POE Ontwerp Pistenreglement

Het POE Ontwerp Pistenreglement van het Oostenrijkse Kuratorium für alpine Sicherheit is afkomstig van het Oostenrijkse Kuratorium für alpine Sicherheit.

De POE-regels vormen een gedragsregel waarvan de niet-naleving in geval van een ongeval een schuld impliceert.

In tegenstelling tot de misleidende bewoordingen in punt 1, is deze gedragscode geen wet.

De rechtbanken gebruiken het POE-ontwerp, net als de FIS-regels, echter als een belangrijke maatstaf voor de beoordeling van zorgplichten bij de beoefening van de alpine skisport bij skiongevallen en snowboardongevallen.

Inhoud van het POE Ontwerp Pistenreglement

1. Toepassingsgebied

Deze wet is van toepassing op skipistes. Als zodanig worden beschouwd afdalingen en oefenhellingen die in het algemeen en regelmatig door talrijke skiërs worden gebruikt.

2. Skiuitrusting

De skiër dient zich zo uit te rusten dat hij anderen niet meer dan gewoonlijk in gevaar brengt.

3. Keuze van de afdaling

De skiër moet bij de keuze van de afdaling rekening houden met zijn kunnen.

4. Observatie- en wachtplicht van de naderende of de piste oprijdende skiër

De naderende of een skipiste oprijdende skiër heeft ten opzichte van de afdalende skiërs een observatie- en wachtplicht; hij dient zich er ook van te overtuigen dat hij de afdaling kan beginnen of voortzetten zonder achterliggers in gevaar te brengen.

5. Gecontroleerd skiën

De skiër dient zo gecontroleerd te skiën dat hij elk obstakel kan ontwijken of ervoor kan stoppen; hij dient met name de snelheid aan te passen aan zijn kunnen, het terrein, de sneeuwcondities en de aanwezigheid van andere personen.

6. Skiën op zicht

De skiër dient tijdens het skiën het terrein en de andere personen voor zich voortdurend nauwkeurig te
observeren, alle mogelijke obstakels in overweging te nemen en op zicht te skiën.

7. Noodval

Indien de skiër niet tijdig kan stoppen of uitwijken, dient hij zich te laten vallen om een dreigende botsing met een ander te vermijden of de impact van de botsing te verminderen, indien dit redelijk is en onder de gegeven omstandigheden geschikt lijkt om het gevaar te verminderen.

8. Voorrang van de voorste, langzamere skiër

De achterste, snellere skiër dient zijn rijgedrag aan te passen aan de voorste, langzamere skiër; deze heeft voorrang op de achterste skiër. De skiër is niet verplicht om tijdens het skiën de skiërs achter zich te observeren, maar de skiër die de piste kruist, dient ook naar boven te kijken en rekening te houden met skiërs die van boven komen.

9. Veiligheidsafstand

De achterste skiër dient ten opzichte van de voorste skiër, de inhalende of voorbijrijdende skiër ten opzichte van de voor hem rijdende of staande personen een adequate veiligheidsafstand in acht te nemen.

10. Voorrang van de gesleepte skiër

De door de skilift gesleepte skiër heeft voorrang op de personen die de liftroute kruisen.

11. Verblijven op de afdaling

De skiër mag niet onnodig verblijven op een onoverzichtelijke of smalle plek van een skipiste; dit geldt ook voor de gevallen skiër.

12. Klimmende skiërs en voetgangers

Klimmende skiërs en voetgangers mogen over het algemeen alleen de rand van een afdaling
gebruiken.

13. Inachtneming van de tekens

Iedereen dient de tekens op de skipistes in acht te nemen.

14. Gebruik van de piste

Skipistes mogen alleen worden gebruikt met ski’s en dergelijke wintersportapparatuur die geen bijzonder gevaar voor andere gebruikers veroorzaken.

15. Dieren op pistes

Niemand mag tijdens het skiseizoen dieren vrij laten rondlopen op de afdaling.

16. Gedrag bij ongevallen

Alle personen die betrokken zijn bij een skiongeval dienen te stoppen, elkaar hun namen en adressen bekend te maken en de gewonde personen de nodige en redelijke hulp te verlenen.

17. Andere gebruikers van skipistes

De voor skiërs uitgevaardigde bepalingen gelden ook voor de gebruikers
van andere wintersportapparatuur op skipistes.

Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek