FIS-regels voor skiërs en snowboarders
- FIS-regels voor skiërs en snowboarders
- Volledige tekst van de FIS-regels
- Preambule
- FIS-regel nr. 1: Rekening houden met andere skiërs en snowboarders
- FIS-regel nr. 2: Beheersing van snelheid en rijgedrag
- FIS-regel nr. 3: Keuze van het spoor
- FIS-regel nr. 4: Inhalen
- FIS-regel nr. 5: Invoegen, wegrijden en bergopwaarts skiën
- FIS-regel nr. 6: Stoppen
- FIS-regel nr. 7: Stijgen en dalen
- FIS-regel nr. 8: Letten op de borden
- FIS-regel nr. 9: Hulpverlening
- FIS-regel nr. 10: Identificatieplicht
FIS-regels voor skiërs en snowboarders
De FIS-regels voor skiërs en snowboarders zijn vastgesteld door de Internationale Skifederatie FIS (Fédération Internationale des Ski). De FIS-regels dateren uit 1967 en zijn sindsdien tweemaal geactualiseerd, voor het laatst in 2002.
Het doel van de FIS-regels is het voorkomen van ski-ongevallen en snowboard-ongevallen. Het belangrijkste principe van de regels is “rekening houden met”.
De FIS-regels zijn – bijv. in tegenstelling tot de Wegenverkeerswet – geen wet en ook geen gewoonterechtelijke bepalingen. De FIS-regels en het POE-pistereglementontwerp zijn echter, als deskundige samenvattingen van de zorgplichten die bij de uitoefening van de alpine skisport ter bescherming van alle betrokkenen in acht moeten worden genomen, van aanzienlijk belang bij de juridische beoordeling van ski-ongevallen en snowboard-ongevallen. Kennis van de FIS-regels wordt van elke pistegebruiker verwacht. Onzorgvuldig gedrag van een pistegebruiker kan niet worden verontschuldigd door onwetendheid van de regels. Als skiër mag men er in principe op vertrouwen dat andere pistegebruikers de pisteregels naleven.
Volgens algemene opvatting gelden de FIS-regels ook voor snowboarders. Snowboarders moeten zich daarom aan de FIS-regels houden.
De rechtbanken gebruiken de FIS-regels en het POE Pistereglementontwerp bij ski-ongevallen en snowboard-ongevallen regelmatig als beoordelingsmaatstaf. Wie de FIS-regels niet naleeft en daardoor een ongeval met materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt, is in veel gevallen strafbaar en zal met grote waarschijnlijkheid aansprakelijk zijn voor schadevergoeding.
Volledige tekst van de FIS-regels
Preambule
Skiën en snowboarden brengen, net als alle sporten, risico’s met zich mee. De FIS-regels, als maatstaf voor sportief gedrag van de zorgvuldige en verantwoordelijke skiër en snowboarder, hebben tot doel ongevallen op ski- en snowboardpistes te voorkomen. De FIS-regels gelden voor alle skiërs en snowboarders. Elke skiër en snowboarder is verplicht deze te kennen en na te leven. Wie door overtreding van de regels een ongeval veroorzaakt, kan civiel- en strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen.
FIS-regel nr. 1: Rekening houden met andere skiërs en snowboarders
Elke skiër en snowboarder moet zich zo gedragen dat hij geen ander in gevaar brengt of schade toebrengt.
Skiërs en snowboarders zijn niet alleen verantwoordelijk voor hun foutief gedrag, maar ook voor de gevolgen van gebrekkige uitrusting. Dit geldt ook voor gebruikers van nieuw ontwikkelde sportuitrusting.
In de skisport geldt het principe van het gevaarverbod. Volgens dit principe moet elke skiër zich zo gedragen dat hij geen ander in gevaar brengt of schade toebrengt. Bijzondere voorzichtigheid is geboden in de zogenaamde neuralgische pistegedeelten (bijvoorbeeld een tegenverkeerszone).
FIS-regel nr. 2: Beheersing van snelheid en rijgedrag
Elke skiër en snowboarder moet op zicht skiën. Hij moet zijn snelheid en rijgedrag aanpassen aan zijn vaardigheden en aan de terrein-, sneeuw- en weersomstandigheden, evenals aan de verkeersdichtheid.
Botsingen zijn vaak het gevolg van te hoge snelheid, ongecontroleerd rijgedrag of onvoldoende observatie. Skiërs en snowboarders moeten binnen hun zichtbereik kunnen stoppen of uitwijken. Op onoverzichtelijke of drukbezochte plaatsen moet langzaam worden geskied, met name bij randen, aan het einde van pistes en in de buurt van liften en kabelbanen.
Zowel het gebod van skiën op zicht als het gebod van gecontroleerd skiën zijn elementaire principes van alle sporten die in beweging plaatsvinden. Bij de keuze van de snelheid moeten voornamelijk factoren zoals de skivaardigheid, het terrein, de pistecondities en de pistefrequentie in acht worden genomen. Een skiër moet in elk geval zo gecontroleerd skiën en het terrein zo nauwkeurig observeren dat hij bij een dreigend botsingsgevaar het obstakel tijdig kan ontwijken of ervoor kan stoppen.
FIS-regel nr. 3: Keuze van het spoor
De van achteren komende skiër en snowboarder moet zijn spoor zo kiezen dat hij voor hem skiënde skiërs en snowboarders niet in gevaar brengt.
Skiën en snowboarden zijn sporten van vrije beweging, waarbij iedereen naar believen kan skiën, zolang hij de regels naleeft, de bewegingsvrijheid van anderen respecteert en rekening houdt met zijn eigen vaardigheden en de betreffende situatie. Voorrang heeft de vooruit skiënde skiër of snowboarder. Wie achter een ander aan skiet, moet voldoende afstand houden om de vooruit skiënde voldoende ruimte te laten voor al zijn bewegingen.
In principe geldt dat de voorste skiër, die zich in de algemene rijrichting voortbeweegt, voorrang heeft op de achteropkomende skiër. De voorste skiër hoeft zich in principe ook niet naar achteren/boven te oriënteren, zelfs als hij in ruime bochten afdaalt en daarbij de rijlijn van een eventueel sneller achteropkomende skiër zou kunnen kruisen.
FIS-regel nr. 4: Inhalen
Inhalen is toegestaan van boven of onder, van rechts of van links, maar altijd alleen met een afstand die de ingehaalde skiër of snowboarder voldoende ruimte laat voor al zijn bewegingen.
De verplichting van de inhalende skiër of snowboarder blijft gedurende het hele inhaalproces bestaan, zodat de ingehaalde skiër of snowboarder niet in moeilijkheden komt. Dit geldt ook voor het passeren van een stilstaande skiër of snowboarder.
Zowel bij het inhalen als bij het passeren en naast elkaar skiën geldt dat een voldoende veiligheidsafstand tot de andere skiër moet worden aangehouden. De concrete omvang van de telkens vereiste veiligheidsafstand hangt af van de pistecondities, de zichtomstandigheden, de pistefrequentie, evenals de skivaardigheid en de snelheid van de betrokken skiërs. Over het algemeen is een afstand van 2 tot 3 meter voldoende.
FIS-regel nr. 5: Invoegen, wegrijden en bergopwaarts skiën
Elke skiër en snowboarder die een afdaling wil opgaan, na een stop weer wil wegrijden of bergopwaarts wil zwaaien of skiën, moet zich naar boven en beneden vergewissen dat hij dit zonder gevaar voor zichzelf en anderen kan doen.
De ervaring leert dat het invoegen op een piste en het weer wegrijden na een stop af en toe tot ongevallen leiden. Het is daarom absoluut noodzakelijk dat een skiër of snowboarder die wegrijdt, zich harmonieus en zonder gevaar voor zichzelf en anderen in de algemene verkeersstroom op de afdaling voegt. Bevindt hij zich dan – zij het langzaam – in beweging, dan heeft hij ten opzichte van snellere en van achteren of boven komende skiërs en snowboarders weer voorrang volgens regel 3.
De ontwikkeling van carvingski’s en snowboards stelt hun gebruikers in staat om hun bochten en curves ook bergopwaarts uit te voeren. Zij bewegen zich daarmee tegen de algemeen bergafwaarts stromende verkeer in en zijn dienovereenkomstig verplicht zich tijdig ook naar boven te vergewissen dat zij dit zonder gevaar voor zichzelf en anderen kunnen uitvoeren.
Skiërs die een piste opgaan of vanuit stilstand wegrijden, hebben achterrang ten opzichte van skiërs die al in beweging zijn. Zij zijn verplicht om naar boven toe het gevaar te controleren.
Na een tijdsbestek van ca. 4 seconden na het invoegen of wegrijden geldt weer de voorrangsregel volgens FIS-regel 3.
Opgemerkt dient te worden dat de skiër die niet vanuit de vrije skiruimte, maar vanaf een piste een pistekruising of pistetoegang oprijdt, niet onder het toepassingsgebied van FIS-regel 5 valt en zich derhalve in principe niet in een achtergestelde positie bevindt.
FIS-regel nr. 6: Stoppen
Elke skiër en snowboarder moet vermijden om zonder noodzaak op smalle of onoverzichtelijke plaatsen van een afdaling te blijven staan. Een gevallen skiër of snowboarder moet een dergelijke plaats zo snel mogelijk vrijmaken.
Behalve op brede pistes moeten skiërs en snowboarders alleen aan de rand van de piste stoppen en blijven staan. Smalle doorgangen en onoverzichtelijke gedeelten moeten volledig vrij worden gehouden.
FIS-regel nr. 7: Stijgen en dalen
Een skiër of snowboarder die stijgt of te voet afdaalt, moet de rand van de afdaling gebruiken.
Bewegingen tegen de algemene verkeersstroom vormen onverwachte obstakels voor skiërs en snowboarders. Voetsporen beschadigen de piste en kunnen daardoor skiërs en snowboarders in gevaar brengen.
Voor toerskiërs geldt de stijgregel slechts beperkt.
FIS-regel nr. 8: Letten op de borden
Elke skiër en snowboarder moet de markering en de signalering in acht nemen.
Pistes worden gemarkeerd naar hun moeilijkheidsgraad: zwart, rood, blauw of groen. Skiërs en snowboarders zijn vrij om pistes te kiezen die aan hun wensen voldoen. Pistes worden aangegeven met informatie-, gevaar- en verbodsborden. Als een piste als afgesloten of gesloten wordt aangeduid, moet dit even dwingend worden nageleefd als de waarschuwing voor gevaren. Skiërs en snowboarders moeten zich ervan bewust zijn dat deze maatregelen in hun belang zijn.
FIS-regel nr. 9: Hulpverlening
Bij ongevallen is elke skiër en snowboarder verplicht hulp te verlenen.
Hulpverlening is, onafhankelijk van een wettelijke plicht, een gebod van sportieve eerlijkheid. Dit betekent eerste hulp, alarmering van de reddingsdienst en het beveiligen van de ongevalslocatie. De FIS verwacht dat vluchtmisdrijf even zwaar wordt bestraft als in het wegverkeer, en wel ook in die landen waar dergelijk gedrag niet reeds strafrechtelijk wordt vervolgd.
FIS-regel nr. 10: Identificatieplicht
Elke skiër en snowboarder, of hij nu getuige of betrokkene is, verantwoordelijk of niet, moet in geval van een ongeval zijn persoonsgegevens opgeven.
Het getuigenbewijs is van groot belang voor de civiel- en strafrechtelijke beoordeling van een ongeval. Elke verantwoordelijke skiër en snowboarder moet daarom zijn burgerlijke en morele plicht vervullen om zich als getuige beschikbaar te stellen. Ook rapporten van de reddingsdienst en de politie, evenals foto’s, dienen ter beoordeling van de aansprakelijkheidsvragen.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek