Nalatige bedreiging van de openbare veiligheid
- Nalatige bedreiging van de openbare veiligheid
- Objectieve delictsomschrijving
- Afbakening van andere delicten
- Bewijslast & bewijswaardering
- Praktijkvoorbeelden
- Subjectieve delictsomschrijving
- Schuld & dwalingen
- Strafopheffing & diversie
- Straftoemeting & gevolgen
- Strafmaat
- Geldboete – Dagboetesysteem
- Gevangenisstraf & (gedeeltelijk) voorwaardelijke opschorting
- Bevoegdheid van de rechtbanken
- Civiele vorderingen in strafzaken
- Overzicht van de strafprocedure
- Rechten van de verdachte
- Praktijk & gedragstips
- Uw voordelen met juridische ondersteuning
- FAQ – Veelgestelde vragen
Nalatige bedreiging van de openbare veiligheid
Overeenkomstig § 177 StGB is er sprake van nalatige bedreiging van de openbare veiligheid, indien door onzorgvuldig, niet-opzettelijk gedrag een gevaar voor lijf of leven van een groter aantal mensen of voor vreemd eigendom op grote schaal wordt veroorzaakt, zonder dat er sprake is van brandstichting, opzettelijke bedreiging door kernenergie of ioniserende straling of opzettelijke bedreiging door explosieven. Doorslaggevend is niet het daadwerkelijk intreden van schade, maar reeds het objectief creëren van een algemeen gevaar.
Het strafbare onrecht vloeit voort uit de plichtschendige veronachtzaming van de geboden zorgvuldigheid, waardoor een oncontroleerbare gevaarsituatie ontstaat. De nalatige bedreiging van de openbare veiligheid is daarom geen louter zakelijk delict, maar een zelfstandig gevaarzettingsdelict met een aanzienlijke mate van onrechtmatigheid.
Nalatige bedreiging van de openbare veiligheid is aan de orde wanneer iemand onachtzaam of plichtschendig handelt en daardoor een situatie creëert waarin veel mensen of vreemd eigendom op grote schaal in gevaar worden gebracht, zonder dat het gaat om brandstichting, explosies of vergelijkbare opzettelijke delicten.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Schendingen van de zorgplicht vormen de kern van § 177 StGB. Wie onderhouds-, controle- of veiligheidsregels negeert, creëert niet alleen een risico, maar een algemeen gevaar met een eigen strafrechtelijke kwaliteit. “
Objectieve delictsomschrijving
Het objectieve bestanddeel omvat uitsluitend de uiterlijk waarneembare feiten. Doorslaggevend is wat door neutrale observatie vaststelbaar zou zijn, dus concrete handelingen, processen, gebruikte middelen en de daardoor gecreëerde gevaarlijke situatie. Interne processen zoals opzet, kennis, motieven of vormen van nalatigheid zijn irrelevant en behoren niet tot het objectieve bestanddeel.
Vereist is dat de dader anders dan door brandstichting, opzettelijke veroorzaking van gevaar door kernenergie of ioniserende straling of opzettelijke veroorzaking van gevaar door explosieven een gevaar voor lijf of leven van een groter aantal mensen of voor vreemd eigendom op grote schaal veroorzaakt.
Er is sprake van een algemeen gevaar als het gevaar niet beperkt is tot individuele personen, maar een onbepaald aantal mensen of omvangrijke vreemde vermogenswaarden tegelijkertijd bedreigt. Doorslaggevend is de brede impact van het gevaar.
Reeds het ontstaan van een reële gevaarlijke situatie is voldoende. Het daadwerkelijk intreden van schade is niet vereist. Doorslaggevend is dat de gebeurtenis geschikt is om veel mensen of vreemd eigendom aanzienlijk in gevaar te brengen.
Niet opgenomen zijn gevallen van brandstichting, opzettelijke bedreiging door kernenergie of ioniserende straling en opzettelijke bedreiging door explosieven, aangezien deze feiten afzonderlijk geregeld zijn. § 177 StGB is alleen van toepassing als geen van deze bijzondere feiten zich voordoet.
Kwalificerende omstandigheden
Als de nalatige bedreiging van de openbare veiligheid leidt tot gevolgen die overeenkomen met brandstichting met ernstige gevolgen, dan gelden dezelfde verhoogde strafbedreigingen.
Dat is met name het geval als
- een mens wordt gedood,
- veel mensen zwaar gewond raken of
- een groter aantal mensen in een existentiële noodsituatie terechtkomt.
Toetsingsstappen
Dader:
Subject van de daad kan iedere strafrechtelijk verantwoordelijke persoon zijn. Er zijn geen bijzondere persoonlijke eigenschappen vereist.
Slachtoffer:
Object van de daad zijn lijf of leven van een groter aantal mensen of vreemd eigendom op grote schaal. Doorslaggevend is de omvang en intensiteit van het gevaar, niet de individuele toewijzing.
Delictshandeling:
De strafbare handeling bestaat uit het veroorzaken van een algemeen gevaar door actief handelen of plichtschendig nalaten. Vereist is een gedraging die onmiddellijk een algemene gevaarlijke situatie doet ontstaan.
Delictsgevolg:
Het gevolg van het delict is het ontstaan van het concrete algemene gevaar. Het intreden van schade is niet vereist.
Causaliteit:
Er moet een oorzakelijk verband bestaan tussen het gedrag van de dader en de gevaarlijke situatie. Het gevaar moet juist door dit gedrag zijn ontstaan.
Objectieve toerekening:
Het gevolg is objectief toerekenbaar als precies het typische gevaar voor het publiek zich verwezenlijkt dat het delict wil voorkomen.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Bij § 177 StGB is de concrete gevaarlijke situatie voldoende. Zodra de situatie objectief gezien uit de hand kan lopen en velen erdoor getroffen worden, is aan de delictsomschrijving voldaan, ook al loopt het uiteindelijk goed af. “
Afbakening van andere delicten
De nalatige bedreiging van de openbare veiligheid overeenkomstig § 177 StGB is een vangnetbepaling. Deze is alleen dan van toepassing als geen van de specifiek geregelde delicten inzake bedreiging van de openbare veiligheid van toepassing is. Doorslaggevend is niet het gebruikte middel, maar het nalatig veroorzaken van een algemeen gevaar voor veel mensen of vreemd eigendom op grote schaal.
- § 176 StGB – Opzettelijke bedreiging van de openbare veiligheid: Er bestaat een duidelijke scheidslijn met de opzettelijke bedreiging van de openbare veiligheid volgens § 176 StGB. § 176 StGB omvat het bewust en gewild creëren van een algemeen gevaar. § 177 StGB vereist daarentegen dat het gevaar niet opzettelijk, maar door onachtzaamheid of plichtschending ontstaat. Wie dus opzettelijk een situatie creëert die veel mensen of vreemd eigendom in gevaar brengt, valt onder § 176 StGB. Wie een dergelijk gevaar nalatig veroorzaakt, wordt beoordeeld volgens § 177 StGB. Doorslaggevend is dus uitsluitend het innerlijk beeld van de daad, niet de uiterlijke gebeurtenis.
- § 169 StGB – Brandstichting: Indien er sprake is van brandstichting overeenkomstig § 169 StGB, is § 177 StGB niet van toepassing. Het delict brandstichting gaat als speciaal delict voor. Dat geldt ook als door de brand veel mensen of vreemd eigendom op grote schaal in gevaar worden gebracht. In deze gevallen wordt de nalatige bedreiging van de openbare veiligheid volledig verdrongen, omdat het onrecht reeds door de brandstichting wordt omvat.
Samenloop:
Meerdaadse samenloop:
Van echte samenloop spreekt men als er naast de nalatige bedreiging van de openbare veiligheid andere zelfstandige delicten bijkomen, zoals lichamelijk letsel, zwaar lichamelijk letsel, doodslag, beschadiging van eigendommen of vrijheidsdelicten. In deze gevallen staan de delicten naast elkaar, omdat verschillende rechtsgoederen worden geschonden. De nalatige bedreiging van de openbare veiligheid behoudt haar eigen onrechtmatigheid, omdat zij de brede impact van het gevaar omvat.
