Rechtentoekenning en andere vormen van overdracht

Schenking

De schenking is de kosteloze overdracht van een zaak (§ 938 ABGB). Er zijn twee verschillende mogelijkheden:

Schenkingen met daadwerkelijke overdracht en schuldbevrijdende schenkingen zijn niet aan een vormvereiste onderworpen. Bijvoorbeeld, een opa schenkt zijn kleinkind een auto en overhandigt hem de sleutels en de voertuigpapieren. Of het kleinkind is zijn opa € 100,00 schuldig, maar de opa ziet af van de terugbetaling.

De schenking zonder daadwerkelijke overdracht (schenkingsbelofte) is aan een vormvereiste onderworpen (notariële akte).

De vormvereiste vormt een bescherming tegen overhaasting c.q. een waarschuwingsfunctie om ondoordachte schenkingsbeloften te voorkomen. Zonder notariële akte is een schenkingsbelofte ongeldig. De notariële akte is een schriftelijke akte van een notaris.

In het kader van het opstellen van schenkingsovereenkomsten is het toekennen van rechten of zekerheden voor de schenker, zoals bijvoorbeeld rechten van woninggebruik, vruchtgebruikrechten, bezwarings- en vervreemdingsverboden of voorkooprechten, niet ongebruikelijk.

Recht van woninggebruik

Het recht van bewoning is een gebruiksrecht en wordt in het kadaster in blad C vermeld. Het recht van bewoning is het zakelijke recht om in een onroerend goed of in het geschonken object (huis, appartement, …) te wonen. Dit recht is een hoogstpersoonlijk recht en kan niet aan iemand worden overgedragen; met de dood vervalt dit recht.

Om het recht van bewoning in het kadaster te laten inschrijven, is een overeenkomst met rechtentoekenning en een machtiging tot inschrijving vereist. Het recht van bewoning kan tijdelijk of levenslang zijn.

Een opheffing c.q. verwijdering van een recht van bewoning is zonder toestemming van de rechthebbende in de meeste gevallen zeer moeilijk.

Het recht van bewoning kan de rechthebbende alleen worden ontnomen als er sprake is van een ‘ondraaglijk geworden situatie’. Er bestaat ook de mogelijkheid om het recht van bewoning ‘af te kopen’, maar hiervoor is de toestemming van de rechthebbende vereist.

Bij een vervreemding van de zaak met een daaraan verbonden recht van bewoning moet men er rekening mee houden dat het vervreemde object in waarde daalt en bovendien het recht van bewoning in stand blijft, aangezien het een zakelijk recht is dat aan de zaak kleeft.

Het recht van woninggebruik is zonder inschrijving in het kadaster alleen geldig tegenover de eigenaar, maar beschermt niet tegen derden. Om de bescherming ook tegenover derden te waarborgen, is een inschrijving in het kadaster vereist.

Vruchtgebruikrecht

“Vruchtgebruik is het recht om een vreemde zaak, met behoud van de substantie, zonder enige beperking te genieten.”

De vruchtgebruiker is de economische eigenaar van de zaak en mag alle ‘vruchten’ betrekken (bijvoorbeeld: appels van een boom, melk van een koe, huur,…)

In tegenstelling tot het recht van bewoning worden bij de toekenning van een vruchtgebruikrecht meer rechten toegekend. De vruchtgebruiker kan de zaak zelf gebruiken of verhuren, maar niet bezwaren of vervreemden. Alle inkomsten die de vruchtgebruiker genereert, mag hij zelf behouden. Hij heeft echter de plicht om de zaak te onderhouden.

Met de inkomsten uit het vruchtgebruik is deze wettelijk verplicht om reparaties, aanvullingen en herstellingen aan de zaak te verrichten. Het onderhoud, de verbetering, de aanvulling en de herstellingen uit eigen middelen zijn alleen na uitdrukkelijke schriftelijke overeenkomst verplichtend.

De overdracht van het vruchtgebruikrecht aan een derde is vanuit juridisch oogpunt mogelijk, maar vervalt met de dood van de ‘oorspronkelijke’ vruchtgebruiker.

Net als bij het recht van woninggebruik is de inschrijving in het kadaster niet verplicht c.q. werkt dit zonder inschrijving alleen tegenover de civielrechtelijke eigenaar. De inschrijving in het kadaster biedt uitgebreide bescherming, ook tegenover derden. Kortom, dit blijft bij de vervreemding van het onroerend goed aan een derde ook tegenover deze van kracht.

Het vruchtgebruikrecht is een hoogstpersoonlijk recht en vervalt ook bij een eventuele overdracht aan een derde altijd met het overlijden van de ‘oorspronkelijk’ gerechtigde. Het is niet erfelijk, tenzij het recht is uitgebreid tot de erfgenamen van de vruchtgebruiker.

Bezwarings- en vervreemdingsverbod

Rust er een bezwarings- en vervreemdingsverbod op een onroerend goed, dan kan de eigenaar deze zonder toestemming van de gerechtigde niet vervreemden of bezwaren. Met inschrijving in het kadaster heeft het ook absolute werking tegenover derden.

De inschrijving in het kadaster is echter alleen toegestaan als het verbod is ingesteld tussen echtgenoten, geregistreerde partners, ouders en kinderen, keuze- of pleegkinderen of hun echtgenoten of geregistreerde partners.

Het bezwarings- en vervreemdingsverbod is een hoogstpersoonlijk recht, kan niet worden overgedragen en vervalt met het overlijden van de gerechtigde.

Bestaat er geen verwantschap (aankoop van een appartement door levenspartners), dan is de kadastrale inschrijving van een bezwarings- en vervreemdingsverbod vanuit juridisch oogpunt niet mogelijk. Indien dit echter met de nagestreefde doelen is overeengekomen, kan alternatief tussen de partijen een voorkooprecht op het onroerend goed worden gevestigd. Het is de contractspartner daardoor niet mogelijk om het verworven aandeel in het onroerend goed heimelijk aan een derde te vervreemden.

Voorkooprechten

Het voorkooprecht legitimeert de voorkoopgerechtigde om een zaak voor een derde te verwerven. In geval van vervreemding van het bezwaarde onroerend goed is de eigenaar verplicht de voorkoopgerechtigde op de hoogte te stellen c.q. overeenkomsten met derden alleen onder opschortende voorwaarde af te sluiten.

Voorwaarde voor de uitoefening van het voorkooprecht is dat er een bindend aanbod of een overeenkomst tussen de eigenaar en de koper is. Het aanbod moet behoorlijk zijn, het moet alle essentiële inhoud voor de verkoop bevatten, zoals bijvoorbeeld koopprijs, rechten en plichten etc.

Na kennisgeving aan de voorkoopgerechtigde mag het aanbod niet meer worden gewijzigd. De voorkoopgerechtigde heeft nu bij roerende zaken 24 uur de tijd om zijn voorkooprecht ‘uit te oefenen’, bij onroerende zaken is dit 30 dagen. Als het aanbod echter onvoldoende is (bv.: essentiële inhoud is niet vermeld, de koopprijs is niet vermeld…) begint de uitoefeningstermijn niet.

Het voorkooprecht is volgens het ABGB alleen inwisselbaar als een zaak wordt verkocht, het heeft geen betrekking op schenkingen, ruil etc. Als de zaak echter wordt geschonken of vererfd, blijft het voorkooprecht bestaan.

Het voorkooprecht is een hoogstpersoonlijk recht, dat niet erfelijk is. Het voorkooprecht kan om de volgende redenen vervallen:

Testament

Afstand van het recht op een legitieme portie

Om er zeker van te zijn dat er na zijn overlijden geen juridische geschillen ontstaan, is er de afstand van het recht op een legitieme portie. Er kan afstand worden gedaan van de legitieme portie tijdens het leven of in de loop van de nalatenschapsprocedure. De afstand van het recht op een legitieme portie is onderworpen aan een vormvereiste, de notariële akte. De afstand van het recht op een legitieme portie is vooral aan te bevelen bij schenkingen tijdens het leven. Als de ouders het kind tijdens het leven het eengezinswoning schenken en de vader kort daarna overlijdt, kan de moeder tegen het kind haar aanspraak op de legitieme portie geldend maken. Als er echter een afstand van het recht op een legitieme portie van de moeder is, wordt het kind beschermd.

Om geschillen in dit verband tussen de rechthebbenden op de legitieme portie te voorkomen, is het zinvol om al tijdens het leven, met name bij overdrachten van onroerend goed, afstanden van de legitieme portie te doen. De rechthebbenden op de legitieme portie hebben het recht om geldaanspraken te eisen na de dood van de erflater, als deze tijdens het leven iemand anders als erfgenaam heeft aangesteld. Bij een afstand vervalt deze aanspraak. De legitieme portie speelt een belangrijke rol in erfenisgeschillen.