktijken volgens § 1 lid 1 nr. 2 UWG
- Inbreuken op § 1a lid 1 tot 3 UWG
- Inbreuken op § 2 UWG
- Inbreuken op § 2a UWG
Bovendien moet de oneerlijke handelspraktijk de beslissingsvrijheid van de consument daadwerkelijk hebben beïnvloed. De consument moet op basis van de handeling een commercieel besluit hebben genomen dat hij bij juiste informatie of zonder ongeoorloofde beïnvloeding niet zou hebben genomen. Hieronder vallen met name aankoopbeslissingen, het sluiten van contracten of het afnemen van een dienst.
Concurrentie-inbreuken jegens ondernemers
Ondernemers kunnen volgens § 16 lid 2 UWG schadevergoeding eisen wanneer zij schade lijden door een inbreuk op een van de volgende bepalingen:
- Oneerlijke handelspraktijk volgens § 1 lid 1 nr. 1 UWG
- Het in diskrediet brengen van een onderneming § 7 UWG
- Misbruik van tekens § 9 UWG
- Omkoping van werknemers of gemachtigden volgens § 10 UWG in samenhang met § 13 UWG
- Inzet van ongeoorloofde middelen in gedrukte reclame § 21 lid 3 UWG
- Inbreuk op bestuursrechtelijke bepalingen, § 34 lid 3 UWG
Anders dan bij consumenten kijkt de wet niet naar de vraag of een commercieel besluit is beïnvloed. Doorslaggevend is dat de ondernemer door de concurrentie-inbreuk vergoedbare schade heeft geleden. Onder de wettelijke voorwaarden kan naast de feitelijke schade ook de gederfde winst als vergoeding worden geëist.
Het optreden van concrete schade
Een recht op schadevergoeding volgens § 16 UWG vereist dat de betrokkene daadwerkelijk concrete schade heeft geleden. De loutere concurrentie-inbreuk op zich is niet voldoende. Wie schadevergoeding eist, moet kunnen bewijzen dat de oneerlijke handeling tot een economisch nadeel heeft geleid.
Er is sprake van vergoedbare schade wanneer een ondernemer klanten verliest, omzetverlies lijdt of extra kosten moet maken om de gevolgen van de concurrentie-inbreuk ongedaan te maken. Ook consumenten moeten aantonen dat zij door de oneerlijke handelspraktijk een financieel nadeel hebben ondervonden.
Loutere vermoedens of theoretische nadelen zijn niet voldoende. De schade moet daadwerkelijk zijn opgetreden en navolgbaar vaststelbaar zijn. Hoe nauwkeuriger de economische gevolgen gedocumenteerd en becijferd kunnen worden, des te eenvoudiger is de latere handhaving van de vordering.
De concrete schade vormt daarom een centrale voorwaarde voor het recht op schadevergoeding. Zonder een bewijsbaar nadeel bestaat er zelfs bij een duidelijke concurrentie-inbreuk geen recht op schadevergoeding.
Causaliteit tussen inbreuk en schade
Tussen de concurrentie-inbreuk en de ontstane schade moet een oorzakelijk verband bestaan. Juristen spreken in dit verband van causaliteit. De schade moet juist door het onrechtmatige gedrag zijn ontstaan en mag niet aan andere oorzaken te wijten zijn.
De betrokkene moet bewijzen dat de schade zonder de oneerlijke handeling niet, of althans niet in dezelfde vorm, zou zijn ontstaan.
Juist bij omzetverlies of verloren klantrelaties kan dit bewijs lastig zijn. Daarom is de documentatie van de economische gevolgen en de omstandigheden van de concurrentie-inbreuk van bijzonder belang.
Adequatieverband
Naast de causaliteit vereist het schadevergoedingsrecht een zogenaamd adequatieverband. Niet elke schade die op de een of andere manier verband houdt met een concurrentie-inbreuk, hoeft te worden vergoed.
Alleen die schades komen voor vergoeding in aanmerking die volgens de algemene levenservaring als een typisch en voorzienbaar gevolg van het onrechtmatige gedrag verschijnen. Het opgetreden nadeel mag niet berusten op buitengewone of atypische omstandigheden.
Met buitengewone of atypische omstandigheden worden gebeurtenissen bedoeld waarmee normaal gesproken geen rekening hoeft te worden gehouden. De schade moet een voor de hand liggend gevolg zijn van de concurrentie-inbreuk en mag niet zijn ontstaan door een ongebruikelijke aaneenschakeling van meerdere omstandigheden.
Deze voorwaarde moet voorkomen dat een schadeveroorzaker aansprakelijk is voor gevolgen die buiten elke redelijke verwachting liggen. De aansprakelijkheid beperkt zich tot die schades die bij objectieve beschouwing als een voor de hand liggend gevolg van de concurrentie-inbreuk verschijnen.
Onrechtmatigheid en onrechtmatigheidsverband
Voor een recht op schadevergoeding moet het gedrag van de schadeveroorzaker niet alleen schade hebben veroorzaakt, maar ook onrechtmatig zijn. De onrechtmatigheid vloeit in het mededingingsrecht voort uit het feit dat een bepaling van de UWG is geschonden.
Daarnaast moet er sprake zijn van een zogenaamd rechtswidrigkeitszusammenhang (beschermingsomvang van de norm). Dit betekent dat de opgetreden schade moet behoren tot het soort nadelen waartegen de geschonden bepaling beoogt te beschermen.
De wet beschermt alleen die belangen die door het betreffende verbod worden bestreken. De geclaimde schade moet daarom binnen het beschermingsbereik van de geschonden norm vallen.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Door deze beperking voorkomt het schadevergoedingsrecht een grenzeloze aansprakelijkheid.“
Schuld van de schadeveroorzaker
Een recht op schadevergoeding volgens § 16 UWG vereist dat de schadeveroorzaker een schuld treft.
Er is sprake van schuld wanneer de schadeveroorzaker opzettelijk of nalatig heeft gehandeld. In het mededingingsrecht is voor een vordering volgens § 16 UWG in beginsel nalatigheid reeds voldoende. Alleen wanneer de wet voor een bepaalde feitelijke situatie uitdrukkelijk opzettelijk handelen vereist, moet de benadeelde opzet bewijzen.
Nalatigheid is aan de orde wanneer de schadeveroorzaker de vereiste zorgvuldigheid niet in acht neemt. Hij wil de concurrentie-inbreuk niet bewust begaan, maar had deze bij redelijke oplettendheid kunnen herkennen en vermijden. In het mededingingsrecht is voor een recht op schadevergoeding doorgaans lichte nalatigheid reeds voldoende.
Opzet is aan de orde wanneer de schadeveroorzaker de concurrentie-inbreuk bewust begaat of ten minste weet dat zijn gedrag onrechtmatig zou kunnen zijn en dit desondanks op de koop toe neemt. De schadeveroorzaker handelt dan niet louter onoplettend, maar willens en wetens of althans met onverschilligheid jegens de mogelijke gevolgen van zijn handelen.
Of er sprake is van schuld, hangt altijd af van de omstandigheden van het individuele geval.
Vergoedbare schade volgens § 16 UWG
Indien aan de voorwaarden voor een recht op schadevergoeding is voldaan, kan de benadeelde vergoeding eisen van die schades die door de concurrentie-inbreuk zijn veroorzaakt. Het doel van de schadevergoeding is om de betrokkene economisch in de positie te brengen waarin hij zou verkeren zonder de onrechtmatige handeling.
Welke schades vergoed kunnen worden, richt zich naar de algemene schadevergoedingsrechtelijke beginselen. Daartoe behoren de geleden schade (positieve schade) en onder bepaalde voorwaarden ook de gederfde winst.
Of en in welke mate schade wordt vergoed, hangt steeds af van de omstandigheden van het geval en de beschikbare bewijzen.
Positieve schade
De positieve schade omvat alle direct opgetreden vermogensnadelen die door de concurrentie-inbreuk zijn veroorzaakt. Daartoe behoren met name financiële verliezen, extra uitgaven of andere economische lasten die het aanwezige vermogen van de benadeelde verminderen.
De rechtspraak legt het begrip positieve schade ruim uit. Economische voordelen vallen er ook onder wanneer het optreden ervan reeds grotendeels zeker was. Beslissend is dat het nadeel concreet kan worden vastgesteld en navolgbaar kan worden herleid tot de concurrentie-inbreuk.
Consumenten kunnen volgens § 16 lid 1 UWG alleen de daadwerkelijk ontstane schade (positieve schade) claimen.
