Met het verbod op de geringschatting van een onderneming (§ 7 UWG) wordt in de eerste plaats beoogd te voorkomen dat een onderneming haar concurrenten schaadt in hun reputatie door denigrerende uitlatingen. Het betreft dus de onderlinge verhouding tussen ondernemingen (B2B).

Een overtreding hiervan behoort tot de meer specifieke vormen van oneerlijke handelspraktijken en wordt daarom altijd met voorrang getoetst aan de algemenere voorschriften.

Wie

handelt onrechtmatig.

De 5 voorwaarden voor verboden geringschatting in detail

Voor concurrentiedoeleinden

…wordt gehandeld, wanneer er een concurrentieverhouding bestaat tussen de betrokkene van de uitlating en degene die de uitlating doet en laatstgenoemde concurrentie-intentie heeft.

Een concurrentieverhouding is altijd aanwezig wanneer er een wederzijds verband bestaat tussen de voordelen die een onderneming door haar handelen behaalt en de nadelen die daardoor een andere onderneming treffen.

Kortom, zal dat altijd het geval zijn wanneer twee ondernemers dezelfde afnemerskring hebben.

De intentie om de eigen (of ook andermans) concurrentie te bevorderen ten koste van een andere onderneming (concurrentie-intentie), wordt bij een denigrerende uitlating over een concurrent reeds als gegeven beschouwd en het bestaan ervan vermoed.

Feiten

… zijn omstandigheden en feiten die objectief controleerbaar zijn.

Deze moeten worden onderscheiden van zuivere waardeoordelen, oftewel subjectieve meningen, die niet vallen onder het verbod op de geringschatting van een onderneming.

Gaat het bij de uitlating om een – zij het zeer uitgebreide – weergave van feiten of heeft degene die de uitlating doet slechts zijn mening geuit?

Doorslaggevend is of een uitlating een controleerbare feitelijke kern bevat die voor bewijs vatbaar is.

Bij de beoordeling van een uitlating en het onderscheid tussen een feit en een zuiver waardeoordeel moet worden uitgegaan van het begrip van de doelgroep.

Hoe presenteert de uitlating zich aan een potentiële klant als gemiddelde ontvanger van de verklaring?

Hierbij moet een totaalbeoordeling van de omstandigheden plaatsvinden.

Als de uitlating een controleerbare, ware kern heeft, is er geen sprake van geringschatting van een onderneming volgens § 7 lid 1 UWG.

Ook afbeeldingen of driedimensionale voorstellingen kunnen overeenkomstige feitelijke inhouden overbrengen.

Voorbeelden van feitelijke uitlatingen:

Wanneer een onderneming bijvoorbeeld als “sprinkhaan” wordt aangeduid, is dit controleerbaar, aangezien de term in de economie wijdverbreid is en staat voor een onderneming die andere ondernemingen opkoopt, leegplukt en vervolgens zo snel mogelijk weer verkoopt om daarbij een zo hoog mogelijk rendement te behalen.

Of een onderneming daadwerkelijk op deze wijze te werk gaat, kan worden gecontroleerd door feiten te bekijken.

Het kan eveneens worden vastgesteld of een onderdeel van een machine “het goedkoopste van het goedkoopste” is. Dit wordt gecontroleerd door de kwaliteit van het betreffende onderdeel te onderzoeken.

Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Ist eine Äußerung mehrdeutig, muss der Äußernde die für ihn ungünstigste Auslegung gegen sich gelten lassen!“

Onduidelijkheidsregel:

Wanneer een krant bijvoorbeeld tot de “yellow press-sector” wordt gerekend, moet degene die de uitlating doet zich erbij neerleggen dat de term wordt geïnterpreteerd als een omschrijving voor sensatiebladen en ophitsende kranten.

Een precieze formulering is dus raadzaam.

Beweren of verspreiden

Een bewering geschiedt uit eigen initiatief en uit eigen wetenschap. Een verspreiding daarentegen is het doorgeven van een door een derde gedane uitlating.

Voor het verbod van § 7 lid 1 UWG maakt het echter geen verschil of een feit beweerd of verspreid werd. Doorslaggevend is uitsluitend dat de uitlating is gedaan tegenover ten minste één persoon die verschilt van de mogelijk benadeelde.

Schadegeschiktheid

… is aanwezig wanneer de verspreiding of bewering geschikt is om de bedrijfsvoering van de onderneming of het krediet van de eigenaar te schaden.

Het is van geen belang of er reeds schade is ontstaan of dat degene die de uitlating doet daadwerkelijk de intentie had om de concurrent te schaden. Doorslaggevend is alleen dat de uitlating objectief geschikt is om de reputatie van de andere onderneming respectievelijk de eigenaar bij de betreffende klantenkring te schaden.

Niet aantoonbaar waar

Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Obwohl eine Äußerung wahr ist, kann sie dennoch unlauter nach der Generalklausel des § 1 UWG sein!“

Een overtreding van het verbod is reeds aanwezig wanneer de waarheid van de uitlating niet bewezen kan worden. (“…niet aantoonbaar waar…”).

Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Wichtig: Im Falle eines Rechtsstreits muss derjenige, der die herabwürdigende Aussage getätigt hat, beweisen, dass seine Aussage wahr ist!“

Speciaal geval: Vertrouwelijke mededelingen

Een speciale regeling geldt voor het geval dat de uitlating een vertrouwelijke mededeling betrof en de ontvanger een gerechtvaardigd belang had bij de informatie.

Hier moet uitzonderlijk de eiser bewijzen dat de uitlating onwaar is!

Degene die de mededeling doet, kan op zijn beurt alleen worden vervolgd als hij de onwaarheid van het feit kende of had moeten kennen.

Welke aanspraken vloeien voort uit onrechtmatige geringschatting?

Belangrijke punten