De §§ 14 tot 26 UWG vormen de procedurele en aansprakelijkheidsrechtelijke ruggengraat van het Oostenrijkse mededingingsrecht. Zij regelen hoe ondernemingen kunnen optreden tegen oneerlijke mededinging, welke vorderingen hen toekomen en welke gevolgen overtredingen hebben. Centraal staat daarbij de stakingsvordering, die het mogelijk maakt mededingingsstrijdig gedrag snel te stoppen – onafhankelijk van het feit of er al schade is ontstaan. Aanvullend daarop normeren de bepalingen schadevergoedingsvorderingen, publicatierechten van vonnissen alsook aansprakelijkheids- en strafbepalingen. Tegelijkertijd creëren voorlopige voorzieningen de mogelijkheid om onrechtmatige handelingen onmiddellijk te verbieden, nog voordat een definitief vonnis voorligt.

§§ 14 tot 26 UWG regelen hoe ondernemingen zich kunnen verweren tegen oneerlijke mededinging, met name door middel van staking, schadevergoeding en gerechtelijke maatregelen, en bepalen tevens aansprakelijkheid, procedures en straffen bij mededingingsovertredingen.

Overzicht van §§14–26 UWG: Staking, schadevergoeding, aansprakelijkheid, procedures en sancties in het mededingingsrecht Oostenrijk.
Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Deze bepalingen zorgen ervoor dat mededingingsovertredingen niet alleen worden vastgesteld, maar vooral snel en effectief kunnen worden stopgezet.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Betekenis van §§ 14 tot 26 UWG

De §§ 14 tot 26 UWG regelen hoe ondernemingen zich concreet kunnen verweren tegen oneerlijke mededinging. Terwijl de voorgaande bepalingen vastleggen wat verboden is, tonen deze voorschriften hoe men zijn rechten daadwerkelijk afdwingt.

Centraal staat daarbij een duidelijke gedachte: mededingingsovertredingen moeten snel worden gestopt en economische schade moet worden beperkt. Daarom stelt de wet meerdere instrumenten ter beschikking die in elkaar grijpen. Ondernemingen kunnen niet alleen reageren, maar actief optreden tegen dreigende overtredingen.

Bijzonder belangrijk is dat de UWG praktijkgericht is opgebouwd. Het houdt rekening met typische problemen in de dagelijkse bedrijfsvoering, zoals het feit dat schade vaak moeilijk aantoonbaar is of dat overtredingen snel moeten worden gestopt. Daardoor ontstaat een systeem dat niet alleen theoretisch beschermt, maar daadwerkelijk functioneert.

De stakingsvordering volgens § 14 UWG

De stakingsvordering vormt het hart van het mededingingsrecht. Zij zorgt ervoor dat een onderneming oneerlijk gedrag onmiddellijk moet beëindigen – onafhankelijk van het feit of er al schade is ontstaan.

Dat maakt hem bijzonder effectief. Want in de praktijk gaat het zelden om het vergoeden van reeds ontstane schade. Veel belangrijker is het om verdere schade van meet af aan te voorkomen.

Doelen van de stakingsvordering zijn:

Voorwaarden voor de stakingsvordering

Opdat een stakingsvordering succesvol kan worden afgedwongen, moeten duidelijke juridische voorwaarden zijn vervuld.

In de kern komen twee elementen samen:

Gevaar voor eerste overtreding:
Dit is het geval wanneer er nog geen overtreding heeft plaatsgevonden, maar concrete aanwijzingen tonen dat een dergelijke overtreding onmiddellijk dreigt. Er moeten duidelijke aanknopingspunten zijn voor een gepland onrechtmatig gedrag.

Herhalingsgevaar:
Dit is het geval wanneer een onderneming reeds in strijd met het mededingingsrecht heeft gehandeld. In dit geval wordt automatisch aangenomen dat het gedrag zich zou kunnen herhalen. De betrokkene hoeft niets verder te bewijzen.

Belangrijk is: de stakingsvordering vereist geen schuld. Het maakt ook niet uit of de mededingingsovertreding opzettelijk of nalatig is begaan. Beslissend is alleen dat er onrechtmatig gedrag voorligt of dreigt. Zo kan ook een onbedoelde mededingingsovertreding worden verboden wanneer deze in strijd is met de regels van eerlijke mededinging.

De stakingsvordering dient niet tot bestraffing van de handelende partij, maar tot voorkoming van verdere rechtsinbreuken.

Afbakening van opheffing volgens § 15 UWG

De stakingsvordering en de opheffingsvordering worden vaak samen genoemd, maar hebben verschillende doelen.

De stakingsvordering richt zich op de toekomst. Zij voorkomt dat onrechtmatig gedrag opnieuw optreedt of voor het eerst wordt gesteld. De opheffingsvordering grijpt in bij reeds opgetreden overtredingen. Zij verplicht ertoe een bestaande onrechtmatige toestand actief te verwijderen.

Opheffingsmaatregelen zijn:

Wie onrechtmatig handelt, moet vaak niet alleen het gedrag staken, maar ook de gevolgen opheffen. Hierdoor wordt gewaarborgd dat de mededinging niet blijvend verstoord blijft.

Informatievordering volgens § 14a UWG

De informatievordering volgens § 14a UWG is een enge bijzondere regeling in het mededingingsrecht. Zij dient ertoe de identiteit van personen achter oneerlijke handelspraktijken vast te stellen. Mededingers zelf zijn niet bevoegd; de vordering staat alleen bepaalde wettelijk genoemde instellingen toe.

Zij richt zich uitsluitend tegen ondernemers die post- of telecommunicatiediensten aanbieden. Deze moeten bij het voorliggen van bepaalde wettelijke voorwaarden de volgende aanwezige gebruikersgegevens verstrekken:

Daarbij geldt: er mogen alleen gegevens worden gevraagd die zonder aanvullend onderzoek beschikbaar zijn en betrekking hebben op een binnenlands telefoonnummer of een binnenlandse postbus.

Het informatieverzoek moet schriftelijk geschieden en uiteenzetten dat de informatie noodzakelijk is voor de rechtshandhaving en niet op andere wijze kan worden verkregen.

Recht op schadevergoeding volgens § 16 UWG

Naast de stakingsvordering bestaat de mogelijkheid om schadevergoeding volgens § 16 UWG te vorderen. Deze stelt consumenten en ondernemers in staat financiële nadelen vergoed te krijgen die door een mededingingsovertreding zijn ontstaan. Doel van de vordering is de benadeelde economisch zo te stellen als hij zonder de onrechtmatige handeling zou staan.

Voorwaarde is allereerst een mededingingsovertreding tegen een van de in § 16 UWG uitdrukkelijk genoemde bepalingen.

Consumenten kunnen bij de volgende overtredingen schadevergoeding vorderen:

Ondernemers hebben recht op schadevergoeding bij de volgende mededingingsovertredingen:

Verder moeten voor aansprakelijkheid de algemene voorwaarden van het Oostenrijkse schadevergoedingsrecht zijn vervuld. Grondslag daarvoor zijn de §§ 1293 e.v. ABGB. Vereist zijn een onrechtmatig gedrag, een concrete schade, een causaal verband tussen mededingingsovertreding en schade alsook een schuld van de schadeveroorzaker. Reeds lichte nalatigheid kan volstaan om een schadevergoedingsplicht te gronden. De benadeelde moet aantonen dat deze voorwaarden voorliggen.

Soorten vergoedbare schade

Liggen de voorwaarden van een schadevergoedingsvordering voor, dan kunnen verschillende schadecategorieën worden vergoed. Beslissend is steeds dat de schade daadwerkelijk is ingetreden en terug te voeren is op de mededingingsovertreding.

Men onderscheidt met name tussen de positieve schade en de gederfde winst.

Positieve schade

De positieve schade omvat alle rechtstreeks ingetreden vermogensnadelen die door de mededingingsovertreding zijn veroorzaakt. Daartoe behoren bijkomende kosten, financiële verliezen of overige economische lasten die het vermogen van de benadeelde verminderen.

Consumenten kunnen volgens § 16 lid 1 UWG in beginsel alleen de daadwerkelijk ontstane schade, dus de positieve schade, geldend maken. Hierdoor wordt duidelijk dat de schade niet alleen economisch, maar ook in de externe uitstraling van een onderneming kan liggen.

Gederfde winst

De gederfde winst betreft economische voordelen of winsten die zonder de mededingingsovertreding naar verwachting zouden zijn behaald, maar feitelijk zijn uitgebleven. De vordering vereist dat de winstvooruitzicht naar de omstandigheden van het individuele geval realistisch en navolgbaar was.

Ondernemers kunnen volgens § 16 lid 2 UWG naast de positieve schade ook de gederfde winst vorderen.

Verjaring en termijnen volgens § 20 UWG

In het mededingingsrecht leggen duidelijke verjaringsregels vast hoe lang vorderingen kunnen worden afgedwongen. Wie te laat handelt, verliest zijn rechten – onafhankelijk van hoe duidelijk de overtreding was.

In principe onderscheidt de wet twee soorten termijnen:

Afhankelijk van de vordering gelden verschillende termijnen:

Vordering tot staking

Schadevergoedingsclaim

De praktische betekenis is aanzienlijk: Terwijl stakingsvorderingen snel moeten worden ingediend, blijft er voor schadevergoeding aanzienlijk meer tijd. Wie de verschillen kent, kan zijn vorderingen gericht en tijdig afdwingen.

Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Wie zijn rechten wil veiligstellen, moet daarom met name bij de stakingsvordering snel handelen, omdat anders de mogelijkheid tot afdwinging verloren gaat.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Aansprakelijkheid in het mededingingsrecht

De aansprakelijkheid in het mededingingsrecht is bewust ruim geformuleerd om te waarborgen dat overtredingen effectief kunnen worden vervolgd. Aansprakelijk wordt gesteld degene die de mededingingsovertreding heeft begaan. Daarnaast kunnen echter ook andere personen verantwoordelijk zijn wanneer zij bij de handeling betrokken zijn of deze mogelijk maken.

Daartoe behoren in het bijzonder:

Beslissend is of het gedrag aan de onderneming kan worden toegerekend. De aansprakelijkheid gaat daarmee verder dan de directe dader. Zij omvat allen die wezenlijk bijdragen aan de mededingingsschending.

Aansprakelijkheid van ondernemingen, organen en betrokken derden volgens § 18 UWG

In het mededingingsrecht treft de verantwoordelijkheid in de eerste plaats de onderneming zelf. Ook wanneer een rechtspersoon niet rechtstreeks handelt, wordt haar het gedrag toegerekend van personen die voor haar werkzaam zijn of beslissingen nemen, zoals directeuren, medewerkers of ingeschakelde derden.

Bijzonder relevant is:

Ook medewerkers en externe partners zoals bureaus of dienstverleners kunnen worden getroffen, voor zover zij in de bedrijfsactiviteit zijn ingeschakeld. Bepalend is daarbij niet de formele positie, maar of de onderneming juridisch invloed op het gedrag kan uitoefenen.

Hoofdelijke aansprakelijkheid van meerdere betrokkenen volgens § 17 UWG

Zijn meerdere personen bij een mededingingsovertreding betrokken, dan ontstaat hoofdelijke aansprakelijkheid.
Elke betrokkene kan voor de gehele schade aansprakelijk worden gesteld. De benadeelde kan dus vrij kiezen wie hij tot betaling aanspreekt.

In de onderlinge verhouding kunnen de betrokkenen later onderling uitzoeken wie welk aandeel daadwerkelijk draagt.

Stopzetting van ongeoorloofde mededelingen in drukwerken
volgens § 21 UWG

De bepalingen van de UWG maken het ook mogelijk de verdere verspreiding van ontoelaatbare mededelingen in drukwerken gericht te voorkomen. Dit is bijzonder belangrijk wanneer een mededingingsovertreding via media wordt verspreid en zich daardoor snel op een breed publiek uitwerkt.

Daarbij kan niet alleen tegen de eigenlijke veroorzaker worden opgetreden, maar ook tegen degenen die bij de verspreiding betrokken zijn, zoals uitgeverijen of uitgevers. Daardoor wordt gewaarborgd dat onrechtmatige inhoud niet verder wordt verspreid, zelfs wanneer de dader geen directe toegang meer tot het medium heeft.

Toepassingsgevallen zijn:

Deze regeling versterkt de handhaving van het mededingingsrecht, omdat zij voorkomt dat onrechtmatige inhoud zich verder verspreidt en daardoor aanhoudende schade in de mededinging ontstaat.

Strafbepalingen en sancties

Naast civielrechtelijke vorderingen voorziet het mededingingsrecht ook in strafrechtelijke en bestuursrechtelijke consequenties. Deze grijpen met name in bij ernstige of opzettelijke overtredingen. Doel van de sancties is oneerlijk gedrag niet alleen te stoppen, maar ook afschrikwekkend te werken.

De volgende maatregelen komen in aanmerking:

Voorwaarden voor strafrechtelijke consequenties

Strafrechtelijke sancties in het mededingingsrecht grijpen alleen in wanneer een gedrag verder gaat dan louter mededingingsstrijdigheid. Beslissend is vooral dat er sprake is van opzettelijk of ten minste bewust geaccepteerd wangedrag.

Kernvoorwaarden zijn:

Een centrale rol speelt hierbij § 19 UWG. Deze bepaling maakt duidelijk dat ook de eigenaar van het bedrijf verantwoordelijk kan zijn als hij een overtreding in zijn eigen bedrijf niet voorkomt. Actieve medewerking is dus niet vereist. Reeds het bewust niet voorkomen van een overtreding volstaat.

Concreet betekent dit:

Administratieve boetes bij ernstige overtredingen volgens § 22 UWG

De bepaling van § 22 UWG wordt vaak overschat. Ze creëert geen algemene administratieve strafbaarheid voor mededingingsovertredingen, maar is beperkt tot een duidelijk afgebakend speciaal gebied.

Concreet dient § 22 UWG voor de implementatie en handhaving van de Verordening (EU) 2017/2394 betreffende samenwerking op het gebied van consumentenbescherming (CPC-verordening). De bepaling is daarom alleen van toepassing op grensoverschrijdende feiten.

Voorwaarden zijn:

De sancties kunnen aanzienlijk zijn en zich bijvoorbeeld richten op de economische draagkracht van het bedrijf. Het doel is echter niet de algemene sanctionering van mededingingsovertredingen, maar de effectieve handhaving van het EU-consumentenrecht op de interne markt.

Executie bij overtredingen van verbodsbevelen
volgens § 23 UWG

De bepaling is geen algemeen instrument voor de handhaving van verbodsrechten.

De gedwongen handhaving van gerechtelijke verbodsbevelen vindt in principe plaats volgens de regels van het Executierecht (EO). § 23 UWG vult dit systeem slechts aan in een eng begrensd speciaal gebied.

Concreet staat § 23 UWG eveneens in verband met de CPC-verordening (EU) 2017/2394. De bepaling is van toepassing wanneer:

In de meeste gevallen vindt de handhaving van verbodsrechten nog steeds plaats via de klassieke instrumenten van het Executierecht, door geldboetes om het verbod af te dwingen. § 23 UWG speelt alleen een rol in specifieke uitzonderingsgevallen met een EU-rechtelijke context.

Procedurele bijzonderheden in het UWG

Het mededingingsrecht kent enkele bijzondere procedurele regels die een snelle en effectieve handhaving mogelijk maken. Een centraal kenmerk is dat procedures versneld verlopen. De achtergrond hiervan is dat mededingingsovertredingen onmiddellijke gevolgen hebben en daarom snel moeten worden gestopt.

Bijzonderheden zijn:

De uitsluiting van het publiek is met name aan de orde wanneer bedrijfs- of fabricagegeheimen betroffen zijn. Dit zorgt ervoor dat bedrijven hun rechten kunnen afdwingen zonder interne informatie te hoeven prijsgeven.

Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Deze procedurele bijzonderheden zorgen er over het algemeen voor dat betrokkenen snel, effectief en tegelijkertijd beschermd hun recht kunnen halen.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Voorlopige voorziening volgens § 24 UWG

De voorlopige voorziening is een van de belangrijkste instrumenten in het mededingingsrecht als het gaat om snel handelen. Het maakt het mogelijk om een mededingingsovertreding reeds vóór een definitieve rechterlijke uitspraak te stoppen.

Het grote voordeel ligt in de snelheid. Bedrijven hoeven niet de hele procedure af te wachten, maar kunnen vroegtijdig ingrijpen als een overtreding acuut dreigt of reeds begonnen is.

Vooral in het UWG geldt een versoepeling:
Een voorlopige voorziening kan ook worden uitgevaardigd zonder uitgebreid bewijs van een bijzondere urgentie. Hierdoor wordt de rechtsbescherming aanzienlijk versneld.

Hiermee zorgt de voorlopige voorziening ervoor dat economische schade helemaal niet ontstaat of zich niet verder verspreidt.

Verloop en bijzonderheden van de voorlopige procedure

De procedure voor het uitvaardigen van een voorlopige voorziening wordt de voorlopige procedure genoemd. Deze is bewust vereenvoudigd en gericht op snelheid.

Centraal staat niet de definitieve opheldering van alle details, maar een voorlopige beslissing op basis van een snelle beoordeling.

Kenmerken van de procedure zijn:

Dat betekent: de rechtbank onderzoekt of een vordering waarschijnlijk bestaat, zonder alle bewijzen volledig te verzamelen.

Uitsluiting van het publiek van de zitting volgens § 26 UWG

In het mededingingsrecht kan de rechtbank ook de openbaarheid van de behandeling uitsluiten om gevoelige informatie te beschermen. Deze bepaling komt tot toepassing wanneer bedrijfsgeheimen of interne processen anders zouden worden onthuld.
Het doel is een eerlijk proces te garanderen, zonder bedrijven onnodig te schaden.

Redenen voor de uitsluiting zijn:

Publicatie van het vonnis en reputatiebescherming volgens § 25 UWG

Als een onderneming door oneerlijk gedrag van een concurrent negatief in de openbaarheid is gebracht, kan een rechtbank bevelen dat het vonnis wordt gepubliceerd. De reputatiebescherming zorgt ervoor dat de goede naam van een onderneming na een mededingingsovertreding wordt hersteld of tegen verdere schade wordt beschermd.

De publicatie dient om:

Doel en voorwaarden van de publicatie van het vonnis

De publicatie van het vonnis dient vooral ter bescherming van de goede naam van een bedrijf. Als een bedrijf is benadeeld door oneerlijk gedrag, moet het publiek worden geïnformeerd over de feitelijke juridische situatie.

Voorwaarde is dat de publicatie noodzakelijk en passend is. Er wordt onderzocht in hoeverre de publicatie noodzakelijk is om de ontstane indruk te corrigeren. Ze mag niet verder gaan dan nodig, maar moet zich richten op de reikwijdte en impact van de oorspronkelijke overtreding.

Essentiële criteria zijn:

De publicatie vindt doorgaans op kosten van het in het ongelijk gestelde bedrijf plaats en kan in geschikte media zoals kranten, websites of andere relevante communicatiekanalen gebeuren.

Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Hoe groter de impact, hoe verder de publicatie kan gaan.“

Praktische betekenis voor bedrijven

De regels van §§ 14 tot 26 UWG zijn van aanzienlijk belang voor het dagelijkse ondernemersleven. Ze bepalen hoe snel en effectief tegen oneerlijke concurrentie kan worden opgetreden.

Voor ondernemingen betekent dit enerzijds een verhoogd risico om bij onrechtmatig gedrag snel met stakingsvorderingen te worden geconfronteerd. Anderzijds biedt de stakingsvordering de mogelijkheid om snel op te treden tegen oneerlijke handelingen van mededingers en mededingingsovertredingen effectief te verbieden. Hierdoor schept het mededingingsrecht duidelijke juridische randvoorwaarden en draagt het bij tot eerlijke mededinging op de markt.

Bijzonder relevant is het verbodsrecht, omdat het vaak sneller kan worden afgedwongen dan schadevergoeding. Bedrijven moeten er daarom op letten dat hun maatregelen juridisch correct zijn opgesteld.

Uw voordelen met juridische ondersteuning

Wie zich wil verdedigen tegen oneerlijke concurrentie, staat al snel voor complexe juridische en strategische vragen. Juist de §§ 14 tot 26 UWG laten zien dat het niet alleen gaat om “gelijk hebben”, maar vooral om juist handelen op het juiste moment. Fouten kunnen ertoe leiden dat aanspraken verloren gaan of procedures onnodig duur worden.

Juridische begeleiding zorgt ervoor dat u uw rechten efficiënt, snel en juridisch zeker afdwingt – en tegelijkertijd risico’s vermijdt.

Concrete voordelen:

Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Zo zorgt u ervoor dat oneerlijke handelspraktijken niet alleen worden herkend, maar ook effectief worden beëindigd – en uw positie in de concurrentie duurzaam beschermd blijft.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Veelgestelde vragen – FAQ

Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek