Grondverkeerswetgeving Opper-Oostenrijk
Groen grondverkeer in de deelstaat Opper-Oostenrijk
De verwerving van eigendom van land- en bosbouwgronden is in Opper-Oostenrijk in principe vergunningsplichtig.
Van deze regeling zijn uitgezonderd:
- De verwerving van een perceel in een vrijgesteld gebied
- De overdracht van een perceel aan een mede-eigenaar, op voorwaarde dat de overdracht niet tot een splitsing leidt.
- De overdracht aan de echtgenoot, geregistreerde partner of aan de levenspartner
- De overdracht van land- en bosbouwgronden van een dergelijk bedrijf aan naaste familieleden.
- De overdracht van land- en bosbouwgronden, indien deze grenzen aan een perceel van de verkrijger. Daarbij mag echter binnen 10 jaar slechts een oppervlakte van 1.000 m² vergunningsvrij worden verworven.
Eigendomsverwervingen dienen in principe te worden goedgekeurd, indien het openbaar belang bij het behoud van de land- of bosbouw wordt gediend en indien:
- de oprichting, het behoud en de versterking van een efficiënte boerenstand of
- het behoud of de oprichting van een economisch grondbezit wordt gediend.
Evenzo moet de rechtverkrijgende verklaren dat het perceel op de juiste wijze wordt beheerd.
Grijs grondverkeer in de deelstaat Opper-Oostenrijk
De verwerving van bouwgrond is in Opper-Oostenrijk slechts beperkt vergunningsplichtig. In principe is alleen de verwerving van een recreatiewoning en/of een onroerend goed, dat in een voorbehouden gebied van de deelstaatregering ligt, vergunningsplichtig. Echter, ook hier zijn er uitzonderingen op de vergunningsplicht.
- Het object, dat als tweede woning moet dienen, bevindt zich in een tweede woninggebied.
- Rechtsverkrijgingen door naaste familieleden, die ten minste 10 jaar eigenaar van het perceel waren of
- het perceel in de afgelopen vijf jaar uitsluitend voor recreatiewoningsdoeleinden werd gebruikt
Verkeer met buitenlanders in de deelstaat Opper-Oostenrijk
Eigendomsverwervingen door buitenlandse personen zijn in Opper-Oostenrijk in principe vergunningsplichtig. Een vergunning wordt verleend, indien de rechtsverkrijging fundamenteel toelaatbaar zou zijn en culturele en sociaal-politieke belangen, evenals de openbare orde of veiligheid en staatspolitieke belangen niet worden geschaad.