Eendaadse samenloop:
Er is sprake van onechte samenloop als een ander delict de gehele onrechtmatigheid van de nalatige bedreiging van de openbare veiligheid volledig dekt. Dat is bij § 177 StGB slechts in zeldzame uitzonderingsgevallen denkbaar. In de praktijk blijft de nalatige bedreiging van de openbare veiligheid doorgaans bestaan, omdat zij juist die algemene gevaarlijke situatie omvat die andere delicten niet volledig in kaart brengen.
Meerdaadse samenloop:
Van meerdaadse samenloop moet worden uitgegaan als meerdere bedreigingen van de openbare veiligheid onafhankelijk van elkaar worden begaan, bijvoorbeeld op verschillende plaatsen of op verschillende tijdstippen. Elk van deze handelingen vormt dan een eigen strafrechtelijke daad.
Voortgezette handeling:
Er kan sprake zijn van een eenheid van handelen als meerdere gevaarlijke handelingen onmiddellijk met elkaar samenhangen en deel uitmaken van een uniforme gebeurtenis. De eenheid van handelen eindigt zodra er geen verdere gevaarlijke handelingen meer worden verricht of het gevaarlijke gedrag wordt gestaakt.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „De afbakening is simpel: opzet leidt tot § 176 StGB, nalatigheid tot § 177 StGB. De uiterlijke gebeurtenis kan identiek zijn, doorslaggevend is wat er in het hoofd van de dader gebeurt of juist niet gebeurt. “
Bewijslast & bewijswaardering
Openbaar Ministerie:
Het openbaar ministerie moet aantonen dat de verdachte nalatig een concreet algemeen gevaar voor lijf of leven van veel mensen of voor vreemd eigendom op grote schaal heeft veroorzaakt.
Het intreden van schade is niet vereist, doorslaggevend is de reële gevaarlijke situatie.
In het bijzonder moet worden bewezen dat
- een algemeen gevaar is ontstaan
- veel mensen of omvangrijke vreemde eigendommen waren getroffen
- het gevaar niet slechts gering of lokaal beperkt was
- de gevaarlijke situatie niet onmiddellijk beheersbaar was
- het gevaar causaal is terug te voeren op het gedrag van de verdachte
- geen speciaal delict zoals brandstichting, bedreiging door kernenergie of ioniserende straling of bedreiging door explosieven van toepassing is
- eventueel ernstige gevolgen daadwerkelijk zijn ingetreden
Bovendien moet bij de nalatige bedreiging van de openbare veiligheid worden aangetoond dat de gevaarlijke situatie door onzorgvuldigheid is ontstaan.
Rechtbank:
De rechtbank beoordeelt al het bewijs in het totale verband en onderzoekt of er sprake was van een algemeen gevaar in juridische zin en of dit de verdachte objectief kan worden toegerekend.
In het bijzonder wordt rekening gehouden met
- Aard en omvang van de gevaarlijke situatie
- Aantal personen in gevaar
- Beheersbaarheid of escalatievermogen
- Technische rapporten en plaats delict bevindingen
- Getuigenverklaringen en inzetprotocollen
- Tijdelijk verband tussen handeling en gevaar
Beschuldigde persoon:
De beschuldigde persoon draagt geen bewijslast, maar kan gegronde twijfels aantonen, bijvoorbeeld
- dat er geen algemeen gevaar was
- dat de situatie beheersbaar was
- dat niet veel mensen waren getroffen
- dat geen aanzienlijke waarde in gevaar was
- dat het gevaar niet causaal is terug te voeren op zijn gedrag
- dat een speciaal delict van toepassing zou zijn
- of dat er geen sprake is van onzorgvuldigheid
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Wie beweert dat er geen sprake was van een algemeen gevaar, moet uitleggen waarom het gevaar beheersbaar was. Zodra de inzet van hulpdiensten, evacuatie of grootschalige verspreiding voor de hand liggen, wordt dit verweer alleen met harde feiten ondersteund. “
Praktijkvoorbeelden
- Onjuiste werking van een verwarmingsinstallatie in een flatgebouw: Een huisbeheerder laat een verouderde gasverwarmingsinstallatie in een groot flatgebouw ondanks herhaaldelijke waarschuwingen van een servicemonteur doorlopen, zonder het vereiste onderhoud en de controle te laten uitvoeren. Als gevolg hiervan treedt er een defect op, waardoor er uitlaatgassen in het trappenhuis en meerdere woningen terechtkomen. De geur verspreidt zich snel door het hele gebouw, bewoners klagen over duizeligheid en ademhalingsproblemen, het huis moet worden geëvacueerd, brandweer en reddingsdiensten zijn in actie. Meerdere woningen zijn tijdelijk onbruikbaar. Doorslaggevend is dat de verantwoordelijke niet bewust een gevaar wilde creëren, maar door plichtschendig nalaten en gebrek aan zorgvuldigheid een algemene gevaarlijke situatie voor veel mensen en vreemd eigendom op grote schaal heeft veroorzaakt.
Dit voorbeeld laat zien dat er reeds sprake is van nalatige bedreiging van de openbare veiligheid, wanneer door nalatigheid bij onderhoud en controle een situatie ontstaat waarin een groot aantal personen tegelijkertijd ernstig in gevaar wordt gebracht, ook al was er geen schade beoogd.
Subjectieve delictsomschrijving
De nalatige bedreiging van de openbare veiligheid vereist geen opzet. De dader hoeft het gevaar niet gewild en niet bewust op de koop toe genomen te hebben. Het is voldoende dat hij de geboden zorgvuldigheid buiten beschouwing laat en daardoor een gevaar voor veel mensen of vreemd eigendom op grote schaal veroorzaakt.
Er is sprake van nalatigheid als de dader
het gevaar niet herkent, hoewel hij het had moeten herkennen, of
het gevaar weliswaar herkent, maar plichtschendig erop vertrouwt dat er toch niets zal gebeuren.
Het is daarom voldoende dat de dader onachtzaam, zorgeloos of plichtschendig handelt en daardoor een algemene gevaarlijke situatie ontstaat. Een bewuste intentie tot gevaarzetting is niet vereist.
Met betrekking tot ernstige gevolgen zoals zware verwondingen, overlijdensgevallen of het in nood brengen van veel mensen is eveneens geen opzet vereist. Doorslaggevend is dat deze gevolgen voorzienbaar en vermijdbaar waren geweest.
Er is geen sprake van een subjectief bestanddeel als de dader alle vereiste zorgvuldigheidsmaatregelen heeft nageleefd en de gevaarlijke situatie ook bij ordentelijk gedrag niet herkenbaar was geweest.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekSchuld & dwalingen
Een verbodsirrtum verschoont alleen als het onvermijdelijk was.
Wie door onzorgvuldig gedrag een gevaarlijke situatie creëert die lijf of leven van veel mensen of vreemd eigendom op grote schaal bedreigt, kan zich in de regel er niet op beroepen de onrechtmatigheid niet te hebben erkend. Iedereen is verplicht zich te informeren over de juridische en feitelijke gevarenbronnen van zijn handelen. Loutere onwetendheid, onverschilligheid of lichtzinnigheid sluiten schuld niet uit.
Schuldbeginsel:
Strafbaar is alleen wie schuld heeft. De nalatige bedreiging van de openbare veiligheid is geen opzetdelict, maar vereist onzorgvuldigheid. De dader hoeft het gevaar niet te willen en niet bewust op de koop toe te nemen. Het is voldoende dat hij de gevaarlijkheid van zijn gedrag niet herkent, hoewel hij die had moeten herkennen, of het gevaar plichtschendig onderschat.
Ontbreekt elke onzorgvuldigheid, bijvoorbeeld omdat de dader bij plichtmatig gedrag niet kon herkennen dat er een algemeen gevaar ontstaat, dan is er geen sprake van nalatige bedreiging van de openbare veiligheid.
Ontoerekeningsvatbaarheid:
Geen schuld treft wie ten tijde van het delict op grond van een ernstige psychische stoornis, een ziekelijke geestelijke beperking of een aanzienlijk gebrek aan controle niet in staat was het onrecht van zijn handelen in te zien of naar dit inzicht te handelen. Bij overeenkomstige twijfels wordt een psychiatrisch rapport ingewonnen.
Verontschuldigende noodtoestand:
Er kan sprake zijn van een verontschuldigbare noodtoestand als de dader in een extreme dwangpositie handelt om een acuut gevaar voor het eigen leven of het leven van anderen af te wenden. Ook bij de nalatige bedreiging van de openbare veiligheid geldt dat het gedrag onrechtmatig blijft, maar schuldverminderend of verontschuldigend kan werken als er geen andere uitweg bestond en de gevaarlijke situatie niet anders kon worden afgewend.
Wie ten onrechte gelooft door het veroorzaken van een gevaarlijke situatie tot een afweerhandeling gerechtigd te zijn, handelt zonder opzet, als de dwaling ernstig en begrijpelijk was. Een dergelijke dwaling kan de schuld verminderen of uitsluiten. Blijft er echter een schending van de zorgplicht over, dan komt nalatige verantwoordelijkheid in aanmerking, maar geen rechtvaardiging.
Strafopheffing & diversie
Diversie:
Een afleidingsmanoeuvre vereist volgens het Wetboek van Strafvordering dwingend dat
- de daad niet met meer dan vijf jaar gevangenisstraf wordt bedreigd
- de schuld niet zwaar weegt
- er geen overlijden heeft plaatsgevonden
De nalatige bedreiging van de openbare veiligheid wordt in het basisbestanddeel bedreigd met gevangenisstraf tot een jaar of geldboete tot 720 dagtarieven. Een afleidende afhandeling is daarom in principe mogelijk, mits aan de overige voorwaarden is voldaan.
Doorslaggevend is vooral of de plichtschending niet als zwaar moet worden beoordeeld en de gevaarlijke situatie niet bijzonder verreikend of oncontroleerbaar was.
Als het tot zware verwondingen, overlijdensgevallen of het in nood brengen van veel mensen komt, is een afleidingsmanoeuvre in de regel uitgesloten. In deze gevallen is er geen sprake van gering onrecht, maar van een daad met aanzienlijk gewicht.
Een diversion komt dus alleen in aanmerking als
- de daad niet meer dan vijf jaar strafbedreiging oplevert
- de schuld niet zwaar is
- er geen overlijden heeft plaatsgevonden
- het delict niet als ernstig kan worden beschouwd
- een formele straf niet noodzakelijk lijkt om verdere strafbare feiten te voorkomen
Indien een diversion in aanmerking komt, zijn met name geldelijke prestaties, prestaties van algemeen nut, proeftijdmodellen of een schadevergoeding mogelijk. Het doel is een afhandeling zonder veroordeling, indien een straf niet noodzakelijk is.
Uitsluiting van diversie:
Een uitsluiting van de diversion volgt bij de nalatige gemeengevaarzetting niet automatisch, maar uit de wettelijke voorwaarden. Een afhandeling via diversion is ontoelaatbaar indien de schuld als zwaar moet worden beschouwd of de daad de dood van een mens tot gevolg heeft gehad. In deze gevallen komt het dwingend tot een formeel strafproces.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Een seponering komt alleen in aanmerking bij lichte strafbare feiten met een lage strafdreiging en geringe schuld. Indien niet aan deze voorwaarden is voldaan, moet dwingend een reguliere strafprocedure met een gerechtelijke beslissing worden uitgevoerd. “
Straftoemeting & gevolgen
De rechtbank meet de straf bij de nalatige gemeengevaarzetting naar de mate van het gecreëerde algemene gevaar, maar vooral naar de aard, intensiteit en beheersbaarheid van de gevaarlijke situatie en naar de concrete gevolgen van het delict. Doorslaggevend is hoe sterk lichaam of leven van mensen in gevaar zijn gebracht of gewond zijn geraakt en welke mate van gevaar er voor vreemd eigendom bestond. De zuivere materiële schade treedt ten opzichte van de gevaarcomponent duidelijk terug, maar blijft relevant voor de totale beoordeling.
Vooral zwaar weegt hoe ernstig de plichtsverzuim was, of waarschuwingssignalen werden genegeerd, veiligheidsvoorschriften werden overtreden of voor de hand liggende risico’s buiten beschouwing werden gelaten. Er moet rekening mee worden gehouden of de gevaarlijke situatie gemakkelijk vermijdbaar was geweest, of ze snel buiten controle is geraakt en welk escalatie- en uitbreidingspotentieel er bestond. Bij zware gevolgen van het delict zoals zware verwondingen, overlijdensgevallen of het in nood brengen van veel mensen zijn deze gevolgen een centrale factor bij het bepalen van de strafmaat.
Strafverzwarende omstandigheden zijn met name als
- de gevaarlijke situatie door grove onachtzaamheid is veroorzaakt,
- de situatie snel uit de hand is gelopen,
- mensen concreet in gevaar zijn gebracht of gewond zijn geraakt,
- andermans eigendom in grote mate is getroffen,
- een hoge mate van onverantwoordelijkheid aanwezig was,
- de dader waarschuwingen heeft genegeerd of veiligheidsregels heeft overtreden,
- er relevante eerdere veroordelingen bestaan.
Strafverminderende omstandigheden zijn bijvoorbeeld
- Onberispelijkheid,
- een vroege, uitgebreide bekentenis,
- zichtbaar berouw en inzicht,
- actieve schadevergoeding, voor zover mogelijk,
- een ondergeschikte betrokkenheid bij de daad,
- een bovenmatig lange duur van de procedure.
Vanwege de verhoudingsgewijs lage wettelijke strafbedreiging is het strafkader naar boven duidelijk begrensd. Toch kan de straf in individuele gevallen gevoelig uitvallen, indien de gevaarlijke situatie bijzonder ernstig was of zware gevolgen zijn ingetreden. Vrijheidsstraffen worden in de praktijk vaak voorwaardelijk uitgesproken, geldstraffen zijn typisch, bij zware gevolgen of massale plichtsverzuim is echter ook onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming mogelijk.
Strafmaat
Bij nalatige gemeengevaarzetting dreigt in principe
- vrijheidsstraf tot een jaar of
- geldboete tot 720 dagtarieven
Dit strafkader geldt altijd dan, wanneer „slechts“ een gevaarlijke situatie voor veel mensen of vreemd eigendom is ontstaan, zonder dat er zware gevolgen zijn ingetreden.
Indien er als gevolg van de nalatige gemeengevaarzetting zware verwondingen van veel mensen, de dood van een mens of het feit dat veel mensen in een existentiële noodsituatie terechtkomen, verhoogt het strafkader zich aanzienlijk.
In deze gevallen dreigt
- vrijheidsstraf tot drie jaar
Indien het zelfs tot de dood van meerdere mensen komt, stijgt het strafkader verder aan. Dan dreigt
vrijheidsstraf van zes maanden tot vijf jaar
Geldboete – Dagboetesysteem
Het Oostenrijkse strafrecht berekent geldboetes volgens het dagboetesysteem. Het aantal dagboetes is gebaseerd op de schuld, het bedrag per dag op de financiële draagkracht. Zo wordt de straf aangepast aan de persoonlijke omstandigheden en blijft deze toch voelbaar.
- Spanne: tot 720 dagtarieven – minstens € 4, hoogstens € 5.000 per dag.
- Praktijkformule: Ongeveer 6 maanden gevangenisstraf komt overeen met ongeveer 360 dagboetes. Deze omrekening dient slechts als oriëntatie en is geen star schema.
- Bij niet-betaling: De rechtbank kan een vervangende vrijheidsstraf opleggen. In de regel geldt: 1 dag vervangende vrijheidsstraf komt overeen met 2 dagboetes.
Opmerking:
Bij nalatige gemeengevaarzetting zijn geldstraffen in de praktijk gebruikelijk, bij zware gevolgen zijn echