Vordering tot uitsluiting van een vennoot
Vordering tot uitsluiting van een vennoot
De uitsluitingsvordering volgens § 140 UGB stelt de overige vennoten van een OG of KG in staat om de onderneming voort te zetten, indien de samenwerking met een vennoot onredelijk is geworden vanwege een belangrijke reden. In plaats van de vennootschap te ontbinden overeenkomstig § 133 UGB, kunnen de overblijvende vennoten de betreffende vennoot gerechtelijk uitsluiten. Deze procedure vormt een passend alternatief voor de ontbinding en dient ter waarborging van de voortzetting van de onderneming.
De uitsluitingsvordering is een gerechtelijke maatregel waarmee vennoten een andere vennoot wegens een belangrijke reden uit de vennootschap kunnen uitsluiten.
Doel van de regeling
Het doel is niet de bescherming van openbare belangen of het behoud van de onderneming als zodanig, maar de waarborging van de voortzettingsbelangen van de overige vennoten. De norm houdt rekening met een dubbele onredelijkheid:
- de voortzetting met de betreffende vennoot,
- maar ook de ontbinding van de vennootschap in zijn geheel
Algemeen toepassingsgebied
De regeling over de uitsluiting van een vennoot geldt voor zowel tijdelijke als onbepaalde personenvennootschappen, dus zowel voor Openbare Vennootschappen (OG) als voor Commanditaire Vennootschappen (KG). De uitsluiting kan zowel betrekking hebben op beherende als op commanditaire vennoten. Zelfs de uitsluiting van de enige beherende vennoot is mogelijk, ook al leidt dit tot de ontbinding van de KG. Vervolgens kan echter een nieuwe beherende vennoot worden benoemd en kan de vennootschap weer worden omgezet in een actieve, voortzettende vorm.
Interne en externe verhouding
Een vennoot kan al worden uitgesloten wanneer de vennootschap in de interne verhouding effectief is ontstaan, dus de vennootschapsovereenkomst bestaat en de samenwerking is begonnen –, ook al heeft een inschrijving in het handelsregister nog niet plaatsgevonden.
Blijft er echter slechts één vennoot over, dan moet de vennootschap in de externe verhouding (door inschrijving in het handelsregister) bestaan. Zolang de vennootschap nog niet is ingeschreven, is het slechts een maatschap (GesbR), die niet rechtspersoonlijkheid bezit. Als er dus maar één vennoot overblijft, kan hij niet zomaar een eenmanszaak voortzetten, zolang de OG of KG juridisch nog niet eens heeft bestaan.
Voor het geval dat het slechts om een GesbR gaat (dus geen geregistreerde OG of KG), is er een vergelijkbare bepaling in § 1215 ABGB. Deze maakt eveneens de uitsluiting van een vennoot mogelijk, indien er zich ernstige redenen in zijn persoon voordoen.
Indien de vennootschap „gebrekkig“ tot stand is gekomen, dus de vennootschapsovereenkomst gebrekkig of aanvechtbaar is, kan dit gebrek zelf een belangrijke uitsluitingsgrond zijn. Dat betreft gevallen waarin een vennoot de anderen bijvoorbeeld door arglist, bedreiging of misleiding tot de oprichting van de vennootschap heeft bewogen.
Het gedrag van deze persoon is dus een persoonsgebonden belangrijke reden, die zijn uitsluiting rechtvaardigt.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Die Ausschlussklage ist kein Instrument für den schnellen Bruch, sondern der letzte rechtliche Ausweg, wenn das Vertrauen zwischen Gesellschaftern endgültig zerstört ist“
Twee- en meerpersoonsvennootschappen
De regeling tot uitsluiting van een vennoot geldt ook voor tweepersoonsvennootschappen. Evenzo kan in een meerpersoonsvennootschap het geval zich voordoen dat slechts één vennoot zonder uitsluitingsgrond overblijft. Deze is gerechtigd om de uitsluiting van alle overige te verzoeken. Realiseren meerdere vennoten uitsluitingsgronden, dan kan in principe tegen allen worden opgetreden, waarbij steeds een totaalbeeld van de omstandigheden vereist is.
Personeel toepassingsgebied
De vordering is gericht tegen één of meerdere vennoten. Bij de erfgenaam van een vennoot is een uitsluiting pas na erfopvolging toegestaan, aangezien pas dan de positie van vennoot ontstaat. Echter kunnen belangrijke redenen, die de overledene voor erfopvolging heeft gesteld, in de procedure worden meegenomen. Indien het beschermwaardige belang van de overige vennoten door de dood vervalt, kan het uitsluitingsrecht vervallen.
Voorwaarden
Een uitsluiting is alleen toegestaan indien:
- er een belangrijke reden voorligt,
- deze reden in de persoon van een vennoot geworteld is,
- en de uitsluiting geschikt is om de belangrijke reden te verhelpen
Dat betekent: Alleen als door de uitsluiting de storing daadwerkelijk kan worden verholpen, is de procedure gerechtvaardigd.
Belangrijke reden
De „belangrijke reden“ vereist:
- een objectief aanzienlijke verstoring van de vennootschapsverhouding,
- een persoonsgebonden betrekking,
- het falen van mildere middelen,
- een duidelijke overhand van de uitsluitingsbelangen
Uitsluiting als uiterste redmiddel
De uitsluiting van een vennoot vormt het uiterste redmiddel. Zij vereist, net als de ontbinding, het voorliggen van een belangrijke reden. Het doorslaggevende verschil bestaat er echter in dat de uitsluiting niet ten opzichte van alle vennoten in gelijke mate werkt, maar eenzijdig ten laste van de uit te sluiten vennoot.
Een uitsluiting is daarom alleen toegestaan indien:
- de voortzetting van de vennootschap met deze vennoot onredelijk is,
- mildere middelen (bv. intrekking van de beheers- en vertegenwoordigingsbevoegdheid, vorderingen tot staking of schadevergoeding) niet toereikend zijn,
- en de maatregel niet slechts economische belangen, maar de bescherming van de vennootschap dient
De uitsluiting mag dus niet de verbetering van de vermogenspositie van de overige vennoten dienen, maar alleen de afwering van concrete gevaren voor het bestaan en de functionaliteit van de vennootschap.
Bij uitsluiting van de voorlaatste vennoot is niet meer de bedreiging van de vennootschap, maar het behouden van de ondernemingswaarden doorslaggevend.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Gerade weil die Ausschließung eines Gesellschafters tief in die Struktur der Gesellschaft eingreift, verlangt sie höchste rechtliche Präzision, jeder formale Fehler kann das Verfahren zu Fall bringen.“
Verhouding tot de belangrijke ontbindingsgrond
§ 140 UGB sluit aan op § 133 UGB, waardoor een uitsluitingsgrond alleen kan voorliggen, indien tegelijkertijd een belangrijke, persoonsgebonden ontbindingsgrond gegeven is.
Niet elke verstoring van de vennootschapsverhouding rechtvaardigt de uitsluiting van een vennoot.
Het persoonsgebonden karakter van de reden is doorslaggevend: Alleen als de onredelijkheid in de persoon van de vennoot geworteld is, kan zij de uitsluiting dragen.
Een rangverhouding tussen ontbinding en uitsluiting bestaat niet:
- Afhankelijk van de situatie kan de uitsluiting het mildere middel zijn ten opzichte van de ontbinding,
- of omgekeerd kan de ontbinding de voorkeur hebben, indien de uitsluiting onevenredig lijkt
Uitgebreide belangenafweging
Centraal staat de tweeledige belangenafweging:
- Ontbindingsbelangen
Er moet worden onderzocht of de geldend gemaakte omstandigheden een belangrijke ontbindingsgrond vormen, dus de voortzetting van de vennootschap voor de eisers onredelijk maken.
- Persoonsgebonden uitsluitingsbelangen
Er moet worden onderzocht of deze onredelijkheid zich alleen tegen de betreffende vennoot richt, terwijl een voortzetting met de overigen als mogelijk lijkt.
Alleen als de uitsluitingsbelangen duidelijk overheersen, is de vordering gerechtvaardigd.
Typische uitsluitingsgronden
- wezenlijke plichtsverzuimen (opzettelijk of door grove nalatigheid),
- onmogelijkheid van de plichtvervulling, ook zonder schuld,
- gedragingen die het vertrouwen van de overige vennoten duurzaam vernietigen
De catalogus is niet limitatief. De beoordeling vindt steeds plaats na een uitgebreide belangenafweging met inachtneming van alle omstandigheden van het individuele geval.
Een schuld is niet dwingend vereist, lichte nalatigheid is alleen dan voldoende, indien de verdere contractvervulling onmogelijk is geworden.
Geldendmaking van het uitsluitingsrecht
Rechtsvormende vordering
Het uitsluitingsrecht volgens § 140 UGB komt de overige vennoten als collectief gestaltungsrecht toe. Het kan niet door een loutere wilsverklaring, maar uitsluitend via een rechtsvormende vordering worden uitgeoefend. Het rechtsgestaltende vonnis bewerkstelligt de uitsluiting pas met zijn rechtskracht.
De vordering leidt daarbij regelmatig tot een wijziging van de vennootschapsovereenkomst, aangezien elke vennotenwissel tegelijkertijd een contractwijziging betekent. Wordt de voorlaatste vennoot uitgesloten, dan eindigt de vennootschap; de onderneming wordt echter zonder liquidatie via algemene rechtsopvolging door de overblijvende vennoot voortgezet.
Een gerechtelijke procedure is overbodig, indien de uit te sluiten vennoot vrijwillig uittreedt en zijn uittreden in onderling overleg wordt overeengekomen – in dit geval vervangt de overeenkomst het vonnis.
Tijdige geldendmaking en afstand
De uitsluitingsvordering moet onverwijld worden ingesteld, anders vervalt het uitsluitingsrecht. Een bestaande uitsluitingsgrond mag niet „op voorraad“ worden gehouden, aangezien dit met de vereiste van de onredelijkheid van de verdere samenwerking onverenigbaar zou zijn.
Een afstand van het uitsluitingsrecht kan uitdrukkelijk of stilzwijgend plaatsvinden, bijvoorbeeld wanneer ondanks kennis van de uitsluitingsgrond slechts wordt opgezegd of de betreffende vennoot met toestemming van de anderen een gewijzigde positie overneemt.
Louter tijdsverloop is voor de aanname van een afstand echter niet voldoende. Doorslaggevend is of het gedrag van de gerechtigde naar redelijkheid en billijkheid de conclusie toelaat dat hij het recht niet meer wil uitoefenen.
Wegens het collectieve karakter van het uitsluitingsrecht kan een effectieve afstand alleen door alle vorderingsgerechtigde vennoten gezamenlijk worden verklaard.
Gezamenlijke vordering van de overige vennoten
De uitsluitingsvordering moet door alle overige vennoten gezamenlijk worden ingesteld.
Ontbreekt de medewerking van ook maar één gerechtigde, dan moet de vordering worden afgewezen.
De eisers vormen een noodzakelijke procespartij. De regeling komt overeen met die bij de intrekking van de beheers- of vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Meer over de intrekking van de beheers- of vertegenwoordigingsbevoegdheid leest u hier.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Professionelle anwaltliche Begleitung ist bei einer Ausschlussklage unerlässlich, sie schafft Klarheit, minimiert Haftungsrisiken und sichert die wirtschaftliche Handlungsfähigkeit der Gesellschaft.“
Medewerkingsplicht
Uit de loyaliteitsplicht van de vennoten volgt dat een individuele vennoot onder omstandigheden tot medewerking aan de uitsluitingsvordering verplicht kan zijn. Weigert hij deze, dan kan hij tot instemming met de vordering worden gedaagd, deze instemmingsvordering kan met de uitsluitingsvordering worden verbonden. Pas een rechtsgeldige veroordeling van de weigerende vennoot vervangt diens medewerking.
Echter bestaat een medewerkingsplicht niet automatisch bij elke uitsluitingsgrond. Een dergelijke medewerkingsplicht ontstaat alleen dan, wanneer het niet-medewerken van een vennoot rechtsmisbruik zou zijn, dus zijn weigering klaarblijkelijk ongegrond is en alleen dient om de uitsluiting te blokkeren, hoewel de voorwaarden duidelijk zijn vervuld.
Meerdere gedaagden en subsidiaire vorderingen
De uitsluitingsvordering kan zich tegen één of meerdere vennoten richten, onafhankelijk van de vraag of de uitsluitingsgronden identiek zijn of slechts zakelijk verbonden. Blijkt de vordering tegen ook maar één gedaagde ongegrond, dan moet zij in zijn geheel worden afgewezen, aangezien in dit geval de noodzakelijke medewerking aan de zijde van de eiser ontbreekt.
De vordering luidt steeds op uitsluiting van de gedaagde. Zij kan met een subsidiair verzoek tot ontbinding van de vennootschap of tot intrekking van de beheersbevoegdheid worden verbonden.
Ook een combinatie met een ontbindingsvordering als hoofd- of subsidiair verzoek is toegestaan.
Rechtsgevolgen van de uitsluiting
Met rechtskracht van het uitsluitingsvonnis:
- treedt de betreffende vennoot uit de vennootschap uit,
- tot dan behoudt hij zijn lidmaatschapsrechten en -plichten, voor zover er geen voorlopige maatregelen bestaan
Blijft er slechts één vennoot over, dan treedt automatisch de algemene rechtsopvolging in: Het gehele vennootschapsvermogen gaat over op de laatste vennoot.
Uw voordelen met juridische ondersteuning
De uitsluiting van een vennoot is juridisch complex en met aanzienlijke risico’s verbonden, met name bij de beoordeling van de belangrijke reden, de juiste vordering en de inachtneming van termijnen. Reeds kleine vormfouten of ontoereikende motiveringen kunnen tot afwijzing van de vordering leiden.
Een juridische begeleiding is daarom onontbeerlijk om de juridische voorwaarden nauwkeurig te onderzoeken, de procedure strategisch voor te bereiden en economische nadelen te vermijden.