Mountainbike-ongeval
- Advocaat voor mountainbike in Oostenrijk
- Rechtsgevolgen na mountainbike-ongevallen
- Vorderingen na mountainbike-ongevallen
- Aansprakelijkheid voor mountainbike-ongevallen
- Niet-naleving van de “Fair-Play”-regels
- Mountainbiken onder invloed van alcohol
- Mountainbiken onder invloed van drugs
- Gebrekkige mountainbike-uitrusting
- Schuld bij georganiseerde mountainbike-evenementen
- Beveiliging van bospadden (bij toestemming om te berijden)
- Gebrekkige speciale oppervlakken
- Gebrekkige mountainbike-cursus
- Procedures na mountainbike-ongevallen
- Gedrag na een mountainbike-ongeval
- Bewijzen veiligstellen na een mountainbike-ongeval
Advocaat voor mountainbike in Oostenrijk
Onze advocaten zijn gespecialiseerd in de buitengerechtelijke en gerechtelijke rechtsvertegenwoordiging in civiele procedures en in strafprocedures naar aanleiding van mountainbike-ongevallen in Oostenrijk.
Rechtsgevolgen na mountainbike-ongevallen
Civiele procedure
- Smartengeld
- Materiële schade
- Bergingskosten
- Genezingskosten
- Gefrustreerde uitgaven
- Verloren vakantie
- Inkomstenderving
- Gederfde winst
- Overige kosten
Strafrechtelijke procedure
- Politieonderzoek
- Aanklacht door het Openbaar Ministerie
- Strafproces voor de strafrechter
- Rechtsmiddelprocedure
Zes locaties
De ideale ligging van onze zes vestigingen in Oostenrijk stelt ons in staat u op elke ongevalsplaats in alle Oostenrijkse gebieden optimaal te vertegenwoordigen.
Onze Duitse cliënten waarderen vooral dat ons advocatenkantoor ook in Duitsland is toegelaten. Dit vergemakkelijkt de communicatie met de Duitse “huisadvocaat” en de Duitse rechtsbijstandverzekeraar. Wij zijn de optimale “vertalers” van Duits recht naar Oostenrijks recht.
Bespreking via videoconferentie
Mountainbike-ongevallen kunnen ook ver van huis gebeuren. Ook daarvoor hebben wij een oplossing. De afhandeling van alle
Rechtsbijstandverzekering
Wij accepteren alle rechtsbijstandverzekeringen.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Maak gebruik van ons gratis eerste gesprek via videoconferentie of telefoon om een juridische inschatting van de rechtssituatie te verkrijgen.“
Vorderingen na mountainbike-ongevallen
Bij een mountainbike-ongeval in Oostenrijk is in bijna alle gevallen Oostenrijks recht van toepassing. Alle vorderingen van alle betrokken personen dienen daarom volgens Oostenrijks recht te worden getoetst. Iets anders geldt alleen wanneer de veroorzaker van het ongeval en het slachtoffer hun woonplaats in dezelfde buitenlandse staat hebben.
Bij een mountainbike-ongeval kunnen vorderingen tot schadevergoeding bestaan voor
- Pijn
- Materiële schade
- Bergingskosten
- Genezingskosten
- Gefrustreerde uitgaven
- Inkomstenderving
- Forfaitaire onkosten
De aansprakelijkheid voor deze aanspraken ligt bij degene die het ongeval schuldig en onrechtmatig heeft veroorzaakt. Wie deze aanspraken als slachtoffer wil doorvoeren of als veroorzaker wil afweren, moet vanaf het begin alles goed doen.
Als het om een ernstig ongeval met lichamelijk letsel gaat, kan de politie worden ingeschakeld en het ongevalsverloop opnemen. Dit gebeurt dwingend wanneer andere weggebruikers (zoals automobilisten, fietsers, voetgangers) eveneens bij het ongeval betrokken zijn. In de regel is dit ook het geval bij ongevallen op openbare wegen en paden. Daarbij kunnen zelfs kleine fouten bij de verklaring dure gevolgen hebben.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Idealiter neemt u contact met ons op nog vóór het verhoor door de politie – ook als u geen schuld treft aan het ongeval.“
Pijn
Het smartengeld moet de gewonde zowel de door het mountainbike-ongeval reeds ontstane pijn en onlustgevoelens als alle pas in de toekomst optredende gevolg- en laatschade vergoeden.
De hoogte van het smartengeld wordt berekend door dagvergoedingen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen lichte, matige en zware pijn. Deze worden in de verschillende gerechtelijke districten soms in verschillende hoogtes toegekend.
Bij wijze van voorbeeld zou de rechtbank van Salzburg bij letsel dat gepaard gaat met 3 dagen ernstige pijn, 8 dagen matige pijn en 21 dagen lichte pijn, waarschijnlijk een smartengeld van ongeveer EUR 5.520,00 toekennen.
Materiële schade
De materiële schade omvat de kosten voor de vervanging of reparatie van zaken die door het mountainbike-ongeval vernietigd of beschadigd werden. Ook materiële schade, zoals een door het mountainbike-ongeval beschadigde fietsuitrusting, moet worden vergoed.
Het doel van de schadevergoedingsvordering is de benadeelde een compensatie te verschaffen voor het geleden verlies. Worden reeds gebruikte zaken, bijv. een oude fietsuitrusting, beschadigd, dan doet zich de “nieuw voor oud”-problematiek voor. Deze kan bij sterk gebruikte zaken ertoe leiden dat alleen de tijdwaarde van de beschadigde zaak wordt vergoed.
Bergingskosten
De bergingskosten omvatten de kosten van de berging vanaf de ongevalsplaats. Is dus naar aanleiding van een mountainbike-ongeval een berging middels helikopter noodzakelijk, dan kan de gewonde deze kosten eveneens bij de ongevalsveroorzaker vorderen.
LET OP: Voor zover de bergingskosten door een verzekering zijn vergoed, gaan de betreffende aanspraken tegen de schadeveroorzaker over op de verzekering.
Genezingskosten
De genezingskosten omvatten de kosten voor behandelingen, medicijnen, hulpmiddelen en reizen naar behandelingen.
LET OP: Voor zover de prestaties door de sociale verzekeringsmaatschappij zijn verleend, gaan de desbetreffende claims tegen de schadetoebrengen over op de sociale verzekeringsmaatschappij.
Gefrustreerde uitgaven
Gefrustreerde uitgaven zijn alle uitgaven die door het mountainbike-ongeval weliswaar niet zelf veroorzaakt werden, maar door het mountainbike-ongeval nutteloos zijn geworden. Het ongevalsslachtoffer heeft recht op vergoeding van gefrustreerde uitgaven.
Onder de aanspraak op vergoeding van gefrustreerde uitgaven vallen onder andere de kosten van de niet meer benodigde hotelkamer, reiskosten van een niet meer te consumeren vakantie en annuleringskosten.
Inkomstenderving
De inkomstenderving omvat alle schade van het ongevalsslachtoffer ten gevolge van een vermindering of verlies van de arbeidscapaciteit.
Lijdt het ongevalsslachtoffer door het mountainbike-ongeval inkomstenderving, dan moet de ongevalsveroorzaker de inkomstenderving vergoeden.
De inkomstenderving moet door de veroorzaker van het ongeval al in geval van lichte nalatigheid worden vergoed.
Gederfde winst
Gederfde winst is er altijd wanneer de benadeelde een nog in de toekomst liggende kans verliest, waarvan de verwezenlijking al grotendeels zeker was.
Het niet verkrijgen van een reeds op handen zijnde, maar op het tijdstip van het mountainbike-ongeval nog niet vaststaande, professionele promotie vormt een gederfde winst, wanneer het ongevalsslachtoffer wegens blijvende schade niet meer in staat is de hoger betaalde baan uit te oefenen.
De gederfde winst moet door de veroorzaker van het ongeval in geval van grove schuld worden vergoed.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Maak gebruik van ons gratis eerste gesprek om duidelijkheid te verkrijgen over eventuele aanspraken.“
Aansprakelijkheid voor mountainbike-ongevallen
Een aansprakelijkheid voor de gevolgen van een mountainbike-ongeval vereist een onrechtmatig en schuldig gedrag van de ongevalsveroorzaker.
We hebben de belangrijkste voorbeelden voor u samengevat:
Niet-naleving van de “Fair-Play”-regels
De “Fair-Play”-regels“ werden vastgesteld door het Federaal Ministerie voor Land- en Bosbouw, Regio’s en Waterbeheer, in samenwerking met de land- en bosbouwbedrijven van Oostenrijk en de Österreichische Bundesforste AG. Deze bepalen:
- Alleen op gemarkeerde wegen rijden!
- Geen sporen achterlaten!
- De mountainbike in topconditie houden!
- De mountainbike onder controle houden!
- Andere natuurgebruikers dienen te worden gerespecteerd!
- Rekening houden met dieren!
- Verantwoordelijk handelen!
- Het milieu en uzelf iets goeds doen!
Het mountainbiken in het bos (inclusief boswegen en overige bospaden) is in principe verboden. Een toestemming kan van de betreffende bosbezitter (bij boswegen van de beheerder van de bosweg) worden verkregen. Verleent de bosbezitter zijn toestemming voor het algemeen publiek, dan is dit herkenbaar door passende bebording.
Mountainbiken onder invloed van alcohol
Het mountainbiken onderligt (evenals het algemene fietsen) aan een wettelijke maximumgrens voor alcohol in het bloed (promillegrens) van 0,8 promille. Er dreigen juridische gevolgen zodra er bij overschrijding van deze waarde een ongeval plaatsvindt. Ligt de promillewaarde boven 1,6 promille, dan wordt men als “rijdingsongeschikt” aangemerkt.
Bij herhaalde overtredingen of een bijzonder zwaar ongeval kan ook het (auto-)rijbewijs worden ingetrokken.
Maar ook bij juridisch nog niet relevante promillewaarden kan de invloed van alcohol relevant worden in aansprakelijkheidskwesties. Is de ongevalsveroorzaker onder invloed van alcohol, dan bewirkt dit bijna altijd grove schuld. De ongevalsveroorzaker is dan bij materiële schade aansprakelijk voor de nieuwwaarde van de beschadigde zaken en ook voor inkomstenderving van het ongevalsslachtoffer.
Is het ongevalsslachtoffer onder invloed van alcohol, dan wordt door de rechter vaak daarentegen medeschuld van het ongevalsslachtoffer uitgesproken. De schadevergoedingsvordering van het ongevalsslachtoffer wordt dan procentueel verminderd.
Alcoholgebruik heeft dus een directe invloed op de omvang en de hoogte van de te claimen aanspraken.
Wie wegens alcoholinvloed bij het mountainbiken beperkt is, pleegt bovendien het strafbare feit van gevaar voor de lichamelijke veiligheid – zelfs wanneer niemand gewond raakte. Wie wegens alcoholinvloed anderen verwondt, pleegt een culpose mishandeling, die wegens grove schuld hoger wordt bestraft.
Mountainbiken onder invloed van drugs
Voor het mountainbiken onder invloed van drugs geldt hetzelfde als voor het mountainbiken onder invloed van alcohol. Het mountainbiken onder invloed van drugs kan zowel voor de ongevalsveroorzaker als het ongevalsslachtoffer massale nadelen brengen.
Gebrekkige mountainbike-uitrusting
Een fout in de mountainbike-uitrusting kan tot ongevallen en verwondingen leiden. Daarbij zijn meerdere constellaties denkbaar:
- Eigen fouten
- Fouten van een mountainbikeverkoper
- Fouten van een gespecialiseerde werkplaats
- Fouten van een mountainbikeverhuurder
- Fouten van de mountainbikefabrikant
Eigen fouten
Voor mountainbikers bestaan er geen specifieke gedragsverplichtingen hoe zij hun eigen veiligheid moeten verzorgen. Met name een helmplicht of het dragen van speciale beschermende uitrusting bestaat niet voor volwassenen. Voor kinderen tot de voltooide 12e levensjaar is daarentegen het dragen van een beschermende helm voor elke meename of eigen fietsen wettelijk voorgeschreven. Boetes zijn daarentegen niet voorzien bij overtreding.
Er dient echter rekening mee te worden gehouden dat bij een ongeval zonder helm of beschermende kleding – onafhankelijk van de mate van verantwoordelijkheid van andere betrokkenen – de mogelijkheid van verrekening van eigen medeschuld bestaat. Dit kan de schadevergoedingsvorderingen verminderen.
Er wordt in principe onderscheid gemaakt tussen sportief ambitieuze fietsers en gewone straatfietsers. In zijn rechtspraak stelt de Oberste Gerichtshof (OGH) af op de snelheid en de daarmee verbonden ongevalsrisico’s, hetgeen een “algemeen bewustzijn” voor het belang van het dragen van een helm begründet (OGH 2 Ob 8/20w).
In het individuele geval wordt beoordeeld naar de werkelijk gereden snelheid en de vermijdbaarheid van de ingetreden schade. Zo werd door de rechter medeschuld ook al bij racefietsers met lagere snelheid (15-20 km/u) ontkend.
Ook wat betreft het dragen van beschermende kleding is af te stellen op het algemene bewustzijn van de (sport)kring. Medeschuld wordt door de OGH in het geval van motorkleding bij overeenkomstig verhoogde eigengevaar aangenomen (2 Ob 119/15m).
Fietsers moeten bovendien eveneens algemene geboden van het wegverkeer naleven.
Volgens het zichtrijdgebod mag alleen zo snel worden gereden dat voor een hindernis op een overzichtelijke rijbaan tijdig kan worden gestopt. Is met een buitengewone of slecht herkenbare hindernis niet te rekenen, wordt het zichtrijdgebod door het vertrouwensbeginsel beperkt.
Wie de mountainbike-uitrusting zelf onderhoudt, neemt daarmee een groot risico op zich. Werden bijv. de remmen of de besturing zelf ingesteld en komt het dan tijdens het rijden tot falen en tot een val, dan geldt een zelf veroorzaakte foutieve instelling als valloorzaak, voor zover het de gevallene niet lukt een andere oorzaak aan te tonen.
Fouten van derden
Mountainbikeverkoper, mountainbikewerkplaatsen, mountainbikeverhuurders, importeurs en mountainbikefabrikanten zijn als vakbedrijven aansprakelijk voor gebrekkige uitrusting of gebrekkige instellingen.
De bewijslast dat gebrekkige mountainbike-uitrusting het ongeval heeft veroorzaakt, rust op de eiser en dus in de regel op het ongevalsslachtoffer. Daarbij volstaat het zogenaamde “schijnbewijs”. Het schijnbewijs laat toe op grond van ervaringsregels conclusies te trekken van bewezen feiten naar te bewijzen feiten.
Schuld bij georganiseerde mountainbike-evenementen
Een principiële verantwoordelijkheid van de bosbezitter voor speciaal gemarkeerde en aangewezen mountainbiketrails wordt niet aangenomen zodra het parcours voor een georganiseerde mountainbikerace wordt gebruikt. In dat geval moeten veeleer de organisatoren ervoor zorgen dat de trail voor de deelnemers veilig en afgeschermd is. Reparaties en afzettingen zijn als verdere voorzorgsmaatregelen te nemen.
Daarnaast rust op de organisator van de mountainbikerace de verantwoordelijkheid dat het aangewezen raceparcours zich in een beveiligde toestand bevindt en dat een geordende reddingsdienst is ingericht.
Beveiliging van bospaden (bij toestemming om te berijden)
Mountainbikers kan het zijn toegestaan wandelpaden (“shared trails”) te berijden. Daarbij is het wederzijdse rücksichtnahmegebod met alle andere weggebruikers (voetgangers, klimmers, langlaufers) in acht te nemen. Daarnaast kunnen er extra aangewezen mountainbikeparcoursen (“trails”) zijn.
Wie afgezien van vrijgegeven boswegen of andere bospaden met de fiets of mountainbike rijdt, handelt in principe op eigen risico, wat de toestand van de bodem en de begroeiing betreft.
De bosbezitter heeft geen algemene plicht typische (bos)gevaren af te weren (zoals vallende takken, bodemongelijkheden enz.). Dit geldt ook voor natuurlijke val-, botsings- en lawinegevaar. Hier wordt slechts in het kader van het ingerenz-principe voor gecreëerde atypische gevaren aansprakelijk gesteld. De wegbeheerder is in principe niet aansprakelijk wanneer het ongeval gebeurt op een weg die ongeoorloofd werd gebruikt en dit voor de gebruiker herkenbaar was (4 Ob 200/12h).
Gaat het daarentegen om atypische gevaren (bijv. markering van gespannen touwen tijdens boswerken of de jacht), dan is hij verplicht tot beveiliging van deze gevarenbron.
Heeft de bosbezitter het gebruik van bos- en boswegen toegestaan, dan is hij aansprakelijk volgens § 1319a ABGB, waarbij de aansprakelijkheid hierbij beperkt is tot opzet en grove schuld.
De bosbezitter heeft daarentegen een hogere zorgplicht bij aangewezen mountainbikeparcoursen. Is de trail speciaal voor mountainbikers gemarkeerd, dan moet het parcours in die omvang ook veilig en goed zichtbaar zijn afgebakend.
Gevarenbronnen, zoals bijzonder gevaarlijke plaatsen zijn af te beveiligen (bijv. hellingen, grote losse stenen of hindernissen) resp. af te sluiten. In de verantwoordelijkheid van de bosbezitter ligt ook het regelmatige onderhoud om eventuele gevarenbronnen uit te sluiten.
Voor mountainbikers geldt in acht te nemen dat op alle aangewezen mountainbikeparcoursen de Straßenverkehrsordnung (StVO) geldt (uitgezonderd zijn zog. funparks).
De concrete omvang van de verkeersveiligheidsplicht hangt altijd af van de omstandigheden van het individuele geval. Concreet moet hierbij worden gekeken naar welke maatregelen voor de boseigenaar mogelijk en redelijk zijn om gevaar te voorkomen.
Er moet echter ook rekening mee worden gehouden dat volledige verkeersveiligheid op bos- en boswegen niet haalbaar is. Aan de verplichtingen van de boseigenaar mogen daarom geen overdreven eisen worden gesteld.
Indien een toerismebureau een weg beschikbaar stelt voor algemeen gebruik, heeft het Opperste Gerechtshof (OGH) recentelijk beslist dat het toerismebureau ten opzichte van fietsers met rijbevoegdheid de functie van een (mede)houder volgens §1319a ABGB op zich neemt. Dit betekent dat voor deze een onderhouds- en beheerplicht voor fietsdoeleinden bestaat. Het toerismebureau en de bos-/boseigenaar zijn dienovereenkomstig gezamenlijk aansprakelijk.
Gebrekkige speciale gebieden
Tot de speciale gebieden behoren met name Fun-/Bikeparks, gemarkeerde trails en vergelijkbare faciliteiten, evenals trainings- en racecircuits. Voor zover deze speciale gebieden worden geëxploiteerd door organisatoren of exploitatiemaatschappijen, vallen deze onder georganiseerde activiteiten en bestaat er ook een verkeersveiligheidsplicht.
De exploitant van de faciliteit moet in het kader van de verkeersveiligheidsplichten in ieder geval een verkeersveilige en ongevaarlijke staat van de faciliteit handhaven en de gebruikers beschermen tegen herkenbare gevaren (bijv. door waarschuwingsborden).
Ook al is er geen bindend reglement voor Fun-/Bikeparks, gelden vanwege het toenemende aantal ongevallen in funparken met deels ernstige verwondingen algemene regels van voorzichtigheid (vergelijkbaar met de FIS-regels).
Gebrekkige mountainbike-cursus
Tussen de gast en de eigenaar van de mountainbikeschool wordt een overeenkomst (vaak voor rijtechniekcursus) gesloten, waarbij de eigenaar van de mountainbikeschool de gast tegen betaling voor een bepaalde periode onderwijst in de kennis en vaardigheden van het mountainbiken. Een bepaald opleidingsresultaat is hierbij doorgaans niet verschuldigd.
Als nevenverplichting uit de contractuele relatie vloeit de verplichting voort tot waarborging van de fysieke veiligheid van de gast. Een bijzonderheid van de contractuele relatie is de hiërarchische verhouding tussen mountainbikeleraar en gast.
De eigenaar van de mountainbikeschool is aansprakelijk jegens de gast voor schade door ongevallen tijdens de cursus bij eigen schuld of bij schuld van zijn mountainbikeleraars uit hoofde van het contract. De mountainbikeleraar zelf is hulppersoon van de eigenaar van de mountainbikeschool en is jegens de gast alleen aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad.
Een uitsluiting van aansprakelijkheid door de mountainbikeschool voor persoonlijke letsels zoals lichamelijk letsel is niet mogelijk. Voor materiële schade zoals beschadigde mountainbike-uitrusting kan de mountainbikeschool de aansprakelijkheid voor lichte nalatigheid uitsluiten, mits dit contractueel, bijv. in de vorm van algemene voorwaarden, wordt overeengekomen.
Deelnemers aan mountainbikecursussen hebben overigens dezelfde rechten en plichten als andere gebruikers van de mountainbikeroutes (onderscheid naar type route, zie boven). In het bijzonder moeten zij ook de algemene gedragsregels in acht nemen. Indien de gast zelf schuld heeft aan een ongeval, is in de regel een aansprakelijkheidsverdeling toe te passen.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekProcedures na mountainbike-ongevallen
Wie betrokken raakte bij een ongeval, dient onmiddellijk juridische bijstand in te schakelen.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Zonder juridische vertegenwoordiging is een verhoor noch als ongevalsslachtoffer noch als ongevalsveroorzaker aan te raden.“
Civiele procedure
De benadeelde dient zijn privaatrechtelijke aanspraken voor de burgerlijke rechtbanken geldend te maken.
Indien tegen de veroorzaker van het ongeval een strafprocedure wordt ingeleid, kunnen civielrechtelijke vorderingen ook reeds in de vorm van een vordering van een benadeelde partij in een eventuele strafprocedure geldend worden gemaakt.
Strafrechtelijke procedure
Indien de tegenpartij bij het ongeval gewond raakt of de uitrusting beschadigd raakt, kan dit voor de veroorzaker van het ongeval strafrechtelijke gevolgen hebben:
- Vernieling
- Gevaar voor de lichamelijke veiligheid
- Schuldig letsel
- Schuldig doden
Ook onbetrokken derden kunnen strafrechtelijk vervolgd worden in geval van het nalaten van hulpverlening of het in de steek laten van een gewonde.
Bestuurs(straf)procedure
Bij ongeoorloofd gebruik van bos- en boswegen kan niet alleen de aansprakelijkheid worden uitgesloten, maar kunnen zowel administratieve boetes (€150 tot €730 in ernstige gevallen) als civielrechtelijke vorderingen van de bos-/boseigenaar de mountainbiker te wachten staan. Deze straffen variëren per deelstaat.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekGedrag na een mountainbike-ongeval
Als u zelf betrokken raakte bij een mountainbike-ongeval of getuige was van een mountainbike-ongeval, moet u – tenzij u zelf het slachtoffer bent – in ieder geval hulp verlenen. Het nalaten van hulpverlening is in geval van een verwonding een strafbaar feit.
1. Ongevalsplaats afzetten
Beveilig allereerst de ongevalsplaats, vooral op een drukke trail. De beveiliging heeft altijd de hoogste prioriteit, ongeacht de ernst van de verwondingen. Het heeft geen zin als de hulpverleners bij gebrek aan beveiliging gewond raken door volgende mountainbikers.
2. Eerste hulp verlenen
Verleen gewonde personen altijd eerste hulp. Zorg ervoor dat u gewonde personen zo warm mogelijk houdt.
3. Hulp inroepen
Wanneer verdere hulp nodig is, alarmeer dan via het Europese alarmnummer 112 de hulpdiensten. Leg de telefoon pas neer wanneer de hulpdienst alle gegevens heeft opgenomen en het gesprek beëindigt. Mocht een telefonische alarmering niet mogelijk zijn, dan moet op andere wijze hulp worden ingeroepen, voor zover dit veilig mogelijk is. Is dit niet veilig mogelijk, dan is het raadzaam om bij de ongevalsplaats te blijven. Gewonde personen mogen alleen in uiterste nood alleen gelaten worden.
4. Bewijs veiligstellen
Stel alle bewijzen veilig. Als het een uitdagende route betreft, markeer dan de ongevalsplaats als het ongeval is gebeurd vanwege de wegomstandigheden (bijv. obstakels op de trail). Begin pas met het veiligstellen van bewijzen als het slachtoffer door u of andere personen wordt verzorgd.
5. Politie informeren
Wanneer u een ongeval met lichamelijk letsel veroorzaakt, bent u verplicht de politie te informeren. De informatie aan de politie dient in elk geval te gebeuren zodra er ook maar het geringste vermoeden van een kleine verwonding bestaat – ook wanneer het slachtoffer dit niet nodig acht. Het nalaten van de informatie aan de politie door de veroorzaker van lichamelijk letsel is een strafbaar feit.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekBewijzen veiligstellen na een mountainbike-ongeval
Stel alle bewijzen veilig. Gebruik daarvoor het beste de camera van uw mobiele telefoon om foto’s en video’s te maken.
1. Personalgegevens opnemen
Documenteer als eerste stap alle bij het ongeval betrokken personen, getuigen en ook hulpverleners die later zijn toegekomen. Fotografeer voor de documentatie idealiter de identiteitsbewijzen of maak een video van elke persoon, waarin deze zijn/haar naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres bekendmaakt.
2. Ongevalsrapport opstellen
Voor het veiligstellen van bewijzen bij een mountainbike-ongeval is een documentatie van het mountainbike-ongeval noodzakelijk:
- Ongevalsplaats
- Betrokkenen
- Ongevalsverloop
- Verwondingen
- Materiële schade
- Positie van de getuigen op het moment van het ongeval
- Verklaring van de getuigen
- Persoonsbeschrijving van een gevluchte persoon (bijv. veroorzaker van het ongeval)
- Hulpverlening
- verdere verloop
3. Advocaat informeren
Bij ongevallen met lichamelijk letsel vindt ook een onderzoek door de politie plaats. Slachtoffers of veroorzakers van een mountainbike-ongeval dienen vóór een eventueel verhoor door de politie dringend contact op te nemen met ons advocatenkantoor.
Reeds kleine fouten bij het verhoor kunnen tot onherstelbare gevolgen voor uw toekomst leiden. In de regel is daarom een schriftelijke stellingname door de advocaat de betere keuze dan een mondeling verhoor zonder voorafgaande juridische advisering.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekVragen over mountainbike-ongevallen
- Ben ik als boseigenaar ook aansprakelijk op wildpaden (als paden die spontaan door wandelaars zijn ontstaan), die nu ook door mountainbikers worden gebruikt?
Nee, in principe niet. Als u als boseigenaar niet de uitdrukkelijke toestemming hebt gegeven voor gebruik als fietspad, is de bron van gevaar ook niet aan uw initiatief te wijten. Dit geldt des te meer als de mountainbikers zonder uw toestemming – onrechtmatig – een pad hebben aangelegd. Iets anders geldt als het wildpad atypische gevaren (niet-natuurlijke, te verwachten gevaren) inhoudt.
2. Mag ik overal in het bos mountainbiken?
Nee. In het bos geldt een vrij betreedrecht, maar een principieel rijverbod. Verleent de boseigenaar echter zijn toestemming (bijv. door borden of een afgebakend parcours), dan is mountainbiken toegestaan.
3. Mag ik met de mountainbike op wandelpaden rijden?
In principe niet. Indien de weg echter is bedoeld voor gezamenlijk gebruik (bewegwijzering) of als “trail” (dus als mountainbikeroute), is mountainbiken ook toegestaan. Hierbij moet rekening worden gehouden met het gebod van wederzijdse voorzichtigheid. De snelheid verminderen, voldoende afstand houden (ook tot de zijranden) en veilig passeren.
4. Ben ik als mountainbiker echt alleen aansprakelijk als ik een bord “Verder rijden op eigen risico” negeer?
Nee. Aansprakelijkheidsregels worden door de wet voorgeschreven. Bepaalt de wet dat een boseigenaar in dat geval aansprakelijk zou moeten zijn, dan verandert het bord niets aan deze rechtssituatie. Een aansprakelijkheidsuitsluitng komt alleen tot gelding wanneer ook de wettelijke voorschriften een dergelijke aansprakelijkheid niet voorzien.
Betreft het in het bijzonder een aangewezen mountainbikeroute, dan is de boseigenaar ook verantwoordelijk voor de beveiliging en het onderhoud daarvan. Een bord met tegengestelde uitspraak (“Gebruik op eigen risico”) verandert daar niets aan.
5. Mag een boseigenaar of boswachter mij als mountainbiker staande houden?
Ja en nee. Een boseigenaar is ook altijd grondeigenaar volgens het Burgerlijk Wetboek (ABGB). Dit staat hem toe om in zekere mate een “zelfhulp”recht ter bescherming van het eigendom toe te passen. Dit recht mag echter alleen op passende wijze worden uitgeoefend. Fysiek geweld is met name alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan.
Boswachters daarentegen (evenals bosarbeiders, andere wandelaars e.d.) hebben geen rechten ten opzichte van fietsers. Een uitzondering geldt mits het bosbeveiligingsorganen betreft. Deze mogen mountainbikers staande houden en op passende wijze de identiteit vaststellen en aangifte doen.
In uitzonderlijke gevallen zijn zij zelfs bevoegd om personen uit het bos te verwijderen. Weigert de persoon zich hardnekkig, dan kan de bosbeveiligingsambtenaar zelfs een arrestatie of inbeslagname van de fiets verrichten.
6. Moet ik als boseigenaar rekening houden met bijzonderheden van de Wegenverkeerswet (StVO) als er mountainbikeroutes zijn?
Allereerst moet worden benadrukt dat de Wegenverkeerswet (StVO) altijd al van toepassing is wanneer er een weg aanwezig is. Zelfs als deze alleen dient voor voetgangersverkeer, wordt zij erkend als openbare weg met openbaar verkeer. De Wegenverkeerswet (StVO) is daarom ook op boswegen volledig van toepassing. Wanneer u extra mountainbikeroutes aanwijst, blijft de fundamentele geldigheid van de Wegenverkeerswet (StVO) van kracht. Aanvullende regelingen komen er niet bij.
De verdergaande onderhouds- en beveiligingsplichten zijn daarentegen gebaseerd op onrechtmatige daad aansprakelijkheid.
7. Kan ik als boseigenaar de geldigheid van de Wegenverkeerswet (StVO) uitsluiten?
In principe niet. De toepasselijkheid van de Wegenverkeerswet (StVO) op boswegen vervalt alleen als in zijn geheel geen openbaar verkeer (algemeen voetgangers- en voertuigverkeer) plaatsvindt. Indien dit het geval is, kunt u als boseigenaar door middel van uitdrukkelijke bewegwijzering de Wegenverkeerswet (StVO) uitsluiten of gedeeltelijk afwijkende bepalingen treffen.