Rodelaanbevelingen
Rodelaanbevelingen
De Oostenrijkse Rodelbond heeft 10 rodelaanbevelingen gepubliceerd om ongevallen tijdens het rodelen zoveel mogelijk te voorkomen.
De rodelaar dient door een gecontroleerde rijstijl, aangepast aan het terrein en zijn vaardigheden, rekening te houden met de gevaren van de rodelsport. Hij dient op zicht te rijden en de vereiste veiligheidsafstanden in acht te nemen.
Volledige tekst van de rodelaanbevelingen
1. Houd rekening met andere gebruikers van de rodelbaan
Gedraag u zo dat u geen ander in gevaar brengt of schaadt.
2. Let op afsluitingen en waarschuwingen
Vergewis u ervan dat de baan is vrijgegeven voor het rodelen. Informeert u zich over het traject en de staat van de rodelbaan.
3. Gebruik goede uitrusting: kwaliteitsrodel, veiligheidshelm, stevig schoeisel
Om veiligheidsredenen geen plastic bobsleeën of plastic onderleggers.
4. Rechts en achter elkaar omhooggaan
Steek de rodelbaan alleen op overzichtelijke plaatsen over.
5. Rijd gecontroleerd, op zicht en houd afstand
Pas snelheid en rijstijl aan uw vaardigheden, de rodelbaan, de sneeuw-, ijs- en weersomstandigheden, alsook de verkeersdichtheid aan.
6. Maak uzelf kenbaar
Waarschuw onoplettende stijgers (bellen, luid roepen).
Bij duisternis: hoofdlamp en reflecterende kleding.
7. Wacht op overzichtelijke plaatsen op uw begeleiding
Vergewis u ervan dat uw groep compleet is.
Stop nooit op smalle en onoverzichtelijke plaatsen.
8. Rodelen op skipistes is gevaarlijk en verboden
Het risico op botsingen met skiërs is groot.
Vastgevroren rodelsporen ’s nachts beïnvloeden de pistekwaliteit.
9. Geen honden
Honden zijn moeilijk te begeleiden bij het omhooggaan en afdalen; er bestaat op de meestal smalle rodelbanen een groot risico op botsingen met de afdalers.
10. Geen beïnvloeding door alcohol of medicijnen
Verdovende middelen beïnvloeden het reactievermogen en verminderen de juiste inschatting van gevaar.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek