Vorziening tot ontzetting van de bestuursbevoegdheid
- Vorziening tot ontzetting van de bestuursbevoegdheid
- Wettelijke grondslag en doelstelling
- Toepassingsgebied
- Ontzetting van de bestuursbevoegdheid volgens § 117 lid 1 UGB
- Bevoegdheid en dagvaarding
- Rechtsgevolgen van de ontzetting
- Opzegging van de bestuursbevoegdheid volgens § 117 lid 2 UGB
- Vennootschapscontractuele uitwerking
- Ontzetting van de vertegenwoordigingsbevoegdheid volgens § 127 UGB
- Verhouding tot andere rechtsmiddelen
- Uw voordelen met juridische ondersteuning
- FAQ – Veelgestelde vragen
Vorziening tot ontzetting van de bestuursbevoegdheid
De ontzetting van de bestuursbevoegdheid betekent dat aan een vennoot het recht en de plicht wordt ontnomen om voor de vennootschap beslissingen te nemen in lopende aangelegenheden. Het betreft uitsluitend de interne verhouding van de vennootschap. Terwijl § 117 UGB de ontzetting van de bestuursbevoegdheid regelt, betreft § 127 UGB de vertegenwoordigingsbevoegdheid naar buiten. Beide normen vereisen het voorliggen van een gewichtige reden en dienen ter waarborging van de functionaliteit van de vennootschap.
De vorziening tot ontzetting van de bestuursbevoegdheid ontneemt een vennoot gerechtelijk om gewichtige reden het recht tot bestuur.
Wettelijke grondslag en doelstelling
Volgens § 117 lid 1 UGB kan aan een vennoot de bestuursbevoegdheid om gewichtige reden bij vonnis ontnomen worden.
§ 127 UGB regelt inhoudelijk identiek de ontzetting van de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Beide bepalingen dienen ter bescherming van de vennootschap tegen plichtschending of ongeschikt gedrag, maar waarborgen tegelijk de betrokken vennoot rechtsbescherming tegen willekeurige afzetting.
Aanvullend normeert § 117 lid 2 UGB het recht van de bestuursbevoegde vennoot om zijn bestuursbevoegdheid zelf om gewichtige reden op te zeggen, wanneer hem de verdere uitoefening van het bestuur niet meer toelaatbaar is.
Doel van deze regelingen is een evenwicht tussen de tegenstrijdige belangen:
- Bescherming van de vennootschap tegen schade door wangedrag,
- Bescherming van de betrokken vennoot tegen onterechte ontzetting van zijn leidinggevende functie
Toepassingsgebied
§ 117 UGB geldt zowel voor vennootschappen onder firma (VOF) als voor commanditaire vennootschappen (CV) en reeds in de oprichtingsfase. Voor de BV & Co CV geldt § 117 lid 1 UGB alleen voor de beherend vennoot-BV, maar niet voor haar bestuurders, aangezien een ingreep in de interne organisatieautonomie van de BV ontoelaatbaar zou zijn.
Ontzetting van de bestuursbevoegdheid volgens § 117 lid 1 UGB
De ontzetting elimineert zowel het recht als de plicht tot bestuur. Daarmee verliest de betrokken vennoot zijn beslissingsbevoegdheid in bestuursgerelateerde aangelegenheden.
De ontzetting kan betrekking hebben op een individuele bestuursbevoegdheid of op een gezamenlijke bestuursbevoegdheid met uitgebreide of beperkte omvang. Ook een contractueel overeengekomen portefeuilleverdeling of het vetorecht als onderdeel van het bestuur kan betroffen zijn.
- Individuele bestuursbevoegdheid: Wanneer een vennoot alleen beslissingen mag nemen, kan hem dit recht volledig ontnomen worden
- Gezamenlijke bestuursbevoegdheid: Wanneer meerdere vennoten alleen gezamenlijk mogen beslissen, kan de ontzetting zodanig vormgegeven zijn dat de betrokken vennoot van deze gezamenlijke bevoegdheid uitgesloten wordt
- Portefeuilleverdeling: Heeft een vennoot volgens contract alleen bepaalde takgebieden (bijv. financiën, personeel), dan kan hem ook alleen deze portefeuille ontnomen worden
- Vetorecht: Zelfs het recht om bij beslissingen van andere bestuurders een veto in te leggen, kan ontnomen worden
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Die Entziehung der Geschäftsführungsbefugnis ist kein Schritt der Willkür, sondern ein notwendiges Mittel, um die Handlungsfähigkeit einer Gesellschaft zu wahren.“
Gewichtige reden als vereiste
De ontzetting van de bestuursbevoegdheid is een uitzonderingsinstrument ter waarborging van de vennootschapsbelangen. Het staat bij het voorliggen van een gewichtige reden de vervroegde beëindiging van een lopende bestuursbevoegdheid toe, wanneer voortzetting daarvan ontoelaatbaar is.
1. Belangenafweging
Centraal staat een belangenafweging tussen de betrokken vennoot en de overige vennoten resp. de vennootschap. Beslissend is of de instandhouding van de bestuursbevoegdheid voor de medevennoten nog toelaatbaar is. Daarbij zijn met name gedrag, verdiensten, economische gevolgen en mogelijke schuldgraden te overwegen.
2. Grove plichtschending
Een gewichtige reden ligt voor bij aanzienlijke schendingen van wettelijke of contractuele plichten, zoals:
- Negering van toestemming- of vetorechten van andere vennoten
- oneerlijk, blokkerend of inactief bestuur
- Bevoegdheidsoverschrijdingen, misbruik van de leidingsfunctie of schade aan de vennootschap
- Schending van het concurrentiebeding of ernstige persoonlijke vergrijpen jegens medevennoten
Vereiste is in beginsel verwijtbaar gedrag, waarbij omstreden is of grove of ook lichte nalatigheid volstaat.
3. Onvermogen tot behoorlijk bestuur
Een andere gewichtige reden is het onvermogen tot behoorlijk bestuur. Het kan berusten op externe omstandigheden en vereist geen schuld. Voorbeelden:
- langdurige ziekte of langere afwezigheid
- ontbrekende vakkennis of nagelaten bijscholing
- leeftijdgerelateerde beperkingen
Dit onvermogen moet de behoorlijke leiding van de vennootschap objectief beïnvloeden.
4. Evenredigheidstoetsing
Elke ontzetting is onderhevig aan de toetsing van evenredigheid. De ingreep in de vennootschapsrechten moet geschikt en noodzakelijk zijn om het behoorlijk bestuur te herstellen. Mildere middelen, zoals een tijdelijke beperking of interne herordening van het bestuur, zijn bij voorrang te onderzoeken.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekBevoegdheid en dagvaarding
Betrokkenheid van alle vennoten
Bij het ontzettingsverfahren moeten alle vennoten betrokken zijn, ook degenen die van bestuur of vertegenwoordiging uitgesloten zijn. Zij vormen zowel aan eisers- als aan verweerderszijde een noodzakelijke procesdeelgenootschap. Een louter buitengerechtelijke toestemming van individuele vennoten volstaat niet. Een verzaking van de vordering of een terugtrekking van de vordering is alleen gezamenlijk door alle procesdeelgenoten mogelijk.
Inschakeling van tegenstrijdige vennoten
Weigert een vennoot de toestemming tot procedering, hoewel de ontzetting in het belang van de vennootschap ligt, kan hij als medeverwerder in de procedure betrokken worden en op dulding van de vordering aangesproken worden.
Verweerder is de bestuursbevoegde vennoot wiens bevoegdheid ontnomen moet worden. Zijn meerdere bestuurders betroffen, kan een gezamenlijke vordering ingesteld worden, mits dezelfde gronden of een innerlijk verband voorliggen.
Tijdstip van dagvaarding
Een wettelijke termijn bestaat niet. Desalniettemin is de vordering onverwijld in te stellen, zodra de gewichtige reden bekend is. Langer wachten kan het belang van de grond verminderen en doen veronderstellen dat voortzetting van de bestuursbevoegdheid toelaatbaar blijft.
Ook voortdurende misstanden kunnen te allen tijde geldend gemaakt worden, zolang zij voortbestaan.
Valt de gewichtige reden tijdens het proces weg, dan vervalt de grondslag voor de ontzetting.
Voorlopige voorziening ter waarborging van de vordering
Tot aan de rechtskracht van het vonnis blijft de bestuursbevoegdheid in beginsel gehandhaafd. Om de vennootschap tegen schade te beschermen, kan de ontzettingsvordering door voorlopige voorziening gewaarborgd worden.
Daarvoor zijn een gewichtige reden en een concrete bedreiging van de vennootschapsbelangen aannemelijk te maken. De rechtbank kan bij wijze van discretionaire bevoegdheid verschillende maatregelen bevelen, zoals:
- de volledige of gedeeltelijke ontzetting van de bestuursbevoegdheid,
- het verbod van bepaalde activiteiten of van toegang tot bedrijfsruimten,
- de tijdelijke overdracht van het bestuur aan andere vennoten of derden
Ook in de procedure van voorlopige voorziening vormen de vennoten een eenduidige procespartij.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „In gesellschaftsrechtlichen Konflikten geht es nicht nur um Paragraphen, sondern um Verantwortung. Diese Verantwortung tragen wir mit Präzision und Standhaftigkeit.“
Rechtsgevolgen van de ontzetting
Met rechtskracht van het vonnis vervalt de bestuursbevoegdheid van de betrokken vennoot. Hij mag geen bestuurshandelingen meer stellen en is aansprakelijk bij schendingen voor ontstane schade.
Een eventuele dienstbetrekking wordt door de ontzetting niet automatisch beëindigd, kan echter om gewichtige reden ontbonden worden. De aanspraak op bestuurdersbezoldiging vervalt in beginsel, tenzij een afwijkende overeenkomst bestaat.
De bestuursbevoegdheid van de overige vennoten blijft onaangetast. Is de ontzette enige bestuurder, dan moeten de overige vennoten het bestuur opnieuw regelen.
Opzegging van de bestuursbevoegdheid volgens § 117 lid 2 UGB
Volgens § 117 lid 2 UGB hebben vennoten een onverzichtbaar recht om hun bestuursbevoegdheid om gewichtige reden eenzijdig op te zeggen. Dit gestaltungsrecht staat toe de duurovereenkomst van het bestuur vervroegd te beëindigen, wanneer voortzetting ontoelaatbaar is. De vennootschapshoedanigheid blijft daarbij bestaan, beëindigd wordt alleen de bestuursbevoegdheid en -plicht.
Gewichtige reden en vereiste
Een gewichtige reden ligt voor wanneer de uitoefening van het bestuur voor de vennoot niet meer toelaatbaar is. Hij kan voortvloeien uit persoonlijke omstandigheden (bijv. ziekte, leeftijd, langere afwezigheid) of verstoorde verhoudingen tot de medevennoten.
Eigen plichtschendingen rechtvaardigen geen opzegging. Maatgevend is steeds de visie van de opzeggende vennoot.
Geltendmaking
De opzegging geschiedt vormloos, maar moet alle medevennoten bereiken om geldig te worden. Met de ontvangst wijzigt het vennootschapscontract dienovereenkomstig. Een
Rechtsgevolgen van de opzegging
De bestuursbevoegdheid eindigt ofwel met afloop van de opzegtermijn of, wanneer voortzetting ontoelaatbaar is, met onmiddellijke werking. Geschiedt de opzegging zonder het voorliggen van een gewichtige reden, dan blijft zij zonder rechtsgevolg en is de vennoot aansprakelijk voor eventuele plichtschendingen. Met een geldige opzegging vervalt tevens de vertegenwoordigingsbevoegdheid, aangezien de wet geen zelfstandige opzeggingsmogelijkheid hiervoor voorziet.
Vennootschapscontractuele uitwerking
Het vennootschapscontract kan de ontzetting van de bestuursbevoegdheid nader uitwerken door aanvullende beëindigingsgronden (bijv. leeftijdsgrens, tijdsverloop, verlies van handelingsbevoegdheid) of termijnen voor dagvaarding voor te zien. Evenzo kunnen vereenvoudigde ontzettingsmechanismen tot en met afzetting zonder gewichtige reden overeengekomen worden.
In plaats van een gerechtelijke vordering kan het vennootschapscontract ook voorzien dat de ontzetting van de bestuursbevoegdheid geschiedt door een meerderheids- of eenstemmigheidsbesluit van de vennoten. Tegen een ongegrond ontzettingsbesluit staat de betrokken vennoot echter het recht toe een vaststellingsvordering in te stellen, waarbij de mogelijkheid van gerechtelijke toetsing contractueel niet uitgesloten mag worden.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekOntzetting van de vertegenwoordigingsbevoegdheid volgens § 127 UGB
De ontzetting van de vertegenwoordigingsbevoegdheid volgt dezelfde vereisten als § 117 UGB, maar betreft het recht om de vennootschap naar buiten te vertegenwoordigen, aangezien beide normen inhoudelijk grotendeels overeenstemmen, zijn de voor § 117 UGB ontwikkelde beginselen overeenkomstig ook op § 127 UGB toe te passen.
In de praktijk wordt de ontzetting van de bestuursbevoegdheid vaak met de ontzetting van de vertegenwoordigingsbevoegdheid gecombineerd om een volledige scheiding van de leidingsbevoegdheid te bereiken.
De vordering is in beide gevallen gezamenlijk toelaatbaar en doelmatig wanneer een eenduidige gewichtige reden voorligt.
Voorwerp van de ontzetting
In tegenstelling tot de ontzetting van de bestuursbevoegdheid betreft § 127 UGB de vertegenwoordigingsbevoegdheid in de externe verhouding, dus de juridische handelingsbevoegdheid van de vennootschap tegenover derden. De ontzetting heeft daarom onmiddellijk gevolgen voor handelsregisterinschrijvingen en publiciteitswerkingen.
Begrepen wordt elke organieke vertegenwoordiging, ongeacht of deze wettelijk of contractueel gegrond is. Daarentegen richt de ontzetting van een procuratie of handelsmachtiging zich naar andere bijzondere voorschriften.
Vereisten en gewichtige reden
Of een gewichtige reden voorligt, richt zich naar dezelfde maatstaven als bij § 117 UGB. Regelmatig leidt de ontoelaatbaarheid van verder bestuur ook tot ontoelaatbaarheid van vertegenwoordiging en omgekeerd. De reden is echter functioneel te toetsen: Een misbruik van de vertegenwoordigingsmacht kan bijvoorbeeld een ontzetting rechtvaardigen, zonder dat tegelijk de bestuursbevoegdheid ontnomen hoeft te worden.
Opzegging van de vertegenwoordigingsbevoegdheid
Een eigen opzeggingsmogelijkheid van de vertegenwoordigingsbevoegdheid voorziet § 127 UGB niet. Dat is zakelijk consequent, omdat elke vertegenwoordigingshandeling tegelijk een bestuurshandeling is. Wordt de bestuursbevoegdheid volgens § 117 lid 2 UGB opgezegd, vervalt daarmee automatisch ook de vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Aanmelding bij het handelsregister
De ontzetting van de vertegenwoordigingsbevoegdheid is door alle vennoten, ook door de betrokkene, voor inschrijving in het handelsregister aan te melden. Weigert de uitgesloten vennoot mee te werken, kan zijn medewerking gerechtelijk afgedwongen worden of kan een dwangmaatregel volgens de Handelsregisterwet volgen. Bij voorlopige voorzieningen veranlasst de rechtbank de inschrijving ambtshalve.
Vervallen van de vertegenwoordigingsmacht
De vertegenwoordigingsbevoegdheid vervalt met rechtskracht van het ontzettingsvonnis. Zolang de wijziging niet in het handelsregister ingeschreven is, kunnen derden echter op grond van de negatieve publiciteit verder vertrouwen op de bestaande vertegenwoordigingssituatie. Eerst met behoorlijke inschrijving treedt rechtszekerheid naar buiten in.
Negatieve publiciteit betekent dat derden op de inhoud van het handelsregister mogen vertrouwen. Zolang een feit, zoals de ontzetting van de vertegenwoordigingsbevoegdheid, niet ingeschreven is, wordt het tegenover goedtrouwende derden niet effectief, zelfs als het feitelijk al bestaat.
Het vervallen leidt niet tot handelingsonbekwaamheid van de vennootschap. Als na de ontneming geen vertegenwoordigingsbevoegde vennoot meer aanwezig is, moet ofwel een nieuwe vennoot worden opgenomen of moet een wettelijke gezamenlijke vertegenwoordiging van alle onbeperkt aansprakelijke vennoten worden aangenomen. In een vennootschap met twee leden kan dit automatisch leiden tot een individuele vertegenwoordigingsbevoegdheid van de overblijvende vennoot.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekVerhouding tot andere rechtsmiddelen
De ontneming van de bestuursbevoegdheid is een bijzonder geval van vennootschapsrechtelijke vormgevingsrechten. Daarnaast bestaan:
- de uitsluitingsvordering volgens § 140 UGB,
- de ontbindingsvordering volgens § 133 UGB en
- de mogelijkheid tot ontslag in onderlinge overeenstemming door vennootschapsbesluit
In vergelijking met deze rechtsmiddelen is de ontneming de mildere maatregel, aangezien deze niet leidt tot beëindiging van het lidmaatschap, maar alleen betrekking heeft op de bestuursfunctie.
Uw voordelen met juridische ondersteuning
De ontneming van de bestuursbevoegdheid gaat vaak gepaard met aanzienlijke juridische en economische spanningen binnen de vennootschap. Het betreft niet alleen de interne machtsverdeling, maar kan ook ernstige gevolgen hebben voor het bestuur, de aansprakelijkheid en de externe werking.
Zonder juridische begeleiding dreigen procedurefouten die tot ongeldigheid van de maatregel kunnen leiden. Bovendien vereist de beoordeling van een “gewichtige reden” een zorgvuldige juridische afweging om langdurige en kostbare geschillen te voorkomen.
Met juridische ondersteuning kunnen dergelijke risico’s gericht worden vermeden, omdat wij de procedure juridisch correct voorbereiden, de belangen van alle betrokkenen waarborgen en een oplossing creëren die zowel juridisch als economisch standhoudt.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Wo andere Eskalation sehen, suchen wir Struktur und Rechtsklarheit, das ist unser Verständnis moderner anwaltlicher Konfliktlösung.“