Prijsaanduidingswet

Vermelding van prijsverlagingen in webshops en fysieke winkels

Reclame met prijsverlagingen is een populair middel om de verkoop van een product te verhogen. Vooral in de B2C-handel moeten echter dwingende wettelijke voorschriften in acht worden genomen met betrekking tot de prijsaanduiding: In Oostenrijk regelt met name de Prijsaanduidingswet (PrAG) de voorwaarden voor prijsaanduiding. Deze wet is onlangs gewijzigd ter uitvoering van de zogenaamde EU-Omnibusrichtlijn door de Moderniseringsrichtlijn-Implementatiewet (MoRUG II) en de praktisch zeer relevante regeling van § 9a PrAG is ingevoerd, waarin bepalingen betreffende reclame met prijsverlagingen zijn opgenomen.

In dit artikel behandelen we de nu geldende wettelijke regelingen in verband met reclame met prijsverlagingen in webshops en fysieke winkels als gevolg van de wijziging van de Prijsaanduidingswet.

Wat is het doel van de Prijsaanduidingswet?

Het doel van de regelgeving inzake prijsaanduiding is het voorkomen van misleiding van consumenten over de prijs van goederen en prijsverlagingen. Door feitelijk correcte en volledige consumenteninformatie moet de positie van de consument worden versterkt door middel van prijsvergelijkingsmogelijkheden ten opzichte van handel en industrie, en daardoor de concurrentie worden bevorderd.

Voor wie geldt de nieuwe regeling van §9a PrAG?

Het toepassingsgebied van de Prijsaanduidingswet is beperkt tot de B2C-sector, dus geldt alleen voor aanbiedingen van ondernemers die gericht zijn op consumenten.

De nieuwe regeling met betrekking tot reclame met prijsverlagingen geldt vooral voor handelaren, zowel in de online handel als in fysieke winkels. De regelingen gelden ook voor handelaren buiten de Europese Unie, voor zover hun verkoop ook gericht is op de Europese Unie.

Tussenpersonen zoals exploitanten van online marktplaatsen zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van §9a PrAG, tenzij zij zelf als handelaar op de platforms optreden. Ook exploitanten van prijsvergelijkingsplatforms vallen niet onder het toepassingsgebied van de regeling. De regeling van §9a PrAG betreffende reclame met prijsverlagingen geldt bovendien alleen voor de verkoop van goederen, niet voor het aanbieden van diensten en digitale inhoud. Bovendien zijn er uitzonderingsregelingen voor bederfelijke goederen en goederen met een korte houdbaarheid.

Wat is een prijsverlaging in de zin van §9a PrAG?

De bekendmaking van een prijsverlaging in de zin van §9a PrAG is een reclame-uiting waarmee inhoudelijk wordt meegedeeld dat een artikel nu tegen een lagere prijs wordt aangeboden dan voorheen het geval was. De prijsverlaging moet worden aangegeven in bedragen of percentages.

Prijsvergelijkingen met andere bedrijven, algemene reclame-uitingen zoals “beste prijs”, kwantumkortingen of vouchers vallen niet onder het toepassingsgebied van § 9a PrAG. Er wordt echter op gewezen dat bij dergelijke reclamemaatregelen met name de relevante mededingingsrechtelijke regelingen in acht moeten worden genomen.

Valt reclame met een vergelijking met een niet-bindende prijsaanbeveling (UVP-prijzen) binnen het toepassingsgebied van §9a PrAG?

Prijsvergelijkingen met niet-bindende prijsaanbevelingen vallen onder het toepassingsgebied van §9a PrAG als de vergelijking gepaard gaat met de bekendmaking van een prijsverlaging. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de niet-bindende prijsaanbeveling wordt doorgestreept of bij reclame met de tekst “in plaats van UVP 19,99 € nu slechts 14,99 €”.

Er moet dus per geval worden beslist of de reclame met niet-bindende prijsaanbevelingen gepaard gaat met de bekendmaking van een prijsverlaging. Zo ja, dan moet aan de vereisten van §9a PrAG worden voldaan.

Wat moet precies worden vermeld bij reclame met bekendmaking van een prijsverlaging?

De regeling van §9a PrAG bepaalt dat bij de bekendmaking van een prijsverlaging naast de huidige prijs de laagste prijs moet worden vermeld die ten minste eenmaal binnen de laatste 30 dagen voor de prijsverlaging in hetzelfde verkoopkanaal werd aangeboden. De vermelding van de voorheen laagste prijs moet gebeuren in hetzelfde reclamemedium als de bekendmaking van de prijsverlaging (print, online, radio, tv, in de fysieke winkel zelf).

In welke vorm moet de vermelding van de voorheen laagste prijs gebeuren?

De wet regelt niet in detail hoe de vermelding van de voorheen laagste prijs moet gebeuren. Uit artikel 4 van de Prijsaanduidingsrichtlijn blijkt dat de prijsaanduiding in ieder geval gemakkelijk leesbaar en toewijsbaar moet zijn voor de gemiddeld oplettende waarnemer. Naar onze mening zijn bijvoorbeeld verticale opdrukken, zeer kleine, onleesbare opdrukken en mediabreuken niet toegestaan.

Wij raden aan om prijsaanduidingen in de webshop direct op de productpagina en toewijsbaar aan het betreffende product aan te brengen. Het is bijvoorbeeld niet aan te raden om een prijsaanduiding in de voettekst te plaatsen.

Het is daarentegen niet nodig om aan te geven hoe lang de voorheen laagste prijs werd gevraagd.

Hoe moet men te werk gaan bij stapsgewijze prijsverlaging?

Als de prijsverlaging stapsgewijs wordt doorgevoerd, moet bij ononderbroken uitvoering van de prijsverlaging – dus zonder verhoging van de prijs – de prijs worden vermeld die vóór het begin van de stapsgewijze prijsverlaging voor het betreffende product werd gevraagd. Dit is met name relevant voor de verkoop van seizoensartikelen en voor uitverkoop.

Welke gevolgen dreigen bij overtreding van de regeling van §9a PrAG?

Bij overtreding van de PrAG dreigt enerzijds een administratieve boete volgens § 15 PrAG.

Anderzijds bestaat er ook een mogelijkheid tot het aanspannen van een rechtszaak door de consumentenbond of concurrenten op grond van een inbreuk op § 1 UWG (categorie wetsovertreding).