§ 13 UWG – Civielrechtelijke aanspraken in het geval van § 10 UWG

§ 13 UWG regelt de civielrechtelijke gevolgen van verboden omkoping in de mededinging. De bepaling sluit aan bij § 10 UWG en betekent in eenvoudige bewoordingen: wie door omkoping van werknemers of gevolmachtigden een oneerlijk concurrentievoordeel wil behalen, moet niet alleen rekening houden met strafrechtelijke gevolgen, maar kan ook civielrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. De wet geeft de benadeelde partij vooral twee centrale aanspraken: staking, dus het onmiddellijk stopzetten van het onrechtmatige gedrag, en schadevergoeding, wanneer door de handeling een economisch nadeel is ontstaan. In de praktijk is vaak de vraag problematisch wie daadwerkelijk is benadeeld, welke schade aantoonbaar blijft en of werkelijk alle voorwaarden van de verboden omkoping zijn vervuld.

De regeling verleent civielrechtelijke aanspraken wanneer door een volgens § 10 UWG verboden omkoping in de mededinging oneerlijk wordt gehandeld. Benadeelden kunnen met name staking en schadevergoeding vorderen.

§ 13 UWG uitgelegd: wanneer er aanspraak bestaat op staking en schadevergoeding bij omkoping in de mededinging volgens § 10 UWG.
Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Omkoping in de mededinging leidt niet alleen tot straf, maar ook tot aanspraken op staking en schadevergoeding.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Verband met omkoping volgens § 10 UWG

De civielrechtelijke aanspraken bouwen rechtstreeks voort op oneerlijke omkoping in de mededinging. Bedoeld wordt een gedrag waarbij iemand probeert door ongeoorloofde voordelen beslissingen bij de afname van goederen of diensten te beïnvloeden. Doorgaans gaat het erom dat een onderneming aan een werknemer of gevolmachtigde van een andere onderneming voordelen aanbiedt of verleent, opdat deze een bevoorrechte beslissing neemt.

Voor het begrip is beslissend: de civielrechtelijke gevolgen ontstaan niet geïsoleerd, maar knopen aan bij dit wangedrag. Zonder een dergelijke oneerlijke beïnvloeding bestaat er ook geen aanspraak op staking of schadevergoeding uit dit rechtsgebied.

Civielrechtelijke aanspraken

De civielrechtelijke aanspraken beschermen benadeelden tegen de gevolgen van oneerlijke omkoping in de mededinging. Wie door dergelijk gedrag wordt benadeeld, kan niet alleen op het strafrecht vertrouwen. De wet biedt daarnaast civielrechtelijke mogelijkheden om tegen de overtreding op te treden en economische nadelen te compenseren.

Deze aanspraken zijn:

Daarmee creëren de civielrechtelijke aanspraken een doeltreffend kader om oneerlijke concurrentievoordelen niet zonder gevolgen te laten.

Vervulling van omkoping volgens § 10 UWG

De civielrechtelijke beoordeling sluit aan bij de omkoping volgens § 10 UWG. Bedoeld wordt een gedrag waarbij zakelijke beslissingen niet meer uitsluitend op basis van prestatie, prijs of kwaliteit worden genomen, maar door ontoelaatbare voordelen worden beïnvloed.

In de kern gaat het om het aanbieden, verlenen of aannemen van een voordeel. Dit voordeel is bedoeld om een werknemer of gevolmachtigde tot een bevoorrechte beslissing te bewegen. Precies daarin ligt de oneerlijke ingreep in de mededinging.

Voor leken is vooral één ding beslissend: het gaat niet om louter beleefdheid of gebruikelijke attenties, maar om een voordeel dat juist daarom wordt verleend of aangenomen, opdat een beslissing in de mededinging niet meer objectief plaatsvindt.

Schadevergoedingsaanspraak volgens § 13 UWG iVm § 16 lid 2 UWG

Opdat uit een mededingingsovertreding daadwerkelijk een civielrechtelijke aanspraak ontstaat, moeten meerdere voorwaarden zijn vervuld. Het volstaat niet dat een gedrag louter verdacht of onsympathiek overkomt. Het recht vereist een duidelijke juridische toetsing.

Eerst moeten de kenmerken van omkoping volgens § 10 UWG zijn vervuld. Daarnaast zijn de algemene voorwaarden nodig die het civiele recht voor aansprakelijkheid vereist.

Voor schadevergoeding volgens het algemene civiele recht overeenkomstig § 1295 ABGB moeten de volgende voorwaarden aanwezig zijn:

Pas het samenspel van deze punten schept een houdbare grondslag voor aanspraken op staking en schadevergoeding.

Voorwaarden voor civielrechtelijke aansprakelijkheid volgens § 1295 ABGB

De schadevergoedingsaanspraak beoogt de financiële compensatie van een geleden nadeel. Wie door oneerlijke beïnvloeding in de mededinging wordt benadeeld, kan vorderen dat de ontstane economische schade wordt vergoed.

De schadevergoedingsaanspraak volgens § 13 iVm § 16 UWG veronderstelt, naast de vervulling van de delictsomschrijving van § 10 UWG, de algemene voorwaarden voor civielrechtelijke aansprakelijkheid. Vereist zijn dus het bestaan van schade, een causaal en adequaat verband tussen het onrechtmatige gedrag en het ingetreden nadeel, de onrechtmatigheid van de handeling en schuld van de schadeveroorzaker.

De aanspraak dient niet tot bestraffing, maar tot compensatie. Benadeelden moeten economisch zo worden gesteld alsof de overtreding niet had plaatsgevonden.

Schade

Opdat een schadevergoedingsaanspraak bestaat, moet de benadeelde door de onrechtmatige handeling een nadeel hebben geleden. De schade vormt daarmee de basis van elke schadevergoedingsaanspraak. Zonder daadwerkelijk ingetreden economisch nadeel kan geen schadevergoeding worden gevorderd. De vraag welke schade concreet kan worden vergoed en hoe de omvang ervan moet worden bepaald, wordt afzonderlijk behandeld.

Causaliteit en adequaat causaal verband

Tussen de onrechtmatige handeling en de ingetreden schade moet een oorzakelijk verband bestaan. De schade moet dus juist door het mededingingsrechtelijk onrechtmatige gedrag zijn ontstaan. De benadeelde moet aantonen dat het ingetreden nadeel zonder de omkopingshandeling niet, of althans niet op dezelfde wijze, zou zijn ingetreden.

Daarnaast moet de schade ook adequaat veroorzaakt zijn. Alleen die schade komt voor vergoeding in aanmerking die volgens de gewone gang van zaken als typisch gevolg van het onrechtmatige gedrag kan worden beschouwd. Niet vergoed wordt daarentegen schade die uitsluitend door uitzonderlijke of volledig atypische omstandigheden is ontstaan.

Atypische schade is schade die pas ontstaat door een ongebruikelijke samenloop van omstandigheden en die volgens de algemene levenservaring niet als gevolg van de omkopingshandeling te verwachten was. Dergelijke schade valt niet binnen de toerekeningssfeer van de schadeveroorzaker.

Onrechtmatigheid en onrechtmatigheidsverband

De onrechtmatigheid volgt al uit de vervulling van de delictsomschrijving van § 10 UWG. Wie door ongeoorloofde toekenning of aanvaarding van voordelen invloed uitoefent op zakelijke beslissingen, overtreedt de wettelijke voorschriften van het mededingingsrecht en handelt dus onrechtmatig.

Daarnaast moet er een onrechtmatigheidsverband bestaan. Dat betekent dat de ingetreden schade juist tot die soort nadelen moet behoren waartegen de geschonden norm bescherming beoogt te bieden. § 10 UWG dient ter bescherming van een eerlijke en onvervalste mededinging. Voor vergoeding in aanmerking komen daarom met name schade die terug te voeren is op een mededingingsrechtelijk onrechtmatige bevoordeling of benadeling.

Schuld

Voor een schadevergoedingsaanspraak is ook schuld van de schadeveroorzaker vereist. Schuld is aanwezig wanneer iemand onrechtmatig handelt en dit gedrag hem persoonlijk kan worden verweten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen opzet en nalatigheid.

Omdat § 10 UWG opzettelijk handelen vereist, moet bij overtredingen van deze bepaling ten minste voorwaardelijk opzet aanwezig zijn. Voorwaardelijk opzet (dolus eventualis) is aanwezig wanneer de dader het intreden van een bepaald gevolg ernstig voor mogelijk houdt en zich met de verwezenlijking ervan verzoent. Het gevolg wordt daarbij niet noodzakelijk nagestreefd, maar wel bewust op de koop toe genomen.

Het is echter omstreden of bij § 10 UWG voorwaardelijk opzet daadwerkelijk volstaat. Op grond van de formuleringen van § 10 UWG (“om … te” resp. “opdat …”) wordt betoogd dat, boven het loutere voorwaardelijke opzet, een gerichte beïnvloeding van de mededinging vereist is. Daarom wordt deels verdedigd dat doelgericht handelen vereist is en louter eventualopzet niet volstaat.

In de praktijk wordt bij overtredingen van § 10 UWG doorgaans uitgegaan van opzettelijk handelen. Of er daadwerkelijk sprake is van opzet, moet echter steeds aan de hand van de omstandigheden van het concrete geval worden beoordeeld.

Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Schuld vormt de persoonlijke verwijtbaarheid van onrechtmatig gedrag.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Berekening en omvang van de schade

De hoogte van de schadevergoeding richt zich naar het daadwerkelijk ingetreden economische nadeel van de benadeelde. Doel van de schadevergoeding is de toestand te herstellen die zonder de schadetoebrengende gebeurtenis zou hebben bestaan.

Het vaststellen van de schadeomvang is bij mededingingsovertredingen lastig. Met name kan vaak niet met zekerheid worden vastgesteld hoe de vermogenspositie van de benadeelde zich zonder de oneerlijke handeling zou hebben ontwikkeld. In zulke gevallen kan de rechter de schadeomvang met inachtneming van de omstandigheden van het concrete geval schatten.

De schadevergoedingsaanspraak kan zich uitstrekken tot de volgende schadeposten:

De omvang van de schadevergoedingsaanspraak richt zich steeds naar de concrete omstandigheden van het concrete geval.

Stakingsaanspraak volgens § 14 UWG

De stakingsaanspraak vormt een van de centrale instrumenten van het mededingingsrecht. Het doel ervan is onrechtmatige mededingingshandelingen te voorkomen en een eerlijke mededinging te waarborgen. Anders dan de schadevergoedingsaanspraak veronderstelt de stakingsaanspraak geen reeds ingetreden schade, maar is zij gericht op de voorkoming van toekomstige rechtsinbreuken.

De stakingsaanspraak bewerkstelligt de onmiddellijke stopzetting van de onrechtmatige handeling. Daardoor moeten verdere mededingingsovertredingen worden voorkomen en de aantasting van de eerlijke mededinging zo snel mogelijk worden beëindigd. Tegelijk dient de aanspraak ter bescherming van concurrenten tegen toekomstige economische nadelen die uit een voortzetting van het onrechtmatige gedrag zouden kunnen voortvloeien.

Voorwaarden en omvang van de aanspraak

Voorwaarde voor het instellen van een stakingsaanspraak is in de eerste plaats het bestaan van onrechtmatig gedrag. Daarnaast moet er een herhalingsgevaar bestaan. Dit is het geval wanneer op grond van objectieve omstandigheden te vrezen is dat de mededingingsovertreding opnieuw zal worden gepleegd. Volgens vaste rechtspraak doet al een eenmalige overtreding het vermoeden van herhalingsgevaar ontstaan.

De omvang van de stakingsaanspraak richt zich naar de concrete mededingingsovertreding. Het rechterlijk verbod moet enerzijds voldoende bepaald zijn, maar anderzijds ook ontwijkingen voorkomen.

Voor een stakingsaanspraak moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld:

Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„In de praktijk wordt de aanspraak daarom precies geformuleerd, opdat hij doeltreffend kan worden afgedwongen en toekomstige overtredingen betrouwbaar worden voorkomen.“

Aanspraak op opheffing volgens § 15 UWG

De vordering tot opheffing volgens § 15 UWG vult de stakingsaanspraak aan en dient tot het herstel van een rechtmatige toestand. Terwijl de stakingsaanspraak erop gericht is toekomstige mededingingsovertredingen te voorkomen, richt de vordering tot opheffing zich tegen de voortdurende gevolgen van een reeds gepleegde rechtsinbreuk.

Voorwaarde voor de vordering tot opheffing is dat de onrechtmatige handeling nog doorwerkt en daardoor sprake is van een voortdurende aantasting.

De aanspraak veronderstelt geen herhalingsgevaar. Doorslaggevend is veeleer dat de gevolgen van de mededingingsovertreding nog bestaan en door passende maatregelen kunnen worden weggenomen. Daarmee moet worden voorkomen dat de overtreder blijvend profiteert van een onrechtmatig verkregen concurrentievoordeel.

Aanvullende civielrechtelijke aanspraken volgens het ABGB

Naast de bijzondere mededingingsrechtelijke aanspraken komen ook algemene civielrechtelijke aanspraken uit het ABGB – Allgemeines Bürgerliches Gesetzbuch – tot toepassing. Deze spelen vooral dan een belangrijke rol wanneer bijzondere regelingen niet toereikend zijn of lacunes bestaan.

Het Allgemeines Bürgerliches Gesetzbuch biedt meerdere aanknopingspunten voor schadevergoedingsaanspraken.

De volgende aanspraakgrondslagen komen in aanmerking:

Deze regelingen maken een flexibele juridische beoordeling mogelijk. De algemene civielrechtelijke aanspraken treden echter niet in de plaats van de mededingingsrechtelijke aanspraken, maar vullen deze aan. Zij dienen ertoe eventuele beschermingslacunes te dichten en een volledige rechtsbescherming voor benadeelde marktdeelnemers te waarborgen.

§ 1295 lid 1 ABGB

Naast de mededingingsrechtelijke aanspraken van de UWG kan aansprakelijkheid ook worden gebaseerd op de algemene schadevergoedingsbepaling van het ABGB. Daarin is bepaald dat degene verplicht is de schade te vergoeden die een ander onrechtmatig en verwijtbaar een schade toebrengt.

Voorwaarde voor aansprakelijkheid volgens § 1295 lid 1 ABGB is het bestaan van schade, onrechtmatig gedrag, de causaliteit tussen handeling en schade, en schuld van de schadeveroorzaker. In verband met omkopingshandelingen volgens § 10 UWG wordt betoogd dat de onrechtmatigheid in het kader van een belangenafweging moet worden beoordeeld. Daardoor kan aansprakelijkheid ook in aanmerking komen wanneer niet volledig aan de voorwaarden van § 13 UWG is voldaan.

In de volgende situaties kan § 1295 ABGB van toepassing zijn:

§ 1295 lid 2 ABGB

§ 1295 lid 2 ABGB vestigt aansprakelijkheid voor opzettelijke schade toebrengen in strijd met de goede zeden. De bepaling grijpt in wanneer iemand een ander bewust en op een wijze die in strijd is met de goede zeden schade toebrengt.

In tegenstelling tot § 1295 lid 1 ABGB volstaat loutere nalatigheid hier niet. Vereist is veeleer ten minste voorwaardelijk opzet met betrekking tot het benadelen van de betrokkene. In het mededingingsrecht kan aansprakelijkheid volgens § 1295 lid 2 ABGB met name relevant worden wanneer door omkopingshandelingen doelbewust wordt ingegrepen in de beschermde mededingingssfeer van een concurrent.

Schending van een beschermingswet volgens § 1311 ABGB

Een verdere aanspraakgrondslag kan voortvloeien uit § 1311 ABGB. Volgens deze bepaling kan de schending van een beschermingswet een verplichting tot schadevergoeding doen ontstaan. Beschermingswetten zijn rechtsnormen die niet alleen openbare belangen dienen, maar ook de bescherming van bepaalde personen of groepen personen beogen.

Wordt § 10 UWG geschonden en ontstaat daardoor bij een concurrent of een andere beschermde derde schade, dan kan dit een schadevergoedingsplicht volgens § 1311 ABGB doen ontstaan.

Bij schending van een beschermingswet kan volgens de heersende opvatting al nalatig gedrag voldoende zijn voor aansprakelijkheid. De aansprakelijkheid uit beschermingswetten vormt daarmee een belangrijke aanvulling op de specifieke mededingingsrechtelijke aanspraken van de UWG en draagt bij aan een volledige civielrechtelijke bescherming tegen mededingingsovertredingen.

Voorlopige rechtsmaatregelen in de praktijk

Voorlopige rechtsbescherming is in het mededingingsrecht van bijzonder belang. Mededingingsovertredingen kunnen binnen korte tijd aanzienlijke economische gevolgen hebben, waardoor de beslissing in de hoofdprocedure vaak niet kan worden afgewacht. Om een effectieve rechtsbescherming te waarborgen, bestaat daarom de mogelijkheid om stakingsaanspraken al vóór afronding van de hoofdprocedure via een voorlopige voorziening veilig te stellen.

Door de voorlopige voorziening kan de wederpartij al vóór een definitieve rechterlijke beslissing worden verboden de gewraakte handeling voort te zetten. De voorlopige rechtsbescherming vormt daarmee een essentieel instrument om een doeltreffend systeem van mededingings- en rechtsbescherming te waarborgen.

Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Wie snel reageert, kan voorkomen dat oneerlijke voordelen zich consolideren en economische schade verder toeneemt.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Aanvullende aanspraken in de UWG

Naast stakings- en schadevergoedingsaanspraken voorziet de UWG in verdere aanspraken die dienen voor de effectieve handhaving van mededingingsrechtelijke aanspraken.

Deze hebben tot doel informatiegebreken weg te nemen, de opheldering van de feiten te vergemakkelijken en de handhaving van bestaande aanspraken te ondersteunen. Juist bij complexe mededingingsovertredingen beschikken benadeelden vaak niet over de noodzakelijke informatie om de omvang van de overtreding of de ontstane schade te kunnen beoordelen.

De aanvullende aanspraken dragen daarom wezenlijk bij aan de waarborging van een doeltreffende rechtsbescherming.

Rekening en recht op inlichtingen

De vordering tot rekening en verantwoording en de informatievordering dienen tot openlegging van die informatie die nodig is om verdere aanspraken te kunnen afdwingen. Zo’n aanspraak kan bestaan ter voorbereiding van een schadevergoedingsaanspraak.

Doel van de aanspraak is de benadeelde de voor de beoordeling en becijfering van zijn aanspraken noodzakelijke informatie toegankelijk te maken. Dit betreft met name gegevens over omzet, zakelijke relaties of andere omstandigheden die verband houden met de mededingingsovertreding. Zonder passende mogelijkheden tot informatieverstrekking zou het instellen van schadevergoedingsaanspraken in veel gevallen aanzienlijk worden bemoeilijkt of zelfs onmogelijk zijn.

De vordering tot rekening en verantwoording en de informatievordering vormen daarom een belangrijk instrument om informatieasymmetrieën tussen partijen weg te nemen en versterken de rechtsafdwinging in het mededingingsrecht.

Publicatie van het vonnis als nevenvordering

De publicatie van het vonnis volgens § 25 UWG is een aanvullende aanspraak die dient om het publiek te informeren en nadelige gevolgen van een mededingingsovertreding weg te nemen. Zij moet met name die misvattingen corrigeren die door het onrechtmatige gedrag zijn ontstaan.

Door de publicatie van de rechterlijke beslissing kunnen marktdeelnemers, klanten en zakenpartners over de mededingingsovertreding worden geïnformeerd. Daardoor wordt niet alleen de transparantie in de markt verhoogd, maar ook het vertrouwen in een eerlijke mededinging versterkt.

Daarmee vervult de publicatie van het vonnis een belangrijke verduidelijkingsfunctie en versterkt zij de transparantie in de markt.

Rechthebbenden en proceslegitimatie

Niet iedereen die economisch is getroffen, kan automatisch aanspraken uit een mededingingsovertreding geldend maken. Doorslaggevend is of een persoon binnen de beschermingsomvang van de betreffende aanspraakgrondslag valt.

De proceslegitimatie bepaalt dus wie gerechtigd is om stakings-, opheffings- of schadevergoedingsaanspraken in rechte af te dwingen. Ontbreekt de proceslegitimatie, dan moet de vordering ongeacht de materiële rechtspositie worden afgewezen.

Centraal staat de concrete band met de mededinging. De wet beschermt in de eerste plaats die marktdeelnemers wier concurrentiekansen rechtstreeks worden aangetast. Daarom volstaat loutere economische betrokkenheid niet. De aantasting moet juist die belangen raken die door de betreffende norm beschermd moeten worden.

Tegelijkertijd is een zuivere afbakening tussen de verschillende aanspraakgrondslagen vereist. Terwijl § 13 UWG slechts een bepaalde kring van benadeelden bestrijkt, kunnen zich verdergaande aanspraken uit het algemene civiele recht voordoen. De proceslegitimatie hangt daarom altijd af van de juridische grondslag waarop de aanspraak steunt.

Concurrenten als centrale eisers

Concurrenten behoren tot de kern van de rechthebbenden. Zij staan in rechtstreekse concurrentie en worden door oneerlijke omkoping direct benadeeld. Wanneer beslissingen in de mededinging niet meer naar objectieve criteria worden genomen, verliezen zij opdrachten, marktaandelen of zakelijke kansen.

Juist daarom vallen concurrenten binnen de beschermingsomvang van § 13 UWG. Hun betrokkenheid is duidelijk en begrijpelijk, omdat de mededingingsverstoring zich rechtstreeks op hun economische positie uitwerkt.

Andere potentieel benadeelde personen

Andere personen kunnen wel economisch getroffen zijn, maar zijn niet automatisch volgens § 13 UWG aanspraakgerechtigd. De beschermingsomvang van deze bepaling is enger en omvat primair de mededinging zelf en haar deelnemers. Doorslaggevend blijft of de betreffende persoon door de beschermingsomvang van de norm wordt bestreken.

Bijzonder belangrijk is daarbij de werkgever van de begunstigde respectievelijk omgekochte. Hoewel deze door het gedrag van zijn werknemer economische nadelen kan lijden, wordt overwegend betoogd dat hij niet zonder meer binnen de beschermingsomvang van § 13 UWG valt. Zijn proceslegitimatie moet daarom afzonderlijk worden getoetst.

In de praktijk komen met name in aanmerking:

Of er aanspraakgerechtigdheid bestaat, moet steeds worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het individuele geval en de telkens ingeroepen aanspraakgrondslag.

Uw voordelen met juridische ondersteuning

De handhaving van aanspraken in het mededingingsrecht vereist nauwkeurig juridisch optreden en strategisch denken. Juist bij gevallen met betrekking tot omkoping in de mededinging ontstaan al snel complexe bewijsproblemen en juridische onzekerheden. Wie hier zonder gedegen juridische begeleiding te werk gaat, loopt het risico gerechtvaardigde aanspraken niet volledig af te dwingen of onnodige risico’s te nemen.

Een ervaren advocaat zorgt ervoor dat uw aanspraken gericht en efficiënt worden vervolgd. Hij beoordeelt de slaagkansen, stelt bewijs veilig en ontwikkelt een duidelijke strategie voor staking en schadevergoeding. Tegelijk helpt hij typische fouten te vermijden en de juiste aanspraakgrondslag te kiezen.

Uw concrete voordelen:

Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Zo stelt u zeker dat uw economische belangen beschermd blijven en mededingingsovertredingen consequent worden vervolgd.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Veelgestelde vragen – FAQ

Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek