Heling

Heling volgens § 164 StGB is aanwezig wanneer iemand de dader van een vermogensdelict na de daad helpt om de door het eerdere delict verkregen zaak te verbergen, te benutten of zelf in bezit te nemen. De onrechtmatigheid ligt niet in een nieuwe aanval op het vermogen, maar in de bewuste bescherming van het reeds delictueel verkregen voordeel. Hiermee wordt zowel het vermogen van de oorspronkelijke benadeelde beschermd als het staatsbelang bij een effectieve strafvervolging.

De vermogensschade is reeds door het eerdere delict ontstaan. Wie helingswaar koopt, overneemt, doorverkoopt of voor derden aanschaft, draagt er actief aan bij dat het vermogensdelict economisch loont. Precies deze vervolgcriminaliteit moet § 164 StGB tegengaan. Voorwaarde is steeds dat het eerdere delict is afgesloten en de heler er zelf niet bij betrokken was.

Volgens § 164 StGB is er sprake van heling wanneer iemand een door een vermogensdelict verkregen zaak wetens en willens verheelt, benut, in bezit neemt of aan een derde verschaft.

Heling in Oostenrijk uitgelegd. Wanneer het omgaan met gestolen goederen strafbaar is en welke straffen er dreigen. Informeer nu.
Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Heling ligt niet in de hernieuwde aanval op andermans vermogen, maar in de bewuste bescherming van het reeds delictueel verkregen voordeel. Doorslaggevend is dat het eerdere delict is afgesloten en de beschuldigde pas daarna door overname, bewaring of doorgifte actief wordt. “

Objectieve delictsomschrijving

Het objectieve bestanddeel van heling omvat uitsluitend de uiterlijk waarneembare gebeurtenis. Bepalend is alleen wat door neutrale observatie kan worden vastgesteld, dus concrete handelingen, processen en objectieve omstandigheden. Innerlijke processen zoals opzet, kennis of motieven blijven buiten beschouwing en behoren niet tot het objectieve bestanddeel.

Het objectieve bestanddeel van heling vereist dat een met straf bedreigde handeling tegen andermans vermogen reeds is begaan en afgesloten. De door dit eerdere delict verkregen zaak moet de dader van het eerdere delict zijn toegekomen. Heling is daarmee noodzakelijkerwijs vervolgcriminaliteit en begint in de tijd na voltooiing van het eerdere delict. De heler mag niet bij het eerdere delict zelf betrokken zijn geweest.

Het object van de daad is een vreemde roerende zaak die afkomstig is van een strafbare vermogenshandeling. Het is irrelevant welk concreet eerdere delict voorligt, zolang het maar gaat om een met straf bedreigde handeling tegen andermans vermogen. Doorslaggevend is alleen dat de zaak door deze daad is verkregen.

De daad bestaat objectief in een van de wettelijk genoemde gedragingen. De dader ondersteunt de dader van het eerdere delict bij het verbergen of benutten van de zaak of hij koopt de zaak, brengt ze in bezit of verschaft ze aan een derde. Omvat zijn daarmee zowel ondersteunende activiteiten ten gunste van de dader van het eerdere delict als zelfstandige toegangshandelingen van de heler.

Verhelen is aanwezig wanneer de zaak aan de toegang van de rechthebbende of de strafvervolgingsautoriteiten wordt onttrokken. Benutten is elk economisch gebruik van de zaak. In bezit nemen betekent het verkrijgen van eigen feitelijke macht over de zaak. Verschaffen aan een derde is aanwezig wanneer de dader bewerkstelligt dat een ander de zaak ontvangt.

Het objectieve bestanddeel is reeds met het verrichten van deze handeling vervuld. Een economisch succes of een duurzaam gebruik zijn niet vereist. Kortstondige macht over de zaak is voldoende.

Kwalificerende omstandigheden

Boven het basisbestanddeel uit voorziet § 164 StGB in objectieve kwalificaties die de onrechtmatigheid van de daad verhogen.

Een gekwalificeerde heling is objectief aanwezig wanneer de waarde van de geheelde zaak meer dan € 5.000 bedraagt. Bepalend is de objectieve verkeerswaarde op het tijdstip van de daad. Op subjectieve waardeoordelen of latere waarde veranderingen komt het niet aan.

Een verdere kwalificatie is aanwezig wanneer de waarde van de zaak meer dan € 300.000 bedraagt. Ook hier is uitsluitend de objectieve verkeerswaarde doorslaggevend. Deze kwalificatie sluit alleen aan op de hoogte van de economische waarde, onafhankelijk van aard en omvang van de daad.

Eveneens gekwalificeerd is de heling wanneer ze gewoonlijk wordt bedreven. Gewoonlijkheid is aanwezig wanneer het uiterlijke voorkomen van de daad erop wijst dat de dader de heling met herhalingsintentie en voor een zekere duur aangelegd begaat, om zich daaruit een voortdurende bron van inkomsten te verschaffen. Bepalend is de objectieve structuur van de activiteit, niet een louter eenmalige daad.

Een verdere objectieve kwalificatie is aanwezig wanneer het eerdere delict naar zijn aard bijzonder zwaar weegt, in het bijzonder wanneer het met een hoge strafdreiging verbonden is. Doorslaggevend zijn hier de objectieve omstandigheden van het eerdere delict, niet de innerlijke instelling van de heler. Het is voldoende dat de zaak afkomstig is van een daad die op grond van haar zwaarte een verhoogde onrechtmatigheid draagt.

Toetsingsstappen

Dader:

Dader kan elke strafrechtelijk verantwoordelijke persoon zijn. Bijzondere persoonlijke eigenschappen zijn niet vereist.

Slachtoffer:

Het object van de daad is een vreemde roerende zaak die afkomstig is van een met straf bedreigde handeling tegen andermans vermogen.

Delictshandeling:

De daad bestaat uit het ondersteunen bij het verbergen of benutten, in het kopen, in het in bezit nemen of in het verschaffen aan een derde.

Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek
Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Voor de beoordeling van de heling is uitsluitend doorslaggevend of na afsluiting van het eerdere delict een vreemde roerende zaak verheimelijkt, benut, in bezit genomen of doorgegeven werd. Innerlijke motieven zijn hier irrelevant, doorslaggevend is het objectief vaststelbare gedrag. “

Afbakening van andere delicten

Het bestanddeel van heling omvat gevallen waarin een door een vermogensdelict verkregen zaak na afsluiting van het eerdere delict verheimelijkt, benut, in bezit genomen of aan een derde verschaft wordt. Het zwaartepunt van de onrechtmatigheid ligt in de vervolgcriminaliteit. Beschermd wordt niet alleen het vermogen van de benadeelde, maar ook het staatsbelang bij het verhinderen van de economische bescherming van strafbare feiten. Doorslaggevend is dat het eerdere delict reeds voltooid is en de heler er niet zelf bij betrokken was.

Samenloop:

Meerdaadse samenloop:

Echte concurrentie is aanwezig wanneer naast de heling verdere zelfstandige delicten verwezenlijkt worden, bijvoorbeeld valsheid in geschrifte, bedrog bij de doorverkoop of witwassen. De delicten staan naast elkaar, omdat verschillende rechtsgoederen geschonden worden en geen bestanddeel het andere volledig consumeert.

Eendaadse samenloop:

Een verdringing komt in aanmerking wanneer een ander bestanddeel de gehele onrechtmatigheid van de heling volledig omvat. Dit is in het bijzonder bij het witwassen het geval, voor zover de daad uitsluitend op de verhulling van de herkomst en de integratie in de legale economische kringloop gericht is. In deze gevallen treedt de heling terug.

Meerdaadse samenloop:

Meerdaadse samenloop is aanwezig wanneer meerdere zelfstandige helingshandelingen met betrekking tot verschillende zaken of op verschillende tijdstippen begaan worden. Elke daad vormt een eigen strafrechtelijke eenheid, voor zover geen voortgezette handeling voorligt.

Voortgezette handeling:

Een voortgezette handeling kan aangenomen worden wanneer meerdere gelijksoortige helingshandelingen in eng tijdelijk en zakelijk verband staan en door een eenheid van besluit tot de daad gedragen zijn, bijvoorbeeld bij de planmatige doorverkoop van meerdere gestolen voorwerpen in het kader van een eenheid van afzetconcept. De afzonderlijke handelingen worden dan tot een rechtelijke eenheid samengevat.

Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„De afgrenzing tot de deelneming aan het eerdere delict en tot andere vermogensdelicten is centraal. Wie pas na voltooiing van het eerdere delict actief wordt, kan heler zijn, wie in het proces van de daad betrokken was, is dader of mededader – deze scheidslijn beslist over het gehele rechtelijke kader. “

Bewijslast & bewijswaardering

Openbaar Ministerie:

Het openbaar ministerie moet aantonen dat een met straf bedreigde handeling tegen andermans vermogen reeds begaan en afgesloten werd en dat de beschuldigde na de daad een door dit eerdere delict verkregen zaak verheimelijkt, benut, in bezit genomen of aan een derde verschaft heeft. Doorslaggevend is niet de hernieuwde benadeling van het vermogen, maar de economische bescherming of benutting van het delictueel verkregen voordeel.

Daarnaast is aan te tonen dat de beschuldigde niet zelf aan het eerdere delict betrokken was, maar pas na de voltooiing ervan actief werd. Heling is noodzakelijke vervolgcriminaliteit. Een deelneming aan het eerdere delict sluit het bestanddeel uit.

In het bijzonder moet worden bewezen dat

Het openbaar ministerie heeft bovendien aan te tonen of de beweerde verheimelijkings, benuttings of doorgiftehandelingen objectief navolgbaar en bewijsbaar zijn.

Rechtbank:

De rechtbank toetst alle bewijzen in het totale verband en beoordeelt of naar objectieve maatstaven een helingshandeling in de zin van § 164 StGB voorligt. In het middelpunt staat de vraag of een door een vermogensdelict verkregen zaak na afsluiting van het eerdere delict doelgericht aan de economische benutting of de toegang onttrokken werd.

Aanvullend toetst de rechtbank of de beschuldigde zelfstandig na het eerdere delict gehandeld heeft of dat zijn activiteit nog aan het eerdere delict toe te rekenen is. De afgrenzing tot de mededaderschap is daarbij centraal.

Daarbij houdt de rechtbank met name rekening met

De rechtbank grenst duidelijk af tot sociaal adequate handelingen zonder helingsbetrekking, tot louter kennis van het eerdere delict zonder handeling alsook tot gevallen waarin de beschuldigde nog als betrokkene van het eerdere delict te beschouwen is.

Beschuldigde persoon:

De verdachte draagt geen bewijslast. Hij kan echter gegronde twijfels aantonen, in het bijzonder met betrekking tot

Ze kan bovendien aantonen dat de handeling onduidelijk of zonder helingsbetrekking plaatsgevonden is of dat de voorwaarden van § 164 StGB niet vervuld zijn.

Typische beoordeling

In de praktijk zijn bij § 164 StGB in het bijzonder de volgende bewijzen van betekenis:

Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„In de praktijk mislukt het verwijt van heling vaak aan de ontbrekende bewijsbaarheid van het eerdere delict of aan onduidelijke bezitswegen. Zonder zuivere bewijzen over de herkomst van de zaak en tot de concrete overnamehandeling draagt de aanklacht niet. “
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Praktijkvoorbeeld

Dit voorbeeld toont aan dat heling niet pas bij georganiseerde doorverkoop voorligt. Reeds het bewuste overnemen en doorgeven van een gestolen zaak na afsluiting van het eerdere delict is voldoende, om het bestanddeel te vervullen. Doorslaggevend is niet de aard van de zaak, maar dat de dader achterafgaand de benutting of bescherming van het delictueel verkregen voordeel mogelijk maakt.

Subjectieve delictsomschrijving

Het subjectieve bestanddeel van heling verlangt opzet met betrekking tot alle objectieve bestanddeelkenmerken. De dader moet weten dat de zaak van een met straf bedreigde handeling tegen andermans vermogen afkomstig is en dat hij na afsluiting van het eerdere delict actief wordt, door de zaak te verheimelijken, te benutten, in bezit te nemen of aan een derde te verschaffen.

Voor het opzet volstaat dat de dader de delictuele herkomst van de zaak en zijn eigen helingshandeling ernstig voor mogelijk houdt en zich daarmee verzoent. Eventueel opzet is voldoende. Het opzet moet ook betrekking hebben op het feit dat het basisdelict al is voltooid en dat hij niet zelf aan dit delict heeft deelgenomen.

Het opzet moet er verder op gericht zijn dat door zijn gedrag het economisch gebruik of de bescherming van de door het basisdelict verkregen zaak mogelijk wordt gemaakt. Het is niet vereist dat de dader zelf een voordeel wil behalen. Een zelfstandig verrijkingsopzet is geen voorwaarde voor de vaststelling van het misdrijf.

Bij de waardekwalificaties volgens § 164 lid 3 en lid 4 StGB moet het opzet ook betrekking hebben op het feit dat de zaak een aanzienlijke waarde heeft. De dader moet er minstens rekening mee houden dat het om hoogwaardige of bijzonder waardevolle voorwerpen gaat. De exacte waardegrens hoeft hij niet te kennen.

Bij de gewoontematige heling moet het opzet er bovendien op gericht zijn om het feit niet slechts eenmalig, maar herhaaldelijk en stelselmatig te plegen, om zich daaruit een voortdurende bron van inkomsten te verschaffen.

Er is geen sprake van een subjectief bestanddeel van het misdrijf als de dader ernstig uitgaat van een legale herkomst van de zaak, als hij geen kennis heeft van het basisdelict, als hij gelooft in een recht van de pleger van het basisdelict of als hij ervan uitgaat nog deel uit te maken van het basisdelict.

Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Schuld & dwalingen

Dwaling omtrent het verbod:

Een verbodsdwaling verschoont alleen als deze onvermijdelijk was. Wie een zaak overneemt, doorverkoopt of gebruikt, hoewel de delictuele herkomst zich opdringt, kan zich er niet op beroepen de strafbaarheid niet te hebben ingezien. Iedereen is verplicht zich te informeren over de juridische grenzen van zijn handelen. Loutere onwetendheid of onverschilligheid ontslaan niet van verantwoordelijkheid.

Dwalen omtrent de feiten:

Er is sprake van dwalen omtrent de feiten als de dader ten onrechte uitgaat van een legale herkomst van de zaak. Wie serieus gelooft dat de zaak rechtmatig is verkregen, geschonken of gevonden, handelt zonder opzet. In dit geval is er geen sprake van heling. Doorslaggevend is of de dwaling begrijpelijk en geloofwaardig is of dat de omstandigheden de verdenking van illegale herkomst moesten doen vermoeden.

Schuldbeginsel:

Strafbaar is alleen wie schuldig handelt. Heling vereist opzet. Ontbreekt dit, bijvoorbeeld omdat de dader in goed vertrouwen uitgaat van een rechtmatige herkomst, dan is niet aan de delictsomschrijving voldaan. Nalatigheid is niet voldoende.

Ontoerekeningsvatbaarheid:

Niemand treft schuld die ten tijde van het delict op grond van een ernstige psychische stoornis, een ziekelijke geestelijke beperking of een aanzienlijk gebrek aan controle niet in staat was het onrecht van zijn handelen in te zien of naar dit inzicht te handelen. Bij overeenkomstige twijfels wordt een psychiatrisch rapport ingewonnen.

Verontschuldigende noodtoestand:

Een verontschuldigende noodtoestand kan uitzonderlijk aanwezig zijn als de dader in een extreme dwangpositie handelt, bijvoorbeeld om een acuut existentieel gevaar af te wenden. Het gedrag blijft onrechtmatig, maar kan schuldverminderend of verontschuldigend werken als er geen andere redelijke uitweg was. Op het gebied van heling is dit echter slechts in enge uitzonderingsgevallen denkbaar.

Strafopheffing & diversie

Diversie:

Bij heling is een afleiding in principe mogelijk, aangezien § 164 StGB in zijn basisvormen niet met meer dan vijf jaar gevangenisstraf wordt bedreigd en daarmee aan de formele voorwaarden van § 198 StPO kan worden voldaan. Of een afdoening door middel van afleiding in aanmerking komt, hangt echter af van de ernst van de schuld, het delictsbeeld en de omstandigheden van het individuele geval.

Een afleiding komt met name in aanmerking als

In dergelijke gevallen kunnen maatregelen zoals betaling van een geldbedrag, prestaties van algemeen nut, proeftijd met voorwaarden of bemiddeling tussen dader en slachtoffer in aanmerking komen.

Uitsluiting van diversie:

Een afleiding is uitgesloten als

In deze gevallen is een afdoening door middel van afleiding juridisch niet toegestaan. Het komt tot een formeel strafproces met veroordeling of vrijspraak.

Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Diversion is geen automatisme. Planmatige aanpak, herhaling of een merkbare vermogensschade sluiten een diversionele afhandeling in de praktijk vaak uit. “
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Straftoemeting & gevolgen

De rechtbank bepaalt de straf bij heling naar de waarde van de geheelde zaak, maar vooral naar de aard, intensiteit en betekenis van de verrichting en naar de concrete gevolgen voor de economische bescherming van het basisdelict. Doorslaggevend is in welke mate de dader heeft bijgedragen aan het veiligstellen, realiseren of in de economische kringloop brengen van het delictueel verkregen voordeel. Het loutere bezit treedt terug ten opzichte van de actieve verrichting of doorgifte, maar blijft relevant voor de totale beoordeling.

In het bijzonder weegt mee of de dader doelgericht, planmatig of georganiseerd te werk is gegaan, of het feit spontaan of voorbereid was en welke mate van criminele energie hij aan de dag heeft gelegd. Ook de nabijheid tot het basisdelict en de betekenis van zijn handelen voor het succes van de vervolgcriminaliteit zijn centrale factoren bij de strafmaat.

Strafverzwarende omstandigheden zijn met name als

Strafverminderende omstandigheden zijn bijvoorbeeld

Op grond van de getrapte strafbedreiging is de speelruimte voor matigingen verschillend uitgesproken. Bij eenmalige, niet-gewoontematige heling met geringe waarde komt een voorwaardelijke strafkwijtschelding bij positieve sociale prognose in aanmerking. Bij gewoontematige heling of een zeer hoge waarde van de zaak is de speelruimte duidelijk beperkt.

Strafmaat

In de basisvorm van de heling gaat het om het bewust ondersteunen van de dader na het delict, om het verheimelijken of verrichten van de zaak en om het kopen, zich toe-eigenen of doorgeven aan derden. Er worden typische gevallen van vervolgcriminaliteit zonder bijzondere verzwarende omstandigheden omvat. In deze constellaties dreigt vrijheidsstraf tot zes maanden of geldboete tot 360 dagtarieven.

Stijgt het onrechtsgehalte doordat de zaak een duidelijk hogere waarde heeft, dan beoordeelt de wet het feit als merkbaar zwaarder. De economische schade en de betekenis voor de bescherming van het basisdelict staan hier op de voorgrond. In deze gevallen voorziet de wet in vrijheidsstraf tot twee jaar.

Bereikt de waarde van de zaak een bijzonder hoog niveau of wordt de heling planmatig als bron van inkomsten bedreven, dan is er sprake van een bijzonder zware vorm. Hetzelfde geldt als de zaak afkomstig is van een bijzonder zwaarwegend basisdelict en de dader zich hiervan bewust is. In deze constellaties dreigt vrijheidsstraf van zes maanden tot vijf jaar.

Handelt de dader slechts uit nood, onbezonnenheid of ter bevrediging van een begeerte met betrekking tot een zaak van geringe waarde, dan beoordeelt de wet het onrecht duidelijk lager. In deze gevallen bedraagt de strafbedreiging vrijheidsstraf tot een maand of geldboete tot 60 dagtarieven, voor zover er geen bijzonder zware basisdelicten aan ten grondslag liggen.

Liggen de basisdelicten in de enge familiale nabijheid, dan houdt de wet rekening met de persoonlijke verhouding. In deze gevallen is ofwel de vervolging alleen met toestemming van de benadeelde toegestaan of vervalt de strafbaarheid überhaupt.

Geldboete – Dagboetesysteem

Het Oostenrijkse strafrecht berekent geldboetes volgens het dagboetesysteem. Het aantal dagboetes is gebaseerd op de schuld, het bedrag per dag op de financiële draagkracht. Zo wordt de straf aangepast aan de persoonlijke omstandigheden en blijft deze toch voelbaar.

Opmerking:

Bij heling is een geldboete in principe toegestaan en komt vooral in de basisvorm en bij gering onrechtsgehalte in aanmerking. Bij gewoontematige heling of zeer hoge waarden van de zaak staan in de praktijk vrijheidsstraffen op de voorgrond.

Gevangenisstraf & (gedeeltelijk) voorwaardelijke opschorting

§ 37 StGB: Als de wettelijke strafbedreiging tot vijf jaar reikt, kan de rechtbank in plaats van een korte vrijheidsstraf van maximaal een jaar een geldboete opleggen.

Deze mogelijkheid bestaat bij de heling in principe, aangezien het basisdelict met vrijheidsstraf tot zes maanden of geldboete wordt bedreigd. Ook bij de waardekwalificerende vormen en bij gewoontematige heling kan § 37 StGB juridisch in aanmerking komen, zolang de opgelegde vrijheidsstraf een jaar niet overschrijdt. In de praktijk wordt deze mogelijkheid vooral gebruikt bij geringe schuld, lage waarde van de zaak en ontbrekende eerdere veroordelingen.

§ 43 StGB: Een vrijheidsstraf kan voorwaardelijk worden kwijtgescholden als deze de twee jaar niet overschrijdt en de dader een positieve sociale prognose heeft. Bij de heling is deze mogelijkheid regelmatig geopend, met name bij gelegenheidsdaders, geringe waarde van het delict en ontbrekende criminele betrokkenheid. In de praktijk wordt de voorwaardelijke kwijtschelding vaak verleend, voor zover er geen verzwarende omstandigheden zoals gewoontematigheid of hoge schadebedragen aanwezig zijn.

Bij gewoontematige heling of bij zeer hoge waarden van de zaak wordt de voorwaardelijke kwijtschelding daarentegen duidelijk terughoudender toegepast, aangezien hier een verhoogde mate van criminele energie wordt aangenomen.

§ 43a StGB: De gedeeltelijk voorwaardelijke kwijtschelding staat een combinatie van onvoorwaardelijk en voorwaardelijk kwijtgescholden strafdeel toe. Deze is bij straffen boven zes maanden en tot twee jaar mogelijk.

Bij de heling komt deze mogelijkheid in aanmerking als weliswaar een vrijheidsstraf noodzakelijk lijkt, maar er toch gunstige omstandigheden voor de dader aanwezig zijn, bijvoorbeeld bekentenis, schadevergoeding, medewerking of ontbrekende eerdere veroordelingen. In dergelijke gevallen kan een kort onvoorwaardelijk deel met een voorwaardelijk kwijtgescholden rest worden gecombineerd.

§§ 50 tot 52 StGB: De rechtbank kan aanwijzingen geven en reclassering bevelen. Deze betreffen bijvoorbeeld

Bij de heling komen dergelijke maatregelen regelmatig in aanmerking, met name ter waarborging van de schadevergoeding en ter vermijding van verdere vervolgcriminaliteit. Ze kunnen in het kader van een voorwaardelijke of gedeeltelijk voorwaardelijke strafkwijtschelding worden bevolen en dienen ter stabilisering van de levenswijze en de preventieve werking.

Bevoegdheid van de rechtbanken

Materiële bevoegdheid

Bij de heling is niet automatisch altijd de regionale rechtbank bevoegd. Doorslaggevend is het strafkader, dat zich richt naar de waarde van de zaak en de aard van de begaan.

Liggen de beschuldigingen in het basisbereik, dus bij eenvoudige heling met een strafbedreiging tot zes maanden vrijheidsstraf of geldboete, dan is de districtsrechtbank bevoegd. Er worden typische gevallen van gelegenheidsheling zonder bijzondere economische betekenis omvat.

Bereiken de beschuldigingen een bereik waarin tot twee jaar vrijheidsstraf dreigt, bijvoorbeeld bij zaken van hogere waarde, dan is de regionale rechtbank als alleensprekende rechter bevoegd. Dit betreft constellaties met een duidelijk verhoogde waarde van de zaak, maar zonder bijzonder zware kwalificatie.

Komt een strafbedreiging van tot vijf jaar in aanmerking, met name bij gewoontematige heling, bij zeer hoge waarden van de zaak of bij bijzonder zware basisdelicten, dan is eveneens de regionale rechtbank bevoegd. Afhankelijk van de concrete vormgeving kan dit in een bezetting met een alleensprekende rechter of een lekenrechter plaatsvinden.

Een juryrechtbank is bij de heling niet bevoegd, aangezien noch de aard van het delict noch de strafbedreiging aan de voorwaarden voor een dergelijke bezetting voldoen.

Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„De gerechtelijke bevoegdheid volgt uitsluitend de wettelijke bevoegdheidsregeling. Doorslaggevend zijn strafbedreiging, plaats delict en procesbevoegdheid, niet de subjectieve inschatting van de betrokkenen of de feitelijke complexiteit van de zaak. “

Territoriale bevoegdheid

Plaatselijk bevoegd is in principe de rechtbank op de plaats van het delict.

Als de plaats van het delict niet eenduidig kan worden vastgesteld, is de bevoegdheid afhankelijk van

De procedure wordt gevoerd waar een doelmatige en ordelijke uitvoering het best gewaarborgd is.

Instanties

Wordt een vonnis geveld, dan is dit niet per se definitief. Tegen de beslissing kan zowel de beschuldigde persoon als het openbaar ministerie een rechtsmiddel aanwenden.

Afhankelijk van de rechtbank en de bezetting komt een beroep en in bepaalde gevallen bovendien een cassatieberoep in aanmerking. De hogere rechtbank controleert of de procedure correct is gevoerd en of de juridische beoordeling juist is.

Welke soort controle mogelijk is, hangt ervan af of de districtsrechtbank of de regionale rechtbank heeft beslist en in welke bezetting de rechtbank werkzaam was.

Civiele vorderingen in strafzaken

Bij de heling kan de benadeelde persoon als private partij zijn civielrechtelijke aanspraken direct in de strafprocedure geldend maken. Aangezien de heling de omgang met een door een basisdelict verkregen zaak betreft, richten de aanspraken zich met name op de waarde van de zaak, op teruggave, vergoeding bij onmogelijkheid, gebruiksderving en op verdere vermogensrechtelijke schade die door het verheimelijken, verrichten of doorgeven is ontstaan.

Daarnaast kan gevolgschade worden vergoed, bijvoorbeeld als door de helingshandeling extra economische nadelen zijn ontstaan die verder gaan dan de oorspronkelijke vermogensschade, bijvoorbeeld opslagkosten, waardevermindering, gederfde verkoopmogelijkheden of extra uitgaven voor het terugkrijgen van de zaak.

De aansluiting van de private partij remt de verjaring van de geldend gemaakte aanspraken, zolang de strafprocedure aanhangig is. Na onherroepelijke afronding loopt de verjaring slechts in zoverre verder als de aanspraken niet zijn toegewezen.

Een vrijwillige schadevergoeding, bijvoorbeeld de teruggave van de zaak, de afgifte van de opbrengst of de vergoeding van de schade, kan een strafverminderende werking hebben, voor zover deze tijdig en serieus plaatsvindt. Bij de heling komt deze reden tot matiging regelmatig sterker tot uiting dan bij geweldsdelicten, aangezien het zwaartepunt van het onrecht in het vermogensbereik ligt.

Heeft de dader echter gewoontematig, planmatig of in kennis van een bijzonder zwaar basisdelict gehandeld, dan verliest een latere schadevergoeding regelmatig een wezenlijk deel van haar matigende betekenis, aangezien in deze gevallen een verhoogde mate van criminele energie aanwezig is.

Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Privatbeteiligtenansprüche moeten duidelijk worden gekwantificeerd en gedocumenteerd. Zonder een degelijke schadedocumentatie blijft de schadevergoeding in de strafprocedure vaak onvolledig en verschuift deze naar de civiele procedure. “
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Overzicht van de strafprocedure

Begin van het onderzoek

Een strafprocedure vereist een concrete verdenking, vanaf wanneer een persoon als verdachte geldt en alle rechten van de verdachte kan uitoefenen. Aangezien het om een Offizialdelikt gaat, leiden politie en openbaar ministerie de procedure van ambtswege in, zodra er een overeenkomstige verdenking bestaat. Een bijzondere verklaring van de benadeelde is hiervoor niet vereist.

Politie en openbaar ministerie

Het openbaar ministerie leidt het opsporingsonderzoek en bepaalt het verdere verloop. De recherche verricht het nodige onderzoek, veiligt sporen, neemt getuigenverklaringen op en documenteert de schade. Uiteindelijk beslist het openbaar ministerie over seponering, diversie of vervolging, afhankelijk van schuldgraad, schadeomvang en bewijspositie.

Verhoor van de verdachte

Voor elk verhoor krijgt de verdachte persoon een volledige voorlichting over zijn rechten, in het bijzonder het zwijgrecht en het recht op bijstand van een advocaat. Verlangt de verdachte een advocaat, dan wordt het verhoor uitgesteld. Het formele verdachtenverhoor dient voor de confrontatie met de beschuldiging en het bieden van de mogelijkheid tot stellingname.

Inzage in het dossier

Inzage in de stukken kan bij politie, openbaar ministerie of rechtbank worden genomen. Dit omvat ook bewijsstukken, voor zover het onderzoeksdoel daardoor niet in gevaar komt. De voeging als benadeelde partij richt zich naar de algemene regels van het wetboek van strafvordering en maakt het de benadeelde mogelijk schadevergoedingsvorderingen direct in het strafproces geldend te maken.

Hoofdzitting

De terechtzitting dient voor de mondelinge bewijsvoering, de juridische beoordeling en de beslissing over eventuele civielrechtelijke vorderingen. De rechtbank onderzoekt in het bijzonder het verloop van de daad, opzet, schadeomvang en de geloofwaardigheid van de verklaringen. Het proces eindigt met veroordeling, vrijspraak of afdoening via diversie.

Rechten van de verdachte

Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„De juiste stappen in de eerste 48 uur bepalen vaak of een procedure escaleert of controleerbaar blijft.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Praktijk & gedragstips

  1. Zwijgen bewaren.
    Een korte verklaring volstaat: “Ik maak gebruik van mijn zwijgrecht en spreek eerst met mijn verdediging.” Dit recht geldt reeds vanaf het eerste verhoor door politie of Openbaar Ministerie.
  2. Onmiddellijk verdediging contacteren.
    Zonder inzage in de onderzoeksdossiers moet geen verklaring worden afgelegd. Pas na dossierinzage kan de verdediging inschatten welke strategie en welke bewijsvergaring zinvol zijn.
  3. Bewijs onmiddellijk veiligstellen.
    U dient alle beschikbare documenten, berichten, foto’s, video’s en andere opnames zo vroeg mogelijk veilig te stellen en in kopie te bewaren. Digitale gegevens moeten regelmatig worden opgeslagen en beschermd tegen latere wijzigingen. Noteer belangrijke personen als mogelijke getuigen en leg het verloop van de gebeurtenissen tijdig vast in een geheugenprotocol.
  4. Geen contact met tegenpartij opnemen.
    Eigen berichten, telefoontjes of posts kunnen als bewijsmiddel tegen u worden gebruikt. Alle communicatie moet uitsluitend via de verdediging verlopen.
  5. Video- en dataopnamen tijdig veiligstellen.
    Bewakingsvideo’s in openbaar vervoer, horeca of van huisbeheer worden vaak na enkele dagen automatisch gewist. Verzoeken tot databeveiliging moeten daarom direct aan beheerders, politie of OM worden gericht.
  6. Huiszoekingen en inbeslagnames documenteren.
    Bij huiszoekingen of inbeslagnames moet u om een kopie van het bevel of proces-verbaal vragen. Noteer datum, tijd, betrokken personen en alle meegenomen voorwerpen.
  7. Bij arrestatie: geen verklaringen over de zaak afleggen.
    Sta erop dat uw advocaat onmiddellijk wordt ingelicht. Voorlopige hechtenis mag alleen worden opgelegd bij dringende verdenking en een aanvullende detentiegrond. Minder ingrijpende maatregelen (bijv. belofte, meldplicht, contactverbod) hebben voorrang.
  8. Herstel doelgericht voorbereiden.
    Betalingen, symbolische prestaties, verontschuldigingen of andere compensatie-aanbiedingen mogen uitsluitend via de verdediging worden afgehandeld en gedocumenteerd. Een gestructureerd herstel kan een positief effect hebben op diversie en strafbepaling.
Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Wie overwogen handelt, bewijs veiligstelt en vroeg juridische ondersteuning zoekt, behoudt de controle over de procedure.“

Uw voordelen met juridische ondersteuning

Heling is juridisch complex, omdat de beoordeling in belangrijke mate afhangt van de herkomst van de zaak, de kennis van de dader, het tijdstip van de handeling na het gronddelict en de waarde, aard van de uitvoering en mogelijke beroepsmatigheid. Reeds kleine afwijkingen in de feiten kunnen bepalen of er daadwerkelijk sprake is van heling of dat er sprake is van een straffeloze constellatie.

Vroegtijdige juridische begeleiding zorgt ervoor dat het gronddelict, de bezitswegen, de opzet en de beweerde kwalificaties juridisch correct worden ingedeeld en ontlastende omstandigheden consequent worden uitgewerkt.

Ons advocatenkantoor

Als strafrechtelijk gespecialiseerde vertegenwoordiging zorgen wij ervoor dat de beschuldiging van heling zorgvuldig wordt onderzocht en dat de procedure wordt gevoerd op een solide feitelijke basis, om de juridische en persoonlijke gevolgen voor de betrokken persoon zo gering mogelijk te houden.

Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Juridische ondersteuning betekent het werkelijke gebeuren duidelijk te scheiden van waarderingen en daaruit een houdbare verdedigingsstrategie te ontwikkelen.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

FAQ – Veelgestelde vragen

Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek