§ 11 UWG – Schending van bedrijfsgeheimen
- § 11 UWG – Schending van bedrijfsgeheimen
- Handelen voor concurrentiedoeleinden
- Begrip van bedrijfsgeheimen
- Schending van het geheim volgens § 11 lid 1 UWG
- Gebruik van het geheim volgens § 11 lid 2 UWG
- Subjectieve zijde
- Rechtsgevolgen bij een overtreding
- Uw voordelen met juridische ondersteuning
- Veelgestelde vragen – FAQ
§ 11 UWG – Schending van bedrijfsgeheimen
§ 11 UWG beschermt vertrouwelijke bedrijfskennis tegen verraad en oneerlijk gebruik. Het betreft informatie die economisch waardevol is voor een onderneming, niet algemeen bekend mag zijn en daarom door passende geheimhoudingsmaatregelen wordt beschermd . Dit kan bijvoorbeeld klantenlijsten, prijsstellingen, interne calculaties, technische procedures of gevoelige offertegegevens omvatten. Strafbaar handelt degene die dergelijke geheimen als werknemer tijdens de dienstbetrekking onbevoegd doorgeeft of degene die een dergelijk geheim onrechtmatig verkrijgt en vervolgens voor concurrentiedoeleinden gebruikt of verspreidt. De wet beschermt hiermee niet alleen het betreffende bedrijf, maar ook de eerlijke concurrentie, omdat niemand door misbruik van andermans knowhow een oneerlijk voordeel mag behalen.
De bepaling van § 11 UWG verbiedt het onbevoegd openbaar maken van vertrouwelijke bedrijfsinformatie of het inzetten ervan voor eigen voordeel in de concurrentie. Beschermd zijn interne kennis die niet voor buitenstaanders bestemd is en waarvan misbruik het betreffende bedrijf kan schaden.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „De bescherming van bedrijfsgeheimen is essentieel voor een goed functionerende concurrentie, omdat reeds het onbevoegd doorgeven of gebruiken van vertrouwelijke informatie aanzienlijke economische schade kan veroorzaken.“
Juridische bescherming volgens § 11 UWG
§ 11 UWG beschermt bedrijfs- en ondernemingsgeheimen tegen onbevoegde openbaarmaking en gebruik. Doel van de bepaling is ondernemingen te behoeden voor concurrentienadelen die kunnen ontstaan doordat vertrouwelijke informatie bij concurrenten terechtkomt of voor andere doeleinden wordt gebruikt.
Beschermd wordt informatie waarvan geheimhouding een gerechtvaardigd economisch belang dient. Als dergelijke informatie ongecontroleerd naar buiten komt, kan dit tot aanzienlijke nadelen voor de betrokken onderneming leiden en de concurrentie verstoren.
Handelen voor concurrentiedoeleinden
Strafbaarheid op grond van § 11 UWG vereist dat de handeling met het oog op de concurrentie plaatsvindt. Het begrip concurrentie beschrijft de economische concurrentieverhouding tussen ondernemingen of personen die om dezelfde klanten, opdrachten of marktaandelen concurreren.
Om te kunnen spreken van handelen met het oog op de concurrentie, moeten aan de voorwaarden van een concurrentieverhouding en de concurrentie-intentie zijn voldaan.
Concurrentieverhouding
Er is sprake van een concurrentieverhouding wanneer twee of meer ondernemingen op dezelfde markt actief zijn en om dezelfde klanten of zakelijke kansen concurreren. De betrokkenen hoeven daarbij niet rechtstreeks concurrenten te zijn. Het volstaat dat de handeling geschikt is om de concurrentiepositie van een onderneming ten opzichte van andere marktdeelnemers te verbeteren.
Concurrentieoogmerk
Met concurrentie-intentie wordt bedoeld dat de dader er bewust op uit is de eigen concurrentie of de concurrentie van een ander te bevorderen. Het louter doorgeven of gebruiken van een geheim is niet voldoende. Doorslaggevend is dat de handeling juist wordt verricht om een economisch voordeel in de concurrentie te behalen.
Begrip van bedrijfsgeheimen
De bescherming van § 11 UWG vereist dat er sprake is van een bedrijfs- of ondernemingsgeheim.
Een bedrijfsgeheim betreft commerciële of economische informatie van een onderneming. Daartoe behoren klantenlijsten, prijsstellingen, calculaties of marketingstrategieën.
Een ondernemingsgeheim heeft betrekking op technische of organisatorische processen, zoals productieprocedés, technische tekeningen of specifieke vervaardigingsprocessen.
Om de bescherming volgens § 11 UWG te laten gelden, moet aan meerdere voorwaarden worden voldaan. De informatie moet een relatie met de onderneming hebben, mag niet openbaar toegankelijk zijn en de onderneming moet een gerechtvaardigd belang hebben bij de geheimhouding.
De informatie moet verband houden met de onderneming en mag niet algemeen bekend of zonder meer toegankelijk zijn. Verder moet er een gerechtvaardigd economisch belang bestaan bij de geheimhouding ervan. Het moet herkenbaar zijn dat de onderneming de betreffende informatie daadwerkelijk geheim wil houden en passende maatregelen neemt om de vertrouwelijkheid te waarborgen.
Afbakening van algemeen bekende informatie
Niet elke informatie van een onderneming is automatisch beschermd. Cruciaal is dat het gaat om inhoud die niet openbaar bekend of zonder meer toegankelijk is. Zodra informatie vrij beschikbaar is of zonder veel moeite kan worden verkregen, vervalt de juridische bescherming.
Algemeen bekend zijn bijvoorbeeld gegevens die al zijn gepubliceerd of voortvloeien uit gebruikelijke marktobservaties. Ook ervaringen en vaardigheden die werknemers in de loop van hun werkzaamheden opdoen, behoren in principe niet tot het beschermde gebied.
Tot het beschermde gebied kunnen dergelijke kennis echter gaan behoren wanneer die verder gaat dan louter ervaringskennis en betrekking heeft op concrete, vertrouwelijke informatie van de onderneming. Doorslaggevend is dan niet langer de persoonlijke vaardigheid van de werknemer, maar het geheime karakter van de informatie.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Een duidelijke afbakening tussen bedrijfsgeheimen en algemeen bekende informatie is in de praktijk cruciaal.“
Schending van het geheim volgens § 11 lid 1 UWG
Werknemers krijgen in het kader van hun beroepsuitoefening vaak toegang tot vertrouwelijke informatie die van aanzienlijke waarde kan zijn voor het concurrentievermogen van de onderneming. Daarom stelt § 11 lid 1 UWG de onbevoegde openbaarmaking van dergelijke informatie onder bepaalde voorwaarden strafbaar.
Er is sprake van geheimschending wanneer een werknemer een bedrijfs- of ondernemingsgeheim dat hem op grond van zijn dienstbetrekking is toevertrouwd of anderszins toegankelijk is geworden, zonder toestemming van de onderneming aan andere personen doorgeeft. Daarbij is het irrelevant in welke vorm de doorgifte plaatsvindt. Zowel mondelinge mededelingen als schriftelijke of elektronische verzendingen kunnen aan de delictsomschrijving voldoen. Al het toegankelijk maken van vertrouwelijke informatie kan al volstaan.
Voorwaarde is echter dat de openbaarmaking met het oog op de concurrentie plaatsvindt en dus erop is gericht de eigen concurrentie of de concurrentie van een ander te bevorderen.
Werknemer
Niet iedereen in de omgeving van een onderneming valt automatisch onder het begrip werknemer. Het begrip werknemer wordt ruim uitgelegd en omvat alle personen die op grond van een dienstbetrekking in de bedrijfsorganisatie zijn ingebed en daardoor toegang tot interne informatie krijgen.
Daartoe behoren arbeiders, bedienden, leerlingen en stagiairs. Onder bepaalde voorwaarden kunnen ook bestuurders of andere leidinggevende medewerkers als werknemers worden beschouwd. Doorslaggevend is niet de concrete positie binnen de onderneming, maar de inbedding in een dienstbetrekking en de daardoor verkregen toegang tot vertrouwelijke informatie.
Niet omvat zijn daarentegen zelfstandige ondernemers of andere personen die niet in een dienstbetrekking tot de onderneming staan. Zij kunnen echter onder omstandigheden op grond van andere bepalingen, met name op grond van§ 11 lid 2 UWG, aansprakelijk worden gesteld wanneer zij bedrijfs- of ondernemingsgeheimen onrechtmatig verkrijgen of gebruiken.
Verkrijging van het geheim via de dienstbetrekking
Voor de toepasselijkheid van § 11 lid 1 UWG is vereist dat de werknemer de betreffende informatie juist op grond van zijn dienstbetrekking heeft verkregen. Het geheim moet hem ofwel uitdrukkelijk zijn toevertrouwd of hem door zijn werkzaamheden toegankelijk zijn geworden.
Er moet dus een verband bestaan tussen de beroepsactiviteit en de kennis van het geheim. Dit is het geval wanneer een werknemer door zijn positie inzage krijgt in klantenlijsten, calculaties, technische documenten of interne ondernemingsstrategieën. Niet vereist is daarentegen dat de informatie uitdrukkelijk wordt overhandigd. Het volstaat dat de toegang door de werkzaamheden binnen de onderneming mogelijk werd gemaakt.
Doorgeven van informatie tijdens de lopende dienstbetrekking
Het doorgeven van geheimen is alleen strafbaar als dit tijdens een lopende dienstbetrekking plaatsvindt. Dit betekent dat de bescherming bijzonder sterk is zolang de persoon nog werkzaam is bij de onderneming.
Een doorgifte is reeds aanwezig wanneer een derde de mogelijkheid krijgt om toegang te krijgen tot de informatie. Het is niet van belang of de informatie daadwerkelijk wordt gebruikt. Alleen het toegankelijk maken kan al voldoende zijn.
Na beëindiging van de dienstbetrekking gelden andere regelingen. Desondanks blijft de omgang met vertrouwelijke informatie ook daarna juridisch gevoelig. In dergelijke gevallen kunnen met name de bepalingen inzake de bescherming van bedrijfsgeheimen overeenkomstig §§ 26a e.v. UWG alsook civielrechtelijke vorderingen van de betrokken onderneming van toepassing zijn.
Gebruik van het geheim volgens § 11 lid 2 UWG
De bescherming van bedrijfs- en ondernemingsgeheimen beperkt zich niet tot werknemers van een onderneming. § 11 lid 2 UWG omvat ook personen die zelf niet in een dienstbetrekking tot de geheimhouder staan, maar vertrouwelijke informatie onbevoegd gebruiken of aan anderen doorgeven.
Er is sprake van gebruik van een geheim wanneer vertrouwelijke informatie economisch wordt gebruikt of aan andere personen toegankelijk wordt gemaakt. Daarbij is niet vereist dat daadwerkelijk een concurrentievoordeel wordt behaald. Voldoende is dat de handeling erop is gericht de eigen concurrentie of de concurrentie van een derde te bevorderen.
Wie kennis heeft verkregen van een bedrijfs- of ondernemingsgeheim van een ander, mag dit daarom niet zonder toestemming van de gerechtigde onderneming gebruiken of openbaar maken wanneer dit met het oog op de concurrentie gebeurt.
Gebruik van onrechtmatig verkregen informatie
Met deze bepaling voorkomt de wetgever dat personen uit andermans kennis economische voordelen halen, hoewel zij de onderliggende informatie niet op rechtmatige wijze hebben verkregen.
Er is met name sprake van economisch gebruik wanneer de dader de informatie inzet om eigen producten of diensten te verbeteren, op basis daarvan concurrerende aanbiedingen ontwikkelt of deze gericht gebruikt om klanten te werven
Doorslaggevend is niet of daadwerkelijk economisch succes wordt behaald. Reeds het gebruik van de informatie volstaat, mits dit met het oog op de concurrentie gebeurt.
Doorgeven aan derden
Naast eigen gebruik wordt ook de doorgifte van bedrijfs- of ondernemingsgeheimen aan andere personen omvat. Wie vertrouwelijke informatie openbaar maakt, stelt anderen in staat deze informatie voor eigen doeleinden te gebruiken en daaruit economische voordelen te halen.
Onder doorgifte wordt elke vorm van toegankelijk maken verstaan. Daarbij is het niet van belang of de informatie aan een groot aantal personen bekend wordt gemaakt. Reeds de mededeling aan één enkele persoon kan voldoende zijn.
Bijzonder problematisch is de doorgifte aan concurrenten of aan personen die in een economisch verband met de concurrentie staan. Door het openbaar maken van vertrouwelijke informatie kunnen zij hun marktpositie verbeteren zonder de betreffende kennis zelf te hebben opgebouwd.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Het doorgeven versterkt de gevolgen van een geheimschending aanzienlijk, omdat de schade zich vaak vermenigvuldigt. “
Onrechtmatig verkrijgen van bedrijfsgeheimen
Niet alleen het gebruik, maar al de verkrijging van een geheim kan ontoelaatbaar zijn. De wet beschermt ondernemingen dus niet alleen tegen het verraad van reeds bekende geheimen, maar ook tegen gerichte pogingen om vertrouwelijke informatie te bemachtigen.
De wet verbiedt het zich verschaffen van bedrijfs- of ondernemingsgeheimen via ongeoorloofde methoden. Daartoe behoren zowel overtredingen van wetten als gedragingen die weliswaar niet per se strafbaar zijn, maar in strijd zijn met de regels van eerlijke concurrentie. Doel van de bepaling is ondernemingen te beschermen tegen het feit dat derden zich via ontoelaatbare methoden toegang verschaffen tot vertrouwelijke kennis.
Verkrijging door onwettige handelingen
Een bijzonder duidelijke vorm van ontoelaatbaarheid is aanwezig wanneer de verkrijging in strijd is met het geldende recht. De onrechtmatigheid ontstaat al door de ontoelaatbare verkrijging van de informatie. Of de persoon het geheim later gebruikt, speelt daarbij geen rol.
Daaronder vallen handelingen zoals diefstal, fraude, omkoping of andere onrechtmatige toegang tot vertrouwelijke informatie.
Daartoe behoren handelingen waarbij wettelijke grenzen worden overschreden om gegevens te bemachtigen. Dergelijke werkwijzen grijpen diep in de rechten van de betrokken onderneming in.
Verkrijging door oneerlijk gedrag
Naast wetsinbreuken omvat de bepaling ook gevallen waarin informatie door oneerlijk gedrag wordt verkregen. Oneerlijk handelt wie zich op een wijze toegang verschaft tot vertrouwelijke informatie die in strijd is met de beginselen van eerlijke concurrentie.
Dergelijke gevallen doen zich voor wanneer iemand doelgericht probeert informatie op oneerlijke of verborgen wijze te verkrijgen. Hierbij staat niet de wetsbreuk op de voorgrond, maar het oneerlijke gedrag.
Daartoe behoren gerichte spionagemaatregelen, het ontfutselen van informatie door misleiding of andere handelingen die weliswaar niet per se strafbaar hoeven te zijn, maar als in strijd met de goede zeden of met de concurrentieregels worden beschouwd.
Subjectieve zijde
Voor strafbaarheid op grond van § 11 UWG volstaat het niet dat een bedrijfs- of ondernemingsgeheim daadwerkelijk wordt onthuld, gebruikt of doorgegeven. De wet vereist bovendien dat de dader ook een bepaalde innerlijke houding ten aanzien van zijn handelen heeft. In de rechtswetenschap wordt dit de subjectieve zijde van het delict genoemd.
De subjectieve zijde betreft de vraag wat de dader wist, wilde of ten minste voor mogelijk hield toen hij handelde. Daarbij wordt onderzocht of de persoon bewust heeft gehandeld en wist wat zij deed. Tegelijk moet de handeling erop gericht zijn de eigen concurrentie of de concurrentie van een ander te bevorderen. Zo waarborgt de wet dat niet elke toevallige of ongewilde doorgifte van vertrouwelijke informatie strafbaar is.
Opzet
Voor strafbaarheid op grond van § 11 UWG moet de dader opzettelijk handelen. Hij moet dus inzien of ten minste voor mogelijk houden dat het bij de betreffende informatie om een bedrijfs- of ondernemingsgeheim gaat. Tegelijk moet hij zich ervan bewust zijn dat zijn handeling leidt tot het openbaar maken, doorgeven of gebruiken van deze vertrouwelijke informatie.
Dit betekent dat de dader ten minste moet inzien dat de informatie vertrouwelijk is en dat de onderneming deze niet openbaar wil maken. De handeling mag daarbij niet louter per ongeluk gebeuren, maar moet bewust worden verricht.
Dit kan met name het geval zijn bij:
- het bewust doorgeven van vertrouwelijke informatie aan derden,
- het gericht gebruiken van interne bedrijfsinformatie voor eigen doeleinden,
- het besef van het economisch belang en de vertrouwelijkheid van de informatie.
Ontbreekt dit besef, bijvoorbeeld omdat de persoon de informatie ten onrechte voor openbaar toegankelijk houdt, dan is er in beginsel geen opzet. Een louter nalatige of onopzettelijke handeling volstaat niet voor strafbaarheid op grond van § 11 UWG.
Rechtsgevolgen bij een overtreding
Een overtreding van § 11 UWG kan zowel strafrechtelijke als civielrechtelijke gevolgen hebben. Betrokken ondernemingen hebben meerdere mogelijkheden om op te treden tegen het onbevoegd gebruik of doorgeven van hun geheimen.
Daarbij is cruciaal dat de wetgever niet alleen de dader sanctioneert, maar de onderneming ook instrumenten aanreikt om de ontstane schade te beperken en toekomstige overtredingen te voorkomen.
Strafrechtelijke gevolgen
Wie § 11 UWG overtreedt, moet rekening houden met een gerechtelijke straf. Afhankelijk van de ernst van de overtreding dreigen geldboetes of vrijheidsstraffen. Het doel is om oneerlijk gedrag effectief te sanctioneren en af te schrikken.
Een bijzonderheid is dat § 11 UWG een privaat-klachtdelict is. Een privaat-klachtdelict is een strafbaar feit dat niet automatisch door het openbaar ministerie wordt vervolgd. In plaats daarvan moet de benadeelde zelf de strafvervolging inleiden en als privaat aanklager optreden. De wetgever gaat ervan uit dat in de eerste plaats de belangen van de betrokken onderneming worden geschonden en dat deze daarom zelf moet beslissen of strafrechtelijke vervolging moet plaatsvinden.
Voor ondernemingen betekent dit dat zij bij een overtreding actief moeten worden. Zonder een overeenkomstige privaatklacht volgt in beginsel geen strafrechtelijke bestraffing van de dader. Een snelle reactie is daarom vaak doorslaggevend om de eigen rechten effectief te handhaven.
Civielrechtelijke consequenties
Naast het strafrecht staan ondernemingen ook civielrechtelijke aanspraken ter beschikking. Deze zijn gericht op het compenseren van de ontstane schade en het voorkomen van verdere overtredingen.
Op de voorgrond staat daarbij de mogelijkheid om direct tegen de dader op te treden en hem ter verantwoording te roepen. Bijzonder belangrijk is dat ondernemingen snel reageren om verdere nadelen te voorkomen.
Typische aanspraken zijn:
- Staking van verdere overtredingen
- Schadevergoeding voor geleden verliezen
- Opheffing van onrechtmatige toestanden
In de praktijk is de mogelijkheid van een snelle gerechtelijke zekerheidsstelling bijzonder belangrijk. Ondernemingen kunnen bij dreigende of reeds plaatsgevonden schending een voorlopige voorziening aanvragen overeenkomstig § 24 UWG . Hiermee kan het verdere gebruik of doorgeven van bedrijfs- of ondernemingsgeheimen onmiddellijk worden verboden, nog voordat een definitieve procedure is afgerond.
Deze aanspraken maken het mogelijk om actief op te treden tegen misbruik van bedrijfsgeheimen en de eigen concurrentiepositie te beschermen.
Uw voordelen met juridische ondersteuning
Juist bij bedrijfsgeheimen gaat het vaak om hoge economische waarden en complexe juridische afbakeningen. Zelfs kleine fouten kunnen ertoe leiden dat aanspraken verloren gaan of een procedure mislukt. Vroegtijdige juridische begeleiding zorgt ervoor dat u uw positie veiligstelt en gericht afdwingt.
Een advocaat helpt u niet alleen bij de juridische beoordeling, maar ook bij de strategische aanpak, bijvoorbeeld of strafrechtelijke stappen, civielrechtelijke aanspraken of beide zinvol zijn. Tegelijkertijd zorgt hij ervoor dat aan alle voorwaarden netjes wordt voldaan, wat in de praktijk vaak cruciaal is.
Uw concrete voordelen:
- Snelle inschatting of er daadwerkelijk sprake is van een beschermd geheim
- Gerichte afdwinging van aanspraken, zoals staking of schadevergoeding
- Zekere bewijsvoering, zodat overtredingen überhaupt kunnen worden vervolgd
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Door juridisch advies vermijdt u onnodige risico’s en vergroot u de kansen om uw bedrijfskennis effectief te beschermen.“