Gederfde winst
Naast de positieve schade kunnen ondernemers volgens § 16 lid 2 UWG ook de gederfde winst eisen. Het gaat hierbij om winsten of economische voordelen die zonder de concurrentie-inbreuk naar verwachting zouden zijn behaald, maar die feitelijk zijn uitgebleven.
De vordering omvat verijdelde kansen op inkomsten, verloren zakelijke deals of gederfde omzet. De benadeelde moet daarbij navolgbaar kunnen aantonen dat de winstverwachting niet louter op hoop berustte, maar naar de omstandigheden van het geval realistisch zou zijn geweest.
Aansprakelijkheid for concurrentie-inbreuken
Wie een recht op schadevergoeding volgens § 16 UWG geldend wil maken, moet de juiste persoon of de juiste onderneming aanspreken. Schadevergoedingsplichtig is degene die de concurrentie-inbreuk verwijtbaar heeft veroorzaakt. Afhankelijk van de feiten kunnen echter ook andere personen aansprakelijk zijn voor de ontstane schade.
Aansprakelijkheid van de directe schadeveroorzaker
In de eerste plaats is degene aansprakelijk die de concurrentie-inbreuk zelf heeft begaan. Het gaat hierbij doorgaans om de ondernemer of de persoon die door zijn gedrag de oneerlijke handelspraktijk of andere concurrentie-inbreuk heeft veroorzaakt.
Voorwaarde is dat de schadeveroorzaker onrechtmatig en verwijtbaar heeft gehandeld en dat de concurrentie-inbreuk oorzakelijk was voor de opgetreden schade. Indien aan deze voorwaarden is voldaan, kan de benadeelde de vergoeding van de ontstane schade direct van de verantwoordelijke eisen.
Aansprakelijkheid van ondernemingen en organen
Concurrentie-inbreuken worden echter niet alleen door individuele personen, maar vaak ook in het kader van een onderneming begaan. In dergelijke gevallen kan de onderneming zelf verantwoordelijk zijn voor het gedrag van haar organen, medewerkers of andere gemachtigden.
De aansprakelijkheid berust op het feit dat ondernemingen deelnemen aan het handelsverkeer en daarbij gebruikmaken van hun medewerkers en besluitvormers. Onrechtmatige handelingen die in de context van de ondernemingsactiviteit worden verricht, worden daarom aan de onderneming toegerekend.
Onder bepaalde voorwaarden komt daarnaast ook een persoonlijke aansprakelijkheid van directeuren of bestuursleden in aanmerking. Dit geldt met name wanneer zij de concurrentie-inbreuk zelf hebben veranlasst, eraan hebben meegewerkt of ondanks kennis van de onrechtmatige handeling geen passende maatregelen hebben genomen om deze te voorkomen of te beëindigen.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Wie inbreuken op de mededinging veroorzaakt, tolereert of niet voorkomt, kan onder bepaalde omstandigheden zelf aansprakelijk zijn.“
Aansprakelijkheid van medeplegers en medeplichtigen
Niet alleen de directe dader kan aansprakelijk zijn voor een concurrentie-inbreuk. Aansprakelijkheid komt ook in aanmerking voor personen die de rechtsinbreuk bewust bevorderen, ondersteunen of samen met de hoofddader verwezenlijken.
Daartoe behoren medeplegers, uitlokkers en medeplichtigen. Voorwaarde is doorgaans dat de betreffende persoon een eigen bijdrage aan de concurrentie-inbreuk heeft geleverd en dat hem ten minste nalatigheid kan worden verweten. De betrokkenheid moet daarbij verder gaan dan een louter ondergeschikte of toevallige medewerking.
Handhaving van het recht op schadevergoeding
Een recht op schadevergoeding bestaat niet automatisch. De benadeelde moet de feiten die de vordering onderbouwen uiteenzetten en in geval van een geschil ook bewijzen. Juist bij concurrentie-inbreuken beslist de bewijslast vaak over de vraag of een vordering succesvol kan worden afgedwongen.
Bewijslast
De benadeelde draagt de bewijslast voor alle voorwaarden van het recht op schadevergoeding. Hij moet de concurrentie-inbreuk, de opgetreden schade, de causaliteit en de schuld van de schadeveroorzaker bewijzen.
In de praktijk levert vooral het bewijs van de schade en van het oorzakelijk verband moeilijkheden op. Daarom is het raadzaam om bewijsmateriaal in een vroeg stadium veilig te stellen en economische nadelen zo nauwkeurig mogelijk te documenteren.
Verjaring van de vordering
Schadevergoedingsvorderingen volgens § 16 UWG zijn onderworpen aan de algemene verjaringsregels van het Oostenrijkse schadevergoedingsrecht. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen een subjectieve en een objectieve verjaringstermijn.
De subjectieve verjaringstermijn bedraagt drie jaar. Deze begint te lopen zodra de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade en van de persoon van de schadeveroorzaker, of deze kennis bij redelijke zorgvuldigheid had kunnen verkrijgen.
Onafhankelijk daarvan geldt een objectieve verjaringstermijn van 30 jaar vanaf de schadeveroorzakende gebeurtenis. Na afloop van deze termijn kan de vordering niet meer gerechtelijk worden afgedwongen.
Na afloop van de verjaringstermijn kan de vordering niet meer succesvol gerechtelijk worden afgedwongen. Een tijdige juridische toetsing is daarom belangrijk om rechtsverlies te voorkomen.
Verhouding tot andere vorderingen in het mededingingsrecht
Het recht op schadevergoeding is slechts een van de instrumenten van het mededingingsrecht. Afhankelijk van de feiten kunnen daarnaast andere vorderingen bestaan die verschillende doelen nastreven. Daartoe behoren:
- Vorderingen tot staking ter voorkoming van toekomstige concurrentie-inbreuken
- Vorderingen tot herstel ter verwijdering van onrechtmatige toestanden of inhoud
- Vorderingen tot publicatie van het vonnis ter informatie van het publiek over een vastgestelde concurrentie-inbreuk
- Vorderingen tot informatie ter opheldering van de feiten en ter voorbereiding van verdere vorderingen
- Vorderingen tot winstafdracht in wettelijk voorziene uitzonderingsgevallen
Welke vorderingen in een individueel geval bestaan, hangt af van de aard van de concurrentie-inbreuk en de daardoor veroorzaakte gevolgen.
Samenspel met andere schadevergoedingsvorderingen in het ABGB
§ 16 UWG vormt een speciale grondslag voor vorderingen voor schade uit concurrentie-inbreuken. Daarnaast kunnen, afhankelijk van het individuele geval, ook algemene schadevergoedingsvorderingen volgens het ABGB in aanmerking komen.
Welke grondslag in het concrete geval van toepassing is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Vaak overlappen mededingingsrechtelijke en algemene civielrechtelijke vorderingen elkaar, zodat meerdere rechtsgronden naast elkaar moeten worden getoetst.
De nauwkeurige juridische kwalificatie kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de handhaving van de vordering en de hoogte van de vergoedbare schade.
Uw voordelen met juridische ondersteuning
Mededingingsrechtelijke schadevergoedingsvorderingen falen in de praktijk vaak niet door de inbreuk zelf, maar door de vraag of de ontstane schade juridisch kan worden bewezen. Juist de voorwaarden van § 16 UWG en de algemene schadevergoedingsregels van het ABGB zijn complex. Zelfs kleine fouten bij de bewijsvoering of de berekening van de schade kunnen ertoe leiden dat terechte vorderingen niet kunnen worden afgedwongen.
Een toetsing door een advocaat helpt om de slaagkansen realistisch in te schatten, geschikt bewijsmateriaal veilig te stellen en de juiste grondslag voor de vordering te kiezen. Tegelijkertijd kan worden getoetst of er naast een recht op schadevergoeding nog andere rechten bestaan, zoals vorderingen tot staking, herstel of informatie.
Uw voordelen in één oogopslag:
- Juridisch zekere toetsing van de voorwaarden voor de vordering inclusief onrechtmatigheid, causaliteit, schade en schuld.
- Professionele bewijsvoering en schadeberekening om vorderingen zo effectief mogelijk af te dwingen.
- Strategische handhaving van uw rechten jegens concurrenten, zakenpartners of andere schadeveroorzakers.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Een tijdig advies door een advocaat schept duidelijkheid over de juridische situatie en vergroot de kansen om ontstane schade succesvol te claimen of onterechte vorderingen af te weren.“