Autosnelweg
- Autosnelweg
- Aanduiding van autosnelwegen
- Toegestane maximumsnelheid
- Gebruik van de autosnelweg
- Op- en afrit van autosnelwegen
- Stoppen op de autosnelweg
- Verboden gedragingen op de autosnelweg
- Reddingsstrook
- Vluchtstrook
- Inhaalregels op de autosnelweg
- Veiligheidsafstand
- Autosnelwegvignet en tol
- IG-L snelheidsbeperking op autosnelwegen
- Belangrijke begrippen in het autosnelwegverkeer
- Bevoegdheden op autosnelwegen
- Strafbepalingen bij overtredingen
- Uw voordelen met juridische ondersteuning
- Veelgestelde vragen – FAQ
Autosnelweg
Een autosnelweg is een weg die door een speciaal verkeersbord als autosnelweg is aangeduid en daarom uitsluitend dient voor het snelle verkeer van motorvoertuigen. De juridische grondslagen zijn daarbij met name te vinden in de Straßenverkehrsordnung (StVO). Autosnelwegen beschikken bovendien over van elkaar gescheiden rijbanen en zijn tegelijkertijd onderworpen aan bijzondere verkeersregels, die zich dus duidelijk onderscheiden van die op gewone wegen.
Voor autosnelwegen geldt in principe een toegestane maximumsnelheid van 130 km per uur. Daarnaast bestaan er talrijke bijzondere voorschriften, bijvoorbeeld met betrekking tot toegestaan verkeer, stoppen, berijden van de vluchtstrook of het vormen van een reddingsstrook.
Autosnelwegen zijn speciaal aangeduide wegen voor het verkeer van motorvoertuigen met gescheiden rijrichtingen en een wettelijke maximumsnelheid van in principe 130 km/u.
Aanduiding van autosnelwegen
Autosnelwegen beginnen in principe met een speciaal verkeersbord, dat in de Straßenverkehrsordnung is geregeld. Dit bord geeft daarbij aan dat vanaf dit punt de bijzondere regels voor autosnelwegen gelden.
Ook het einde van een autosnelweg wordt daarentegen aangegeven door een eigen verkeersbord. Vanaf dat moment gelden weer de algemene voorschriften voor normale wegen.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Juist bij ernstige verkeersovertredingen op de autosnelweg, zoals bij reddingsstrook, spookrijden of rijbewijsmaatregelen, kan tijdig juridisch advies van doorslaggevend belang zijn om juridische nadelen te vermijden“
Toegestane maximumsnelheid
De toegestane maximumsnelheid op Oostenrijkse autosnelwegen bedraagt in principe 130 km/u.
Voor bepaalde voertuigcategorieën gelden echter lagere maximumsnelheden. Deze zijn met name geregeld in de Kraftfahrgesetz Durchführungsverordnung. Zo mogen bijvoorbeeld bussen in de regel maximaal 100 km/u rijden.
Daarnaast kunnen door verkeersborden lagere snelheden worden voorgeschreven, bijvoorbeeld bij wegwerkzaamheden, druk verkeer of bijzondere gevaarlijke plaatsen.
Te langzaam rijden op autosnelwegen
Ook op autosnelwegen mogen bestuurders niet willekeurig langzaam rijden. Volgens § 20 StVO moeten bestuurders hun snelheid zo kiezen dat zij de verkeersstroom niet onnodig belemmeren. Wie zonder geldige reden aanzienlijk langzamer rijdt dan het overige verkeer en daardoor andere verkeersdeelnemers in gevaar brengt of belemmert, kan daarom een administratieve overtreding begaan.
Een wettelijk vastgestelde minimumsnelheid bestaat op autosnelwegen weliswaar niet. Toch kan te langzaam rijden onrechtmatig zijn wanneer er geen geldige reden voor is en daardoor de verkeersstroom wordt belemmerd of in gevaar gebracht.
Geldige redenen voor een lagere snelheid kunnen bijvoorbeeld zijn:
- slecht weer
- druk verkeer
- technische problemen aan het voertuig
- wegwerkzaamheden of bijzondere gevaarlijke plaatsen
Gebruik van de autosnelweg
Autosnelwegen mogen alleen worden gebruikt door motorvoertuigen die een constructiesnelheid van minimaal 60 km/u kunnen bereiken. Deze regel volgt uit § 46 StVO.
Verboden verkeersdeelnemers
Verboden is daarom het gebruik door
- Voetgangers
- fietsers
- voertuigen met paardentractie
- ruiters of veedrijvers
- langzame voertuigen zonder voldoende constructiesnelheid
Autosnelwegen dienen uitsluitend voor het snelle en veilige verkeer van motorvoertuigen.
In uitzonderingsgevallen mogen personen de autosnelweg betreden. Dat is toegestaan wanneer na een verkeersongeval hulp wordt verleend of een gevaarlijke plaats moet worden afgezet.
Op- en afrit van autosnelwegen
De oprit naar autosnelwegen is in principe alleen toegestaan via speciaal aangeduide aansluitingen. Wegwijzers naar de autosnelweg kondigen deze opritten daarom meestal enkele honderden meters voor een kruising aan.
Bij het oprijden van de autosnelweg moet bovendien de invoegstrook worden gebruikt. Deze maakt het enerzijds mogelijk de snelheid van het rijdende verkeer te bereiken en anderzijds veilig in te voegen.
Ook het verlaten van de autosnelweg mag daarentegen alleen via aangeduide afritten plaatsvinden. Daarbij moet telkens de uitrijstrook worden gebruikt, zodat de snelheid tijdig kan worden verminderd.
Voor het afrijden moet de bestuurder zich bovendien tijdig op de rechter rijstrook invoegen.
Stoppen op de autosnelweg
Een voertuig mag op de autosnelweg in principe niet worden gestopt. Een uitzondering bestaat alleen wanneer er een geldige reden is. Deze regel volgt uit § 46 StVO.
Een geldige reden kan zijn:
- een technisch defect
- een verkeersongeval
- een medisch noodgeval
Wanneer een voertuig moet worden gestopt, dient dit bij voorkeur op de vluchtstrook te gebeuren. De rit moet daarna zo snel mogelijk worden voortgezet.
Is het voertuig niet meer rijklaar, dan moet het worden weggesleept en via de dichtstbijzijnde afrit van de autosnelweg worden verwijderd.
Uitgebreide informatie over wegslepen leest u hier.
Verboden gedragingen op de autosnelweg
De StVO bevat meerdere specifieke verboden voor het autosnelwegverkeer.
Bijzonder ernstige overtredingen zijn onder andere:
- rijden tegen de rijrichting in
- keren op de autosnelweg
- berijden van bedrijfskeerplaatsen zonder bevoegdheid
- ongeoorloofd berijden van de vluchtstrook
- achteruitrijden op de autosnelweg
- stoppen of parkeren zonder geldige reden
Het rijden tegen de rijrichting in vormt een bijzonder gevaarlijke handeling en kan leiden tot intrekking van de rijbevoegdheid.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekReddingsstrook
Zodra het verkeer op de autosnelweg vast komt te staan of nog slechts langzaam doorrijdt, moeten bestuurders in principe een reddingsstrook vormen. Deze verplichting volgt daarbij rechtstreeks uit § 46 StVO.
Door de reddingsstrook kunnen hulpverleningsvoertuigen namelijk snel ter plaatse komen bij een ongeval of andere noodgevallen. Daarom moeten bestuurders de reddingsstrook al vormen zodra zich een verkeersopstoppping aftekent.
Bij twee rijstroken voegen de voertuigen zich zo in dat tussen de linker en de rechter rijstrook een vrije doorgang ontstaat. Bij meer dan twee rijstroken vormen de bestuurders de reddingsstrook daarentegen tussen de uiterst linker rijstrook en de daarnaast gelegen rijstrook.
Andere voertuigen mogen deze reddingsstrook echter in principe niet berijden, omdat deze uitsluitend is voorbehouden aan hulpverleningsvoertuigen, wegdienstvoertuigen en pechhulpvoertuigen. Overtredingen worden daarom streng bestraft.
Vluchtstrook
De vluchtstrook is een verharde zone aan de rechterkant van de rijbaan en dient uitsluitend voor noodgevallen. Het gebruik van de vluchtstrook door normale voertuigen is in principe verboden. Uitzonderingen gelden bijvoorbeeld voor:
- wegdienst
- pechhulp
- hulpverleningsvoertuigen
Op afzonderlijke autosnelweggedeelten kan de vluchtstrook echter tijdelijk voor het verkeer worden vrijgegeven. Deze zogenaamde vluchtstrookfreigave wordt aangegeven door speciale rijstrooksignalen.
Inhaalregels op de autosnelweg
Op Oostenrijkse autosnelwegen geldt in principe de rechts-rijden-regel. Bestuurders moeten daarom bij voorkeur de rechter rijstrook gebruiken. De linker rijstrook dient in de eerste plaats om in te halen. Wie permanent links rijdt, terwijl rechts voldoende ruimte is, begaat een administratieve overtreding.
Veiligheidsafstand
Bestuurders moeten een voldoende afstand tot het voorliggende voertuig aanhouden. Met name op autosnelwegen wordt deze afstand regelmatig gecontroleerd door afstandsmetingen van de politie. Een te geringe afstand kan hoge geldboetes en aantekeningen in het rijbewijsregister tot gevolg hebben.
Autosnelwegvignet en tol
In Oostenrijk mogen autosnelwegen en snelwegen in principe alleen worden gebruikt met een geldig vignet of met een correct betaalde trajecttol. Deze verplichting volgt uit de Bundesstraßen Mautgesetz.
Autosnelweg zonder geldig vignet of tol
Wie een tolplichtige weg zonder geldig vignet of zonder betaalde trajecttol gebruikt, begaat een administratieve overtreding. In dergelijke gevallen schrijft de ASFINAG eerst een vervangende tol voor. Betaalt de bestuurder deze tijdig, dan wordt de zaak in de regel als afgehandeld beschouwd.
Betaalt de bestuurder de vervangende tol daarentegen niet of is er sprake van een ernstige overtreding, dan start de autoriteit een administratieve strafprocedure. In dat geval dreigen aanzienlijk hogere geldboetes.
Bestuurders dienen daarom voor het gebruik van een autosnelweg of snelweg te controleren of zij een geldig vignet bezitten of een betreffende trajecttol moeten betalen.
Uitgebreide informatie over vervangende tol en strafbeschikking leest u hier.
IG-L snelheidsbeperking op autosnelwegen
Op sommige autosnelweggedeelten geldt in plaats van de normale maximumsnelheid van 130 km per uur een lagere snelheidslimiet volgens de Immissionsschutzgesetz Luft (IG-L).
Deze beperkingen worden ingevoerd om de luchtbelasting door schadelijke stoffen zoals stikstofoxiden en fijnstof te verminderen. Zij moeten met name de luchtkwaliteit in zwaar belaste regio’s verbeteren.
Typische IG-L snelheidslimieten zijn bijvoorbeeld:
- 100 km/u
- 80 km/u
Dergelijke beperkingen worden aangegeven door eigen verkeersborden met de toevoeging “IG L”.
Bijzonderheid bij straffen
Een belangrijk verschil met normale snelheidsovertredingen bestaat bij de strafbepalingen.
Bij een snelheidsovertreding in het IG-L gebied:
- is er geen tolerantieregeling zoals bij sommige andere metingen
- kunnen hogere administratieve straffen worden opgelegd
Regio’s met IG-L beperkingen
IG-L snelheidslimieten zijn vaak te vinden op autosnelwegen in regio’s met hoge luchtbelasting, bijvoorbeeld:
- in Tirol
- in Stiermarken
- in Opper-Oostenrijk
- in delen van Salzburg
Zij gelden op bepaalde autosnelweggedeelten permanent of tijdelijk.
Belangrijk voor bestuurders
Zodra een verkeersbord met de toevoeging IG-L wordt getoond, moeten bestuurders de daar voorgeschreven snelheid aanhouden. Deze regel geldt ongeacht of het verkeer op dat moment druk is of niet.
Uitzondering voor elektrische voertuigen bij IG-L
Elektrische auto’s zijn uitgezonderd van bepaalde IG-L snelheidslimieten op autosnelwegen. Dat betekent dat zij op dergelijke trajecten nog steeds 130 km/u mogen rijden, hoewel voor andere voertuigen bijvoorbeeld 100 km/u geldt.
De reden daarvoor ligt in het doel van de wet. De Immissionsschutzgesetz Luft moet vooral schadelijke stoffen zoals stikstofoxiden verminderen. Omdat zuiver elektrische voertuigen geen lokale uitlaatemissies veroorzaken, gelden deze beperkingen niet voor hen.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Veel verkeersovertredingen op de autosnelweg lijken op het eerste gezicht gering. In de praktijk kunnen zij echter snel leiden tot hoge geldboetes of zelfs tot maatregelen tegen het rijbewijs. Een tijdige juridische toetsing kan hier van doorslaggevend belang zijn. “
Belangrijke begrippen in het autosnelwegverkeer
Voor het begrip van de regels op autosnelwegen zijn enkele begrippen uit de StVO bijzonder belangrijk.
Rijbaan
Een rijbaan die uitsluitend bestemd is voor verkeer in één richting en constructief gescheiden is van de tegenrichting.
Vluchtstrook
De verharde zone rechts naast de rijstrook, die uitsluitend is bedoeld voor noodgevallen.
Invoegstrook
Een rijstrook bij autosnelwegopritten, die dient om in te voegen in het rijdende verkeer.
Uitrijstrook
Een rijstrook bij autosnelwegafritten, die wordt gebruikt om de autosnelweg veilig te verlaten.
Bevoegdheden op autosnelwegen
Voor verschillende maatregelen op autosnelwegen zijn afhankelijk van het bevoegdheidsgebied verschillende autoriteiten verantwoordelijk.
De Bondsminister van Verkeer vaardigt met name verordeningen uit die het autosnelwegverkeer betreffen.
De deelstaatregeringen zijn daarentegen vooral bevoegd voor bouwmaatregelen en voor verkeersrechtelijke maatregelen in verband met wegwerkzaamheden.
Het verkeerstoezicht wordt ten slotte uitgeoefend door politieambtenaren.
Strafbepalingen bij overtredingen
Overtredingen van de regels op de autosnelweg kunnen leiden tot aanzienlijke administratieve straffen.
Typische administratieve overtredingen zijn:
- niet vormen van een reddingsstrook
- ongeoorloofd berijden van de vluchtstrook
- rijden tegen de rijrichting in
- stoppen zonder geldige reden
Naast de geldboetes kunnen ook aantekeningen in het rijbewijsregister of in ernstige gevallen de intrekking van de rijbevoegdheid dreigen.
Uw voordelen met juridische ondersteuning
Verkeersrechtelijke procedures in verband met autosnelwegovertredingen kunnen complex zijn. Vaak spelen vragen over bewijsvoering, rechtmatigheid van strafbeschikkingen of mogelijke rijbewijsmaatregelen een rol.
Juridische ondersteuning biedt doorslaggevende voordelen.
- juridische toetsing van strafbeschikkingen
- vertegenwoordiging in de administratieve strafprocedure
- ondersteuning bij dreigende intrekking van het rijbewijs
- analyse van de bewijslast na verkeersongevallen
- handhaving van schadevergoedingsaanspraken
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Juist bij ernstige verkeersovertredingen of bij dreigende rijbewijsmaatregelen is tijdig juridisch advies zinvol om uw rechten effectief te beschermen.“