Richtlijnen van de redactie
- Principes voor het journalistieke werk
- Verklaring over de prioriteiten van de berichtgeving en de openbare agenda (bladlijn)
- Verklaring over ethiek en journalistieke en publicistische praktijken
- Richtlijn voor de factcheck
- Richtlijn voor diversiteit
- Richtlijn voor het niet noemen van bronnen
- Richtlijn voor het niet noemen van auteurs
- Richtlijn voor de feedback
- Richtlijn voor de openbaarmaking en correctie van fouten
- Richtlijn voor reclame
- Meer informatie
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Harlander & Partner | Oostenrijk staat niet alleen voor uitstekende juridische diensten, maar ook voor zorgvuldige en onberispelijke journalistiek in het kader van onze publicaties over het Oostenrijkse recht.“
Principes voor het journalistieke werk
Erecode voor de Oostenrijkse pers
De Österreichische Presserat heeft principes opgesteld voor het publicistische werk – de zogenaamde Ehrenkodex für die österreichische Presse. De erecode bevat regels om de naleving van de journalistieke beroepsethiek in het dagelijkse werk van journalisten te waarborgen. Harlander & Partner | Oostenrijk voelt zich aan deze erecode verplicht:
1. Vrijheid
1.1. De vrijheid in berichtgeving en commentaar, in woord en beeld, is een integraal onderdeel van de persvrijheid. Het verzamelen en verspreiden van nieuws en commentaren mag niet worden belemmerd.
1.2. De grenzen van deze vrijheid liggen voor de werkzaamheden van journalisten in de vrijwillige zelfbeperking op grond van de bepalingen in deze erecode.
2. Nauwkeurigheid
2.1. Zorgvuldigheid en correctheid in onderzoek en weergave van nieuws en commentaren zijn de hoogste verplichting van journalisten.
2.2. Tussen aanhalingstekens geplaatste citaten moeten zo veel mogelijk de letterlijke tekst weergeven. Een slechts indirecte weergave mag niet tussen aanhalingstekens worden geplaatst. Anonieme citaten moeten worden vermeden, tenzij het gaat om de veiligheid van de geciteerde persoon of het afwenden van andere ernstige schade van deze persoon.
2.3. Beschuldigingen mogen niet worden geuit zonder dat aantoonbaar ten minste is geprobeerd een standpunt van de beschuldigde persoon/personen of instelling(en) te verkrijgen. Als het gaat om de weergave van een openbaar geuite beschuldiging, moet dit duidelijk kenbaar worden gemaakt.
2.4. Zodra een redactie ter kennis komt dat zij een onjuiste weergave van feiten heeft gepubliceerd, is een vrijwillige rectificatie in overeenstemming met het journalistieke zelfbeeld en fatsoen.
2.5. Wanneer er een gegronde rectificatie van lezerszijde binnenkomt met betrekking tot een bericht, moet deze zo volledig en zo snel mogelijk worden gepubliceerd.
2.6. Wanneer er in een zaak die door een medium wordt behandeld een belangrijke rechterlijke of overheidsbeslissing wordt genomen of op een andere manier belangrijke nieuwe gezichtspunten opduiken, moet daarover adequaat worden bericht.
3. Onderscheidbaarheid
3.1. Voor de lezers moet duidelijk zijn of een journalistieke weergave een feitenrelaas is, de weergave van een mening(en) van derden of een commentaar.
3.2. Voor de weergave van meningen van derden moet de steekhoudendheid ervan worden gecontroleerd als er ernstige twijfels bestaan over de juistheid van een citaat.
3.3. Fotomontages en beeldbewerkingen die door vluchtige lezers/lezeressen als documentaire afbeeldingen worden opgevat, moeten duidelijk als montages of bewerkingen kenbaar worden gemaakt.
4. Beïnvloedingen
4.1. Een beïnvloeding van buitenaf op de inhoud of vorm van een redactionele bijdrage is ontoelaatbaar.
4.2. Ongeoorloofde beïnvloedingspogingen zijn niet alleen interventies en pressie, maar ook het toekennen van persoonlijke voordelen die verder gaan dan het gebied van de directe beroepsmatige activiteit.
4.3. Wie in verband met zijn/haar werkzaamheden als journalist/e geschenken of andere persoonlijke voordelen aanneemt die geschikt zouden kunnen zijn om de journalistieke weergave te beïnvloeden, overtreedt het journalistieke ethos.
4.4. Economische belangen van de uitgever mogen redactionele inhoud niet beïnvloeden op een manier die kan leiden tot verkeerde informatie of onderdrukking van essentiële informatie.
4.5. In berichten over reizen die op uitnodiging hebben plaatsgevonden, moet op passende wijze op dit feit worden gewezen.
5. Bescherming van de persoonlijkheid
5.1. Ieder mens heeft recht op bescherming van de waardigheid van de persoon en op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
5.2. Persoonlijke diffamaties, beschimpingen en bespottingen zijn in strijd met het journalistieke ethos.
5.3. Personen wier leven in gevaar is, mogen in mediaberichten niet worden geïdentificeerd als de berichtgeving het gevaar kan vergroten.
5.4. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de anonimiteitsbelangen van slachtoffers van ongevallen en misdrijven. De identiteit van een slachtoffer kan met name dan worden vrijgegeven als daartoe een ambtelijke reden is, als het slachtoffer een algemeen bekend persoon is of als het slachtoffer of naaste familieleden hebben ingestemd met de vrijgave.
6. Intieme sfeer
6.1. De persoonlijke levenssfeer van ieder mens is in principe beschermd.
6.2 Bij kinderen moet de bescherming van de persoonlijke levenssfeer voorrang krijgen op de nieuwswaarde.
6.3. Voor de publicatie van beelden en berichten over jongeren moet de vraag naar een openbaar belang daarin bijzonder kritisch worden onderzocht.
6.4. Berichten over misstappen van jongeren mogen hun mogelijke re-integratie in de samenleving niet bemoeilijken of zelfs verhinderen. Volledige naamsvermelding moet in dergelijke gevallen achterwege worden gelaten.
6.5. Bij het ondervragen en fotograferen van kinderen en in de berichtgeving over gevallen die hun bestaan nadelig kunnen beïnvloeden, is bijzondere terughoudendheid geboden.
7. Bescherming tegen algemene laster en discriminatie
7.1. Algemene verdenkingen en algemene laster van personen en groepen personen moeten onder alle omstandigheden worden vermeden.
7.2. Elke discriminatie op grond van leeftijd, handicap, geslacht, etnische, nationale, religieuze, seksuele, ideologische of andere redenen is ontoelaatbaar.
7.3. Een kleinerende of spottende weergave van religieuze leerstellingen of erkende kerken en religieuze gemeenschappen die geschikt is om gerechtvaardigde ergernis te wekken, is ontoelaatbaar.
8. Materiaalverwerving
8.1. Bij de verwerving van mondelinge en schriftelijke documenten en van beeldmateriaal mogen geen oneerlijke methoden worden toegepast.
8.2. Oneerlijke methoden zijn bijvoorbeeld misleiding, het uitoefenen van druk, intimidatie, brute uitbuiting van emotionele stresssituaties en het gebruik van geheime afluisterapparatuur.
8.3. In individuele gevallen zijn verborgen onderzoeken, inclusief de voor de uitvoering ervan noodzakelijke passende methoden, gerechtvaardigd als informatie van bijzonder openbaar belang wordt verkregen.
8.4. Bij het gebruik van privéfoto’s moet de toestemming van de betrokkenen of, in het geval van minderjarigen, van de ouders worden verkregen, tenzij er een gerechtvaardigd openbaar belang bestaat bij de weergave van de foto.
9. Redactionele speciale gebieden
9.1. Reis- en toerismeberichten moeten op passende wijze ook verwijzen naar sociale en politieke randvoorwaarden en achtergronden (bijv. ernstige mensenrechtenschendingen).
9.2. Er moet ook rekening worden gehouden met milieu-, verkeers- en energiepolitieke verbanden in het autogedeelte.
9.3. Toerisme-, auto- en gastronomieberichten moeten, net als alle beoordelingen van consumptiegoederen en diensten, navolgbare criteria volgen en worden geschreven door journalistiek gekwalificeerde personen.
10. Openbaar belang
10.1. In concrete gevallen, met name bij personen in het openbare leven, zal het noodzakelijk zijn om het beschermenswaardige belang van de individuele persoon bij het niet publiceren van een bericht of foto zorgvuldig af te wegen tegen een belang van het publiek bij een publicatie.
10.2. Openbaar belang in de zin van de erecode voor de Oostenrijkse pers is met name dan gegeven als het gaat om de opheldering van ernstige misdrijven, de bescherming van de openbare veiligheid of gezondheid of om het voorkomen van misleiding van het publiek.
10.3. Foto’s die zijn gemaakt met schending van de persoonlijke levenssfeer van de afgebeelde(n) (bijvoorbeeld door op de loer te liggen), mogen alleen dan worden gepubliceerd als er een duidelijk openbaar belang is dat verder gaat dan het voyeuristische.
11. Belangen van mediamedewerkers
De pers voldoet alleen dan aan haar bijzondere verantwoordelijkheid jegens het publiek als privé- en zakelijke belangen van mediamedewerkers geen invloed hebben op redactionele inhoud. Mediamedewerkers gebruiken informatie die zij in het kader van hun beroepsmatige activiteit ervaren en die niet openbaar toegankelijk is, alleen voor publicistische doeleinden en niet voor eigen voordeel of voor het voordeel van derden.
12. Zelfmoordberichtgeving
Berichtgeving over zelfmoorden en zelfverminking, evenals zelfmoordpogingen en zelfverminkingspogingen, vereist in het algemeen grote terughoudendheid. Verantwoorde journalistiek weegt – ook vanwege het gevaar van imitatie – af of er een overwegend openbaar belang bestaat en ziet af van overmatige berichtgeving.
Richtlijnen van de Oostenrijkse Persraad voor financiële en economische verslaggeving
De Österreichische Presserat heeft bovendien Richtlinien des Österreichischen Presserates zur Finanz- und Wirtschaftsberichterstattung opgesteld. Ook aan deze richtlijnen voelt Harlander & Partner | Oostenrijk zich verplicht:
1. Toepassingsgebied
Deze richtlijn is van toepassing op redactionele financiële en economische berichten die analyses en andere informatie met expliciete of impliciete aanbevelingen over beleggingsstrategieën bevatten. De publicatie in het ressort Financiën of in het ressort Economie is een indicatie dat er sprake is van een financieel of economisch bericht.
2. Begripsbepalingen
2.1. “Aanbeveling”: een redactioneel journalistiek bewerkt bericht dat expliciet of impliciet suggesties bevat voor beleggingen of beleggingsstrategieën met betrekking tot financiële instrumenten of emittenten van financiële instrumenten.
2.2. “Impliciete suggestie voor beleggingen of beleggingsstrategieën” is elke informatie, inclusief een actuele of toekomstige beoordeling van waarden of koersen van financiële instrumenten, die ondubbelzinnig een concrete belegging of beleggingsstrategie suggereert.
2.3. “Insiderinformatie”: Precieze informatie betreffende emittenten van financiële instrumenten met koersbeïnvloedingspotentieel die journalisten in het kader van hun beroepsmatige activiteit hebben ontvangen en die niet openbaar toegankelijk is.
3. Marktmanipulaties en handel met voorkennis
3.1. Marktmanipulatie door verspreiding van valse of misleidende informatie en gebruik van voorkennis bij de aankoop en verkoop van financiële instrumenten zijn onverenigbaar met de beginselen van de media-ethiek.
3.2. Om marktmanipulatie te voorkomen, moeten journalisten analyses en andere informatie met aanbevelingen over beleggingsstrategieën op een correcte manier presenteren en eigen belangen en belangenconflicten openbaar maken.
4. Bekendmaking van de identiteit bij aanbevelingen over beleggingsstrategieën
Uit de aanbeveling moet duidelijk en ondubbelzinnig de identiteit blijken van de persoon die de redactionele eindverantwoordelijkheid voor de aanbeveling draagt.
5. Correcte presentatie
Financiële en economische verslaggeving moet zakelijk zijn. Dit betekent met name:
a) feiten moeten duidelijk worden onderscheiden van interpretaties, schattingen, standpunten en andere soorten niet-zakelijke informatie;
b) alle bronnen moeten betrouwbaar zijn, als er aanleiding is om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de bron, moet dit duidelijk worden aangegeven;
c) alle prognoses, voorspellingen en nagestreefde koersdoelen moeten duidelijk als zodanig worden gekenmerkt, er moet worden gewezen op de essentiële aannames die bij de opstelling of het gebruik ervan ten grondslag liggen.
Bij de beoordeling van de zakelijkheid moeten journalistieke zorgvuldigheidsnormen in aanmerking worden genomen.
6. Openbaarmaking van belangen en belangenconflicten
6.1. In berichten overeenkomstig punt 1.1 moeten alle relaties en omstandigheden openbaar worden gemaakt die de objectiviteit van de aanbeveling kunnen beïnvloeden, met name als de persoon die de redactionele verantwoordelijkheid draagt of het mediabedrijf of een persoon die een controlerend belang in dit bedrijf heeft, een noemenswaardig financieel belang heeft in een financieel instrument dat het onderwerp van de aanbeveling is of er een aanzienlijk belangenconflict bestaat in verband met een emittent waarop de aanbeveling betrekking heeft.
6.2. Elke persoon die redactioneel werkzaam is aan een bericht overeenkomstig punt 1.1 moet de in lid 1 genoemde omstandigheden ter kennis brengen van de ressortleider of de hoofdredacteur.
7. Berichtgeving over aanbevelingen van derden
Bij de berichtgeving over aanbevelingen van derden moet het volgende in acht worden genomen:
a) De identiteit van de persoon die de aanbeveling doet, moet duidelijk en ondubbelzinnig worden vermeld.
b) Aanbevelingen van derden mogen in hun inhoudelijke betekenis niet worden gewijzigd, ze moeten duidelijk worden onderscheiden van eigen aanbevelingen.
c) Samenvattingen van aanbevelingen van derden mogen niet misleidend zijn, indien nodig moet worden gewezen op het uitgangsdocument en op de plaats waar de met het uitgangsdocument verbonden openbaarmakingen onmiddellijk en gemakkelijk voor het publiek toegankelijk zijn.
The Trust Project
Harlander & Partner | Oostenrijk richt zijn handelen bovendien op de vervulling van de 8 vertrouwensindicatoren van het The Trust Project.
Verklaring over de prioriteiten van de berichtgeving en de openbare agenda (bladlijn)
Harlander & Partner | Oostenrijk is een internationaal georiënteerd advocatenkantoor met hoofdzetel in Oostenrijk.
Onze redactie is partijonafhankelijk en volgt geen speciale politieke lijn.
Wij bieden onafhankelijke informatie, gidsen en nieuws over het thema recht.
Verklaring over ethiek en journalistieke en publicistische praktijken
Onze redactie werkt volgens de principes die zijn verankerd in de Erecode voor de Oostenrijkse pers, de Richtlijnen van de Oostenrijkse Persraad voor financiële en economische verslaggeving en het The Trust Project.
Richtlijn voor de factcheck
Overeenkomstig de Ehrenkodex für die österreichische Presse zijn zorgvuldigheid en correctheid bij het onderzoeken en weergeven van nieuws en commentaren de belangrijkste verplichting van journalisten. Dit beginsel is van het grootste belang, vooral bij de door ons behandelde thema’s financiën, belastingen, sociale zaken en recht.
Daar houden wij ons aan.
Richtlijn voor diversiteit
Respect en tolerantie ten opzichte van andere mensen en hun standpunten kenmerken de grondhouding van onze redactie. Inclusiviteit en diversiteit staan centraal in ons denken en handelen. Discriminatie, om welke reden dan ook, wijzen wij af.
Onze bijdragen geven altijd alle facetten van de inhoud weer.
Richtlijn voor het niet noemen van bronnen
Ieder mens heeft recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Als het niet noemen van een bron noodzakelijk is om deze te beschermen tegen nadelen, of andere in de Erecode voor de Oostenrijkse pers uiteengezette redenen van toepassing zijn, dan noemen wij deze niet.
Richtlijn voor het niet noemen van auteurs
Onze artikelen noemen altijd de voor het artikel eindverantwoordelijke auteurs.
Richtlijn voor de feedback
Overeenkomstig de Erecode voor de Oostenrijkse pers wordt feedback op onze bijdragen zonder uitzondering door de redactie gelezen, gecontroleerd op noodzaak tot actie, worden indien nodig maatregelen getroffen en wordt er uiteindelijk antwoord gegeven.
Richtlijn voor de openbaarmaking en correctie van fouten
Fouten worden zonder uitzondering zo snel mogelijk gecorrigeerd. Evenzo worden rectificaties en herroepingen gepubliceerd waar dit gepast of noodzakelijk is.
Richtlijn voor reclame
Betaalde en ook niet-betaalde reclame wordt conform de wet altijd als zodanig gekenmerkt.
Meer informatie
Hier vindt u meer informatie over:
- Media-eigenaar en financiering
- Redactie
- Richtlijnen
- Principes voor het journalistieke werk
- Verklaring over de prioriteiten van de berichtgeving en de openbare agenda
- Verklaring over ethiek en journalistieke en publicistische praktijken
- Richtlijn voor de factcheck
- Richtlijn voor diversiteit
- Richtlijn voor het niet noemen van bronnen
- Richtlijn voor het niet noemen van auteurs
- Richtlijn voor de feedback
- Richtlijn voor de openbaarmaking en correctie van fouten
- Richtlijn voor reclame
- Impressum & Openbaarmaking
- Alternatieve geschillenbeslechting
- Privacyverklaring