Diefstal door inbraak of met wapens
- Diefstal door inbraak of met wapens
- Objectieve delictsomschrijving
- Afbakening van andere delicten
- Bewijslast & bewijswaardering
- Praktijkvoorbeelden
- Subjectieve delictsomschrijving
- Schuld & dwalingen
- Strafopheffing & diversie
- Straftoemeting & gevolgen
- Strafmaat
- Geldboete – Dagboetesysteem
- Gevangenisstraf & (gedeeltelijk) voorwaardelijke opschorting
- Bevoegdheid van de rechtbanken
- Civiele vorderingen in strafzaken
- Overzicht van de strafprocedure
- Rechten van de verdachte
- Praktijk & gedragstips
- Uw voordelen met juridische ondersteuning
- FAQ – Veelgestelde vragen
Diefstal door inbraak of met wapens
Overeenkomstig § 129 StGB is er sprake van diefstal door inbraak of met wapens, indien een persoon een diefstal pleegt conform § 127 StGB en de wegneming plaatsvindt onder een gekwalificeerde wijze van uitvoering.
De dader neemt opzettelijk een vreemde roerende zaak weg, door het verbreken van vreemd bezit en het vestigen van nieuw bezit. De kwalificatie vloeit voort uit de aard van de uitvoering van het delict, met name door inbraak, het overwinnen van beveiligingen of door het meevoeren van een wapen of een gelijkwaardig middel. Reeds het kortstondig verkrijgen van de feitelijke macht over de zaak is voldoende.
Er is sprake van diefstal conform § 129 StGB, indien een vreemde roerende zaak opzettelijk wordt weggenomen en het delict wordt gepleegd door inbraak, door het overwinnen van beveiligingen of onder het meevoeren van een wapen of een gelijkwaardig middel.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Bij § 129 StGB is de wijze van uitvoering doorslaggevend. Of er sprake is van inbraak, openbreken of elektronische uitschakeling, moet concreet aantoonbaar zijn, anders blijft het bij het basisbestanddeel. “
Objectieve delictsomschrijving
Het objectieve bestanddeel van § 129 StGB vereist een diefstal conform § 127 StGB. Het vereist derhalve de wegneming van een vreemde roerende zaak. Wegneming betekent dat de dader de feitelijke macht over de zaak van de rechthebbende opheft en zelf of door een derde nieuw bezit vestigt, dus de zaak in bezit neemt en de controle daarover aan de vorige bezitter ontneemt.
Bovendien moet bij diefstal conform § 129 StGB sprake zijn van een gekwalificeerde wijze van uitvoering. Doorslaggevend is derhalve niet alleen de inbreuk op de vreemde beschikkingsmacht, maar de aard van de uitvoering van het delict, die de wet als bijzonder gevaarlijk of ingrijpend classificeert.
Ook bij diefstal door inbraak of met wapens is reeds het kortstondig verkrijgen van de feitelijke macht over de zaak voldoende, indien de rechthebbende daardoor de controle verliest. Een duurzaam bezit of een later gebruik is niet vereist.
§ 129 StGB beschermt het vreemde vermogen tegen bijzonder gevaarlijke vormen van wegneming en sluit als kwalificatie aan op het basisbestanddeel van de diefstal.
Kwalificerende omstandigheden
Er is met name sprake van diefstal conform § 129 StGB, indien de wegneming door inbraak of het overwinnen van bijzondere beveiligingen plaatsvindt. Dit is bijvoorbeeld het geval, indien de dader in een gebouw, een transportmiddel, een opslagplaats of een andere afgesloten ruimte inbreekt, inklimt of met een nagemaakte of wederrechtelijk verkregen sleutel, een ongeschikt werktuig of een onbevoegd verkregen toegangscode binnendringt.
Eveneens is er sprake van een kwalificatie, indien de dader reservoirs, vergrendelingen of toegangssloten openbreekt, met overeenkomstige middelen opent of elektronische beveiligingen buiten werking stelt.
Er is sprake van een bijzonder zware vorm, indien de dader op deze wijze een woning binnendringt of indien hijzelf of met zijn medeweten een andere betrokkene een wapen of een gelijkwaardig middel meevoert, om een mogelijk verzet van een persoon te overwinnen of te verhinderen.
Toetsingsstappen
Dader:
Dader kan iedere strafrechtelijk verantwoordelijke persoon zijn, die een vreemde zaak in bezit neemt en daardoor de feitelijke controle aan de rechthebbende ontneemt. Bijzondere persoonlijke eigenschappen zijn niet vereist.
Slachtoffer:
Object van de daad is iedere vreemde roerende lichamelijke zaak met vermogenswaarde. Vreemd is een zaak indien deze niet uitsluitend aan de dader toebehoort. Roerend is iedere zaak die daadwerkelijk kan worden weggenomen.
Bovendien moet de wegneming onder de genoemde verzwarende omstandigheden plaatsvinden.
Delictshandeling:
De delictshandeling bestaat uit de wegneming. Hiervan is sprake, indien de dader de zaak zonder of tegen de wil van de rechthebbende in bezit brengt en daardoor diens feitelijke controle beëindigt. Bij diefstal door inbraak of met wapens vindt de wegneming plaats onder het overwinnen van beveiligingen, door inbraak of onder het meevoeren van gevaarlijke middelen.
Delictsgevolg:
Het delictsgevolg is dat de rechthebbende de controle over de zaak verliest en de dader nieuw bezit verkrijgt. Reeds een kortstondig in-bezit-nemen is voldoende.
Causaliteit:
Het controleverlies moet terug te voeren zijn op het gedrag van de dader. Zonder de wegnemingshandeling zou het gevolg niet zijn ingetreden.
Objectieve toerekening:
Het gevolg is objectief toerekenbaar, indien precies datgene wordt verwezenlijkt wat deze gekwalificeerde vorm van diefstal moet verhinderen, namelijk dat vreemde zaken door inbraak, het overwinnen van beveiligingen of onder inzet van gevaarlijke middelen onbevoegd worden onttrokken.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Inbraakdiefstal wordt vaak bewezen door bewijsmiddelen zoals sporen van openbreken, toegangsgegevens, video of de logica van de plaats delict. Zonder objectieve aanknopingspunten zijn loutere vermoedens doorgaans onvoldoende. “
Afbakening van andere delicten
Het bestanddeel van diefstal door inbraak of met wapens omvat gevallen waarin sprake is van een diefstal conform § 127 StGB en de wegneming op een bijzonder gekwalificeerde wijze van uitvoering plaatsvindt. Ook hier wordt opzettelijk een vreemde roerende zaak weggenomen, zodat de rechthebbende de feitelijke controle over de zaak verliest en de dader nieuw bezit vestigt. De nadruk ligt nog steeds op de onttrekking van de zaak zelf, niet op de beschadiging of verandering ervan. Het verhoogde onrecht vloeit voort uit de aard van de uitvoering van het delict, met name uit het binnendringen in beschermde gebieden, het overwinnen van beveiligingen of het meevoeren van een wapen of een gelijkwaardig middel, niet uit waardegrenzen of bijzondere uiterlijke omstandigheden.
- § 142 StGB – Diefstal met geweld: Diefstal met geweld onderscheidt zich van diefstal door inbraak of met wapens doordat geweld tegen een persoon of gevaarlijke bedreiging wordt ingezet, om de wegneming mogelijk te maken of in stand te houden. Terwijl ook bij diefstal met geweld een vreemde roerende zaak wordt weggenomen, richt de aanval zich onmiddellijk tegen de persoon van het slachtoffer. Bij diefstal door inbraak of met wapens staat daarentegen het overwinnen van beveiligingen of het meevoeren van een delictsmiddel op de voorgrond, zonder dat geweld tegen een persoon vereist is. Indien geweld tegen personen wordt gebruikt of gedreigd, is er geen sprake meer van diefstal conform § 129 StGB, maar van diefstal met geweld met een aanzienlijk hogere strafbedreiging.
- § 125 StGB – Beschadiging van zaken: De beschadiging van zaken omvat iedere opzettelijke aantasting van een vreemde zaak, waardoor de staat of de bruikbaarheid ervan wordt verslechterd. De rechthebbende behoudt de zaak in principe, maar deze wordt beschadigd, verminkt of onbruikbaar gemaakt.
De afbakening ten opzichte van zware diefstal vindt plaats aan de hand van het aangrijpingspunt: Bij de beschadiging van zaken blijft de zaak bij de rechthebbende, de staat ervan verslechtert. Bij zware diefstal verliest de rechthebbende de zaak zelf. Indien beschadiging en wegneming samenkomen, bijvoorbeeld indien een zaak wordt beschadigd en vervolgens ontvreemd, staan beschadiging van zaken en (zware) diefstal naast elkaar, omdat verschillende rechtsgoederen worden geschonden.
Samenloop:
Meerdaadse samenloop:
Er is sprake van echte samenloop, indien er bij diefstal door inbraak of met wapens nog andere zelfstandige delicten bijkomen, bijvoorbeeld beschadiging van zaken, huisvredebreuk of gevaarlijke bedreiging. De diefstal behoudt zijn eigenstandige onrechtsgehalte en wordt niet verdrongen. Indien meerdere rechtsgoederen worden geschonden, staan de delicten naast elkaar.
Eendaadse samenloop:
Een verdringing op grond van specialiteit komt in aanmerking, indien een ander bestanddeel het volledige onrechtsgehalte van de diefstal door inbraak of met wapens mede omvat. Dit is bijvoorbeeld het geval bij nog verder gekwalificeerde vormen van diefstal, waarbij § 129 StGB als kwalificatie terugtreedt.
Meerdaadse samenloop:
Er is sprake van meerdaadse samenloop, indien meerdere diefstallen door inbraak of met wapens zelfstandig worden gepleegd, bijvoorbeeld bij in de tijd gescheiden wegnemingen of bij verschillende delictsobjecten. Iedere wegneming vormt een eigen delict, indien er geen sprake is van een natuurlijke handelingseenheid.
Voortgezette handeling:
Er kan een eenheid van delict worden aangenomen, indien meerdere wegnemingen onmiddellijk samenhangen en door een eenheid van opzet worden gedragen, bijvoorbeeld bij meerdere inbraken in het kader van hetzelfde delictsplan. Het delict eindigt, zodra er geen verdere wegnemingen plaatsvinden of de dader zijn opzet opgeeft.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Het meevoeren van wapens in de zin van § 129 lid 2 StGB vereist geen actief gebruik. Doorslaggevend is dat het middel wordt meegevoerd om verzet te overwinnen of te verhinderen en de opzet daarop is gericht. “
Bewijslast & bewijswaardering
Openbaar Ministerie:
Het openbaar ministerie moet aantonen dat de verdachte een diefstal in de zin van § 127 StGB heeft gepleegd en het delict onder een gekwalificeerde wijze van uitvoering conform § 129 StGB heeft plaatsgevonden. Doorslaggevend is het bewijs dat de rechthebbende de feitelijke controle over de zaak heeft verloren en de verdachte zelf of door een derde nieuw bezit heeft gevestigd. Bovendien moet worden vastgesteld dat de wegneming door inbraak, het overwinnen van beveiligingen of onder het meevoeren van een wapen of een gelijkwaardig middel is gepleegd.
In het bijzonder moet worden bewezen dat
- er daadwerkelijk een wegnemingshandeling heeft plaatsgevonden,
- de zaak vreemd was, dus niet uitsluitend eigendom van de verdachte was,
- de rechthebbende de feitelijke controle over de zaak heeft verloren,
- de verdachte nieuw bezit heeft gevestigd, ook al was dit slechts kortstondig,
- de onttrekking causaal op het gedrag van de verdachte teruggaat,
- sprake is van een gekwalificeerde wijze van uitvoering conform § 129 StGB, bijvoorbeeld door inbraak, het openbreken van reservoirs of vergrendelingen, het elektronisch overwinnen van toegangssloten of door het meevoeren van wapens.
Het openbaar ministerie moet bovendien aantonen of de beweerde wegneming en de kwalificerende omstandigheid objectief vaststelbaar zijn, bijvoorbeeld door getuigenverklaringen, video-opnamen, kassagegevens, inventarisdocumenten, waardebewijzen of andere navolgbare omstandigheden.
Rechtbank:
De rechtbank toetst alle bewijsmiddelen in het totale verband en beoordeelt of er naar objectieve maatstaven sprake is van een wegneming en aan de voorwaarden van § 129 StGB is voldaan. Centraal staat de vraag of de rechthebbende de zaak daadwerkelijk heeft verloren, of dit verlies aan de verdachte kan worden toegerekend en of de gekwalificeerde wijze van uitvoering is bewezen.
Daarbij houdt de rechtbank in het bijzonder rekening met:
- bezitsverhoudingen voor en na het voorval,
- aard en verloop van de beweerde wegneming,
- Aard van het overwinnen van beveiligingen of toegangen,
- tijdstip en duur van het controleverlies,
- getuigenverklaringen over het verloop van de daad en de betrokkenheid van de verdachte,
- Video-opnamen, sporen van de plaats delict of andere objectieve bewijsmiddelen,
- Omstandigheden of bewijsstukken die inbraak, het overwinnen van beveiligingen of het meevoeren van wapens aantonen,
- of een redelijk denkend gemiddeld mens ervan zou uitgaan dat de zaak aan de rechthebbende is onttrokken.
De rechtbank maakt een duidelijk onderscheid met loutere misverstanden, vergissingen, tijdelijke bezitsoverdrachten of situaties zonder echt controleverlies, evenals met gevallen waarin geen sprake is van een bestanddeelsmatige gekwalificeerde wijze van uitvoering.
Beschuldigde persoon:
De verdachte draagt geen bewijslast. Hij kan echter gegronde twijfels aantonen, in het bijzonder met betrekking tot
- of er daadwerkelijk een wegneming heeft plaatsgevonden,
- of de rechthebbende de controle over de zaak werkelijk heeft verloren,
- of er sprake was van toestemming, rechtvaardiging of de intentie tot teruggave,
- of de zaak slechts kortstondig is aangeraakt of verplaatst, zonder nieuw bezit te vestigen,
- tegenstrijdigheden of lacunes in de weergave van het verloop van de daad,
- alternatieve oorzaken die het verlies van de zaak eveneens aannemelijk zouden kunnen verklaren,
- of de beweerde kwalificerende wijze van uitvoering daadwerkelijk aanwezig is.
Zij kan bovendien aantonen dat bepaalde handelingen misverstandelijk, per ongeluk of met toestemming van de rechthebbende hebben plaatsgevonden of dat niet aan de voorwaarden van § 129 StGB is voldaan, bijvoorbeeld omdat er geen sprake was van inbraak, het overwinnen van beveiligingen of het meevoeren van wapens in de zin van het bestanddeel.
Typische beoordeling
In de praktijk zijn bij § 129 StGB vooral de volgende bewijsmiddelen van belang:
- Video-opnamen of foto’s, met name van toegangen of plaatsen delict,
- Getuigenverklaringen over het verloop van de wegneming en de uitvoering van het delict,
- Sporen van de plaats delict, zoals schade door openbreken of werktuigafdrukken,
- Toegangsgegevens, elektronische protocollen of vergrendelingslogs,
- Vondsten van werktuigen, wapens of bestanddeelsmatige middelen,
- Communicatiebewijzen waaruit planning of verloop kan blijken,
- tijdsverlopen die aantonen wanneer de zaak is verdwenen en wie er toegang toe had.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „In de diefstalprocedure telt de bewijslogica. Video-opnamen, kassagegevens en consistente getuigenverklaringen wegen doorgaans zwaarder dan latere verklaringen, omdat ze de bezitswisseling objectief aantonen. “
Praktijkvoorbeelden
- Wegneming uit een afgesloten voertuig: De dader opent een geparkeerd voertuig door een zijruit in te slaan en ontneemt daaraan een vreemde roerende zaak, bijvoorbeeld een tas of een elektronisch apparaat. De voertuighouder verliest daardoor de feitelijke controle over de zaak, terwijl de dader nieuw bezit vestigt. Doorslaggevend is het overwinnen van een beveiliging door inbraak. Ongeacht de waarde van de zaak is er sprake van diefstal door inbraak conform § 129 StGB. Reeds het kortstondig verkrijgen van de feitelijke macht over de zaak is voldoende.
- Wegneming onder het meevoeren van een gevaarlijk middel: De dader neemt in een winkel een vreemde zaak in bezit en voert daarbij een mes bij zich, om mogelijk verzet van personen te verhinderen. De rechthebbende verliest de feitelijke controle over de zaak, terwijl de dader nieuw bezit vestigt. Dat het mes niet actief wordt ingezet, is niet relevant. Reeds het bewust meevoeren van een gevaarlijk middel ter beveiliging van het delict vormt een diefstal met wapens in de zin van § 129 StGB.
Deze voorbeelden laten zien dat er sprake is van een diefstal door inbraak of met wapens conform § 129 StGB, indien een vreemde roerende zaak zonder toestemming wordt weggenomen, de rechthebbende de feitelijke controle verliest en het delict door inbraak, het overwinnen van beveiligingen of onder het meevoeren van een wapen of een gelijkwaardig middel plaatsvindt. Doorslaggevend is de wijze van uitvoering, niet de waarde van de zaak of de duur van het bezit.
Subjectieve delictsomschrijving
Het subjectieve bestanddeel van de diefstal door inbraak of met wapens vereist opzet. De dader moet weten dat hij een vreemde roerende zaak wegneemt, door de rechthebbende de feitelijke controle over de zaak te ontnemen en nieuw bezit te vestigen. Hij moet erkennen dat de zaak niet van hem is en dat de wegneming zonder toestemming van de rechthebbende plaatsvindt.
De dader moet derhalve begrijpen dat zijn gedrag een gerichte onttrekking van een vreemde zaak vormt en geschikt is om de rechthebbende van het gebruik en de beschikking uit te sluiten. Voor de opzet is voldoende dat de dader de wegneming ernstig voor mogelijk houdt en zich ermee verzoent; voorwaardelijke opzet is voldoende.
Bovendien moet de opzet zich ook uitstrekken tot de kwalificerende wijze van uitvoering. De dader moet op zijn minst billijkend op de koop toe nemen dat de wegneming door inbraak, door het overwinnen van beveiligingen of onder het meevoeren van een wapen of een gelijkwaardig middel plaatsvindt. Het is voldoende dat hij deze omstandigheden ernstig voor mogelijk houdt. Wie daarentegen ervan uitgaat geen beveiliging te overwinnen of geen bestanddeelsrelevant middel bij zich te voeren, verwezenlijkt het kwalificerende kenmerk subjectief niet.
Bovendien vereist ook dit bestanddeel een verrijkingsopzet. De dader moet op zijn minst billijkend op de koop toe nemen om zichzelf of een derde een onrechtmatig vermogensvoordeel te verschaffen, bijvoorbeeld door het behouden, gebruiken, doorgeven of verkopen van de zaak.
Er is geen sprake van een subjectief bestanddeel, indien de dader ernstig gelooft gerechtigd te zijn tot de wegneming of de kwalificerende wijze van uitvoering zonder voorwaardelijke opzet ontkent.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekSchuld & dwalingen
Een dwaling omtrent het verbod verontschuldigt alleen als deze onvermijdbaar was. Wie gedrag vertoont dat herkenbaar inbreuk maakt op de rechten van anderen, kan zich niet beroepen op het feit dat hij de onrechtmatigheid niet heeft erkend. Iedereen is verplicht zich te informeren over de wettelijke grenzen van zijn handelen. Louter onwetendheid of een lichtzinnige dwaling ontslaat niet van verantwoordelijkheid.
Schuldbeginsel:
Strafbaar is alleen wie schuldig handelt. Opzettelijke delicten vereisen dat de dader de essentiële gebeurtenissen herkent en ten minste op de koop toe neemt. Ontbreekt dit opzet, bijvoorbeeld omdat de dader ten onrechte aanneemt dat zijn gedrag toegestaan is of vrijwillig wordt gedragen, is er hoogstens sprake van nalatigheid. Dit is bij opzettelijke delicten niet voldoende.
Ontoerekeningsvatbaarheid:
Geen schuld treft iemand die ten tijde van het delict vanwege een ernstige psychische stoornis, een ziekelijke geestelijke beperking of een aanzienlijk onvermogen tot zelfbeheersing niet in staat was het onrecht van zijn handelen in te zien of naar dit inzicht te handelen. Bij dienovereenkomstige twijfels wordt een psychiatrisch rapport ingewonnen.
Verontschuldigende noodtoestand:
Een verontschuldigende noodtoestand kan zich voordoen wanneer de dader handelt in een extreme dwangsituatie om een acuut gevaar voor het eigen leven of het leven van anderen af te wenden. Het gedrag blijft onrechtmatig, maar kan schuldverminderend of verontschuldigend werken als er geen andere uitweg was.
Wie ten onrechte meent dat hij gerechtigd is tot een verdedigingshandeling, handelt zonder opzet als de dwaling serieus en begrijpelijk was. Een dergelijke dwaling kan de schuld verminderen of uitsluiten. Blijft er echter een schending van de zorgvuldigheidsplicht, dan komt een beoordeling als nalatig of strafverminderend in aanmerking, maar geen rechtvaardiging.
Strafopheffing & diversie
Diversie:
Een schikking is bij diefstal door inbraak of met wapens conform § 129 StGB niet uitgesloten, maar komt aanzienlijk terughoudender in aanmerking. Het bestanddeel betreft een gekwalificeerde diefstal, waarbij de aard van de uitvoering van het delict, bijvoorbeeld inbraak, het overwinnen van beveiligingen of het meevoeren van wapens, een verhoogd onrecht vormt. Daarmee is regelmatig een verhoogd gevaars- en onrechtsmoment verbonden, dat een schikking slechts in beperkte mate toelaat.
In gevallen waarin de gekwalificeerde wijze van uitvoering slechts aan de onderkant wordt verwezenlijkt, de dader onmiddellijk inzichtelijk handelt en de gevolgen snel en volledig kunnen worden gecompenseerd, kan een schikking toch worden overwogen. Met toenemende intensiteit van de uitvoering van het delict, gerichte aanpak of extra gevaar voor personen daalt de waarschijnlijkheid van een schikking aanzienlijk.
Een diversie kan worden overwogen wanneer
- de schuld in zijn geheel gering is,
- de gekwalificeerde wijze van uitvoering niet bijzonder zwaar weegt,
- er geen ernstige gevolgen zijn ingetreden,
- er geen sprake is van planmatig of herhaaldelijk gedrag,
- de feiten duidelijk en overzichtelijk zijn,
- en de dader inzichtelijk, coöperatief en bereid tot schadeloosstelling is.
Komt een bemiddeling in aanmerking, dan kan de rechtbank geldprestaties, prestaties ten bate van het algemeen nut, begeleidingsinstructies of een schadevergoeding opleggen. Een bemiddeling leidt tot geen veroordeling en geen strafregistervermelding.
Uitsluiting van diversie:
Diversie is uitgesloten als
- een aanzienlijke vermogensschade is ingetreden,
- de gekwalificeerde wijze van uitvoering duidelijk en ondubbelzinnig is uitgesproken,
- de daad bewust doelgericht of planmatig is begaan,
- er meerdere zelfstandige diefstalhandelingen voorliggen,
- een herhaaldelijk of systematisch gedrag gegeven is,
- er bijzondere verzwarende omstandigheden bijkomen,
- of het totale gedrag een ernstige schending van de vermogens- of veiligheidsbelangen van derden vormt.
Alleen bij duidelijk geringe schuld en onmiddellijk inzicht kan worden onderzocht of een uitzonderlijke diversionele aanpak toelaatbaar is. In de praktijk is de diversion bij § 129 StGB mogelijk, maar aanzienlijk beperkter dan bij het basisbestanddeel en strikt afhankelijk van de concrete omstandigheden van de uitvoering van het delict.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Diversion is geen automatisme. Planmatige aanpak, herhaling of een merkbare vermogensschade sluiten een diversionele afhandeling in de praktijk vaak uit. “
Straftoemeting & gevolgen
De rechtbank bepaalt de straf naar de omvang van de vermogensinbreuk, naar aard, intensiteit en gevaarlijkheid van de uitvoering van het delict en naar de mate waarin het onttrekken van de zaak de economische positie of gebruiksmogelijkheid van de rechthebbende heeft benadeeld. Doorslaggevend is of de dader doelgericht, planmatig of herhaaldelijk heeft gehandeld en of het delict door inbraak, het overwinnen van beveiligingen of het meevoeren van wapens een verhoogd gevaarspotentieel vertoonde.
Strafverzwarende omstandigheden zijn met name als
- het delict werd gepleegd door middel van inbraak, het openbreken van recipiënten of het overwinnen van toegangsbeveiligingen,
- er sprake was van een wapeninzet of het meevoeren van een gelijkwaardig middel ter intimidatie,
- een systematische of bijzonder hardnekkige aanpak herkenbaar is,
- een aanzienlijke vermogensschade is ontstaan,
- meerdere voorwerpen of economisch belangrijke zaken betroffen waren,
- ondanks duidelijke aanwijzingen of verzoeken tot staking verdere delictshandelingen hebben plaatsgevonden,
- er sprake was van een bijzondere bedreiging van personen,
- of er relevante voorstraffen bestaan.
Strafverminderende omstandigheden zijn bijvoorbeeld
- Onbesproken gedrag,
- een volledige bekentenis en aantoonbaar inzicht,
- een onmiddellijke beëindiging van het delictische gedrag,
- actieve herstelmaatregelen of schaderegeling,
- bijzondere belastings- of overbelastingssituaties bij de dader,
- of een buitensporig lange procedureduur.
Een vrijheidsstraf kan de rechtbank voorwaardelijk kwijtschelden, indien deze niet langer duurt dan twee jaar en de dader een positieve sociale prognose heeft. Bij inbraak of delicten met wapens wordt een voorwaardelijke kwijtschelding echter aanzienlijk terughoudender verleend.
Strafmaat
De diefstal volgens § 127 StGB vormt het basisbestanddeel en wordt bedreigd met vrijheidsstraf tot zes maanden of geldboete tot 360 dagtarieven.
Indien er sprake is van een diefstal door inbraak of met wapens, is § 129 StGB van toepassing. Een dergelijk geval doet zich met name voor, indien de diefstal
- door inbraak of binnendringen in een gebouw, een transportmiddel, een opslagplaats of een andere omsloten ruimte,
- door het openbreken of openen van recipiënten of vergrendelingen,
- door het elektronisch buiten werking stellen van een toegangsslot,
- of onder het meevoeren van een wapen of een gelijkwaardig middel ter overwinning of verhindering van verzet
- wordt gepleegd.
In deze gevallen bedraagt het strafbereik overeenkomstig § 129 lid 1 StGB vrijheidsstraf tot drie jaar.
Indien er sprake is van een kwalificatie volgens § 129 lid 2 StGB, bijvoorbeeld omdat er is ingebroken in een woning of omdat er een wapen of een gelijkwaardig middel wordt meegevoerd ter intimidatie of overwinning van verzet, is § 129 lid 2 StGB van toepassing. De wet voorziet hier in een verzwaard strafbereik van zes maanden tot vijf jaar vrijheidsstraf. Een geldboete is in deze gevallen niet voorzien.
Verdere gekwalificeerde vormen van diefstal, zoals de zware diefstal volgens § 128 StGB, de gewoontemisdadige diefstal (§ 130 StGB) of de roofzuchtige diefstal (§ 131 StGB) leiden ertoe dat telkens het speciale wettelijke strafbereik doorslaggevend is. Indien meerdere kwalificaties samenkomen, richt de juridische indeling zich naar het desbetreffende kwalificatiekenmerk en de concurrentieregels. In de praktijk wordt dan dat delictsbestanddeel gebruikt dat de concrete onrechtmatigheid het volledigst omvat; een algemene verdringing alleen vanwege § 129 StGB is niet in elk geval dwingend.
Geldboete – Dagboetesysteem
Het Oostenrijkse strafrecht berekent geldboetes volgens het dagboetesysteem. Het aantal dagboetes is gebaseerd op de schuld, het bedrag per dag op de financiële draagkracht. Zo wordt de straf aangepast aan de persoonlijke omstandigheden en blijft deze toch voelbaar.
- Spanne: tot 720 dagtarieven – minstens € 4, hoogstens € 5.000 per dag.
- Praktijkformule: Ongeveer 6 maanden gevangenisstraf komt overeen met ongeveer 360 dagboetes. Deze omrekening dient slechts als oriëntatie en is geen star schema.
- Bij niet-betaling: De rechtbank kan een vervangende vrijheidsstraf opleggen. In de regel geldt: 1 dag vervangende vrijheidsstraf komt overeen met 2 dagboetes.
Opmerking:
Bij de diefstal door inbraak of met wapens overeenkomstig § 129 StGB treedt de geldboete regelmatig op de achtergrond. Vanwege het voorziene vrijheidsstrafbereik komt een geldboete slechts in uitzonderingsgevallen in aanmerking, bijvoorbeeld bij geringe schuld en aan de onderkant van het delictsbestanddeel volgens § 129 lid 1 StGB. In de gevallen van de § 129 lid 2 StGB met een strafbedreiging van zes maanden tot vijf jaar vrijheidsstraf is een geldboete wettelijk uitgesloten.
Gevangenisstraf & (gedeeltelijk) voorwaardelijke opschorting
§ 37 StGB: Indien de wettelijke strafbedreiging tot vijf jaar reikt, kan de rechtbank in plaats van een korte vrijheidsstraf van maximaal een jaar een geldboete opleggen. Deze mogelijkheid bestaat daarom ook bij gekwalificeerde vormen van diefstal, voor zover het wettelijke strafbereik dit toelaat.
In de praktijk wordt deze bepaling echter terughoudend toegepast, omdat gekwalificeerde wijzen van plegen regelmatig een verhoogd onrecht vertonen. Een toepassing komt vooral dan in aanmerking, indien het delict zich aan de onderkant van het delictsbestanddeel bevindt, er geen bijzonder verzwarende middelen zijn ingezet, de schade gering of reeds vergoed is en er geen verdere verzwarende gronden voorliggen.
Bij delicten met wettelijke minimumvrijheidsstraf is een toepassing regelmatig uitgesloten.
§ 43 StGB: Een vrijheidsstraf kan voorwaardelijk worden kwijtgescholden, indien deze twee jaar niet overschrijdt en de dader een positieve sociale prognose heeft. Deze mogelijkheid bestaat ook bij verzwaarde vormen van diefstal. Terughoudender wordt een voorwaardelijke kwijtschelding verleend, indien het delict planmatig, onder inzet van bijzondere middelen of met een duidelijk verhoogde onrechtmatigheid is gepleegd. Realistisch is een voorwaardelijke kwijtschelding vooral dan, indien de schade volledig is vergoed, de dader inzichtelijk is en het delict zich in het onderste strafbereik bevindt.
§ 43a StGB: De gedeeltelijk voorwaardelijke kwijtschelding staat een combinatie van onvoorwaardelijk en voorwaardelijk kwijtgescholden strafdeel toe. Deze is bij straffen boven zes maanden en tot twee jaar mogelijk.
Deze vorm kan met name dan van betekenis zijn, indien de aan de schuld aangepaste straf tussen zes maanden en twee jaar ligt en er geen wettelijke minimumvrijheidsstraf tegenstrijdig is.
§§ 50 tot 52 StGB: De rechtbank kan aanwijzingen geven en reclassering gelasten. Vaak betreffen deze de schadevergoeding, de teruggave van de zaak, de vermijding van verdere vermogensdelicten of structurerende maatregelen zoals gedragstrainingen. Het doel is om de ontstane schade te compenseren en toekomstige strafbare feiten te voorkomen.
Bevoegdheid van de rechtbanken
Materiële bevoegdheid
Voor de diefstal door inbraak of met wapens overeenkomstig § 129 StGB is vanwege de verhoogde strafbedreiging in beginsel de Landesgericht bevoegd. Het bevoegdheidsgebied van de Bezirksgericht is overschreden, aangezien § 129 lid 1 StGB een vrijheidsstraf tot drie jaar voorziet.
Indien het gaat om een diefstal volgens § 129 lid 1 StGB, beslist de Landesgericht als alleensprekende rechter. Een bevoegdheid van de Bezirksgericht is uitgesloten.
Indien er sprake is van een diefstal volgens § 129 lid 2 StGB, bijvoorbeeld door inbraak in een woning of door het meevoeren van een wapen of een gelijkwaardig middel, bedraagt het strafbereik zes maanden tot vijf jaar vrijheidsstraf. Ook in deze gevallen beslist de Landesgericht als alleensprekende rechter, aangezien de wettelijke strafbedreiging de bevoegdheid van een Schöffengericht niet bereikt.
Een Schöffengericht komt daarom bij § 129 StGB niet tot toepassing.
Een Geschworenengericht is eveneens uitgesloten, aangezien de strafbedreiging geen bevoegdheid van deze gerechtsvorm opent.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „De gerechtelijke bevoegdheid volgt uitsluitend de wettelijke bevoegdheidsregeling. Doorslaggevend zijn strafbedreiging, plaats delict en procesbevoegdheid, niet de subjectieve inschatting van de betrokkenen of de feitelijke complexiteit van de zaak. “
Territoriale bevoegdheid
Bevoegd is de rechtbank op de plaats van de wegneming. Doorslaggevend is waar de rechthebbende de feitelijke controle over de zaak heeft verloren en de dader nieuw bezit heeft gevestigd.
Als de plaats van het delict niet eenduidig kan worden vastgesteld, is de bevoegdheid afhankelijk van
- de woonplaats van de beschuldigde persoon,
- de plaats van arrestatie,
- of de zetel van het zakelijk bevoegde openbaar ministerie.
De procedure wordt gevoerd waar een doelmatige en ordelijke uitvoering het best gewaarborgd is.
Instanties
Tegen vonnissen van de Landesgericht als eerste rechtbank is beroep toegestaan.
Een Nichtigkeitsbeschwerde bij het Oberste Gerichtshof komt in de wettelijk voorziene gevallen in aanmerking.
Civiele vorderingen in strafzaken
Bij diefstal door inbraak of met wapens volgens § 129 StGB kan de benadeelde persoon als privépartij haar civielrechtelijke vorderingen direct in de strafprocedure geldend maken. Aangezien dit delict ook het onbevoegde onttrekking van een roerende zaak van een ander betreft, zijn de vorderingen met name gericht op de waarde van de zaak, kosten van terugbezorging, gebruiksderving, gederfde gebruiksvoordeel en op verdere vermogensrechtelijke schade die door de wegneming is ontstaan.
Afhankelijk van het geval kan ook gevolgschade worden gevorderd, bijvoorbeeld als de zaak voor beroeps- of bedrijfsdoeleinden nodig was en de onttrekking tot aanzienlijke economische nadelen heeft geleid.
De voeging als benadeelde partij stuit de verjaring van alle ingediende vorderingen, zolang het strafproces aanhangig is. Pas na onherroepelijke afsluiting loopt de verjaringstermijn verder, voor zover de schade niet volledig werd toegewezen.
Een vrijwillige schadevergoeding, zoals de teruggave van de zaak, de betaling van de waarde of een serieuze poging tot compensatie, kan strafverminderend werken, mits deze tijdig en volledig plaatsvindt.
Als de dader echter doelgericht, planmatig of met gebruikmaking van de voor § 129 StGB typische verzwarende uitvoeringswijzen heeft gehandeld, verliest een latere schadevergoeding in de regel een groot deel van haar verzachtende werking. In dergelijke constellaties compenseert een latere compensatie het onrecht van de daad slechts in beperkte mate.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Privatbeteiligtenansprüche moeten duidelijk worden gekwantificeerd en gedocumenteerd. Zonder een degelijke schadedocumentatie blijft de schadevergoeding in de strafprocedure vaak onvolledig en verschuift deze naar de civiele procedure. “
Overzicht van de strafprocedure
Begin van het onderzoek
Een strafprocedure vereist een concrete verdenking, vanaf wanneer een persoon als verdachte geldt en alle rechten van de verdachte kan uitoefenen. Aangezien het om een Offizialdelikt gaat, leiden politie en openbaar ministerie de procedure van ambtswege in, zodra er een overeenkomstige verdenking bestaat. Een bijzondere verklaring van de benadeelde is hiervoor niet vereist.
Politie en openbaar ministerie
Het openbaar ministerie leidt het opsporingsonderzoek en bepaalt het verdere verloop. De recherche verricht het nodige onderzoek, veiligt sporen, neemt getuigenverklaringen op en documenteert de schade. Uiteindelijk beslist het openbaar ministerie over seponering, diversie of vervolging, afhankelijk van schuldgraad, schadeomvang en bewijspositie.
Verhoor van de verdachte
Voor elk verhoor krijgt de verdachte persoon een volledige voorlichting over zijn rechten, in het bijzonder het zwijgrecht en het recht op bijstand van een advocaat. Verlangt de verdachte een advocaat, dan wordt het verhoor uitgesteld. Het formele verdachtenverhoor dient voor de confrontatie met de beschuldiging en het bieden van de mogelijkheid tot stellingname.
Inzage in het dossier
Inzage in de stukken kan bij politie, openbaar ministerie of rechtbank worden genomen. Dit omvat ook bewijsstukken, voor zover het onderzoeksdoel daardoor niet in gevaar komt. De voeging als benadeelde partij richt zich naar de algemene regels van het wetboek van strafvordering en maakt het de benadeelde mogelijk schadevergoedingsvorderingen direct in het strafproces geldend te maken.
Hoofdzitting
De terechtzitting dient voor de mondelinge bewijsvoering, de juridische beoordeling en de beslissing over eventuele civielrechtelijke vorderingen. De rechtbank onderzoekt in het bijzonder het verloop van de daad, opzet, schadeomvang en de geloofwaardigheid van de verklaringen. Het proces eindigt met veroordeling, vrijspraak of afdoening via diversie.
Rechten van de verdachte
- Informatie & verdediging: Recht op kennisgeving, rechtsbijstand, vrije advocaatkeuze, vertaalhulp, bewijsverzoeken.
- Zwijgen & advocaat: Zwijgrecht te allen tijde; bij bijstand van advocaat moet het verhoor worden uitgesteld.
- Waarschuwingsplicht: tijdige informatie over verdenking/rechten; uitzonderingen alleen ter waarborging van het onderzoeksdoel.
- Dossierinzage praktisch: Onderzoeks- en hoofdproceduredossiers; inzage van derden beperkt ten gunste van de verdachte.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „De juiste stappen in de eerste 48 uur bepalen vaak of een procedure escaleert of controleerbaar blijft.“
Praktijk & gedragstips
- Zwijgen bewaren.
Een korte verklaring volstaat: “Ik maak gebruik van mijn zwijgrecht en spreek eerst met mijn verdediging.” Dit recht geldt reeds vanaf het eerste verhoor door politie of Openbaar Ministerie. - Onmiddellijk verdediging contacteren.
Zonder inzage in de onderzoeksdossiers moet geen verklaring worden afgelegd. Pas na dossierinzage kan de verdediging inschatten welke strategie en welke bewijsvergaring zinvol zijn. - Bewijs onmiddellijk veiligstellen.
U dient alle beschikbare documenten, berichten, foto’s, video’s en andere opnames zo vroeg mogelijk veilig te stellen en in kopie te bewaren. Digitale gegevens moeten regelmatig worden opgeslagen en beschermd tegen latere wijzigingen. Noteer belangrijke personen als mogelijke getuigen en leg het verloop van de gebeurtenissen tijdig vast in een geheugenprotocol. - Geen contact met tegenpartij opnemen.
Eigen berichten, telefoontjes of posts kunnen als bewijsmiddel tegen u worden gebruikt. Alle communicatie moet uitsluitend via de verdediging verlopen. - Video- en dataopnamen tijdig veiligstellen.
Bewakingsvideo’s in openbaar vervoer, horeca of van huisbeheer worden vaak na enkele dagen automatisch gewist. Verzoeken tot databeveiliging moeten daarom direct aan beheerders, politie of OM worden gericht. - Huiszoekingen en inbeslagnames documenteren.
Bij huiszoekingen of inbeslagnames moet u om een kopie van het bevel of proces-verbaal vragen. Noteer datum, tijd, betrokken personen en alle meegenomen voorwerpen. - Bij arrestatie: geen verklaringen over de zaak afleggen.
Sta erop dat uw advocaat onmiddellijk wordt ingelicht. Voorlopige hechtenis mag alleen worden opgelegd bij dringende verdenking en een aanvullende detentiegrond. Minder ingrijpende maatregelen (bijv. belofte, meldplicht, contactverbod) hebben voorrang. - Herstel doelgericht voorbereiden.
Betalingen, symbolische prestaties, verontschuldigingen of andere compensatie-aanbiedingen mogen uitsluitend via de verdediging worden afgehandeld en gedocumenteerd. Een gestructureerd herstel kan een positief effect hebben op diversie en strafbepaling.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Wie overwogen handelt, bewijs veiligstelt en vroeg juridische ondersteuning zoekt, behoudt de controle over de procedure.“
Uw voordelen met juridische ondersteuning
De diefstal door inbraak of met wapens volgens § 129 StGB sluit aan bij het basisbestanddeel van diefstal, maar is gebaseerd op een bijzonder verzwarende wijze van uitvoering van de daad. De juridische beoordeling hangt in wezen af van de vraag of de beweerde wijze van uitvoering daadwerkelijk aanwezig en aantoonbaar is. Reeds geringe afwijkingen in het verloop van de daad kunnen doorslaggevend zijn.
Een vroegtijdige juridische begeleiding zorgt ervoor dat de beschuldiging, het bewijs en de kwalificatiekenmerken juridisch correct worden ingedeeld.
Ons advocatenkantoor
- onderzoekt of de voorwaarden voor diefstal door inbraak of met wapens daadwerkelijk zijn vervuld,
- analyseert de bewijspositie met betrekking tot de beweerde wijze van uitvoering,
- ontwikkelt een duidelijke verdedigingsstrategie op basis van de concrete feiten.
Als strafrechtelijk gespecialiseerde vertegenwoordiging zorgen wij ervoor dat de beschuldiging volgens § 129 StGB zorgvuldig wordt onderzocht en de procedure op een solide feitelijke basis wordt gevoerd.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Juridische ondersteuning betekent het werkelijke gebeuren duidelijk te scheiden van waarderingen en daaruit een houdbare verdedigingsstrategie te ontwikkelen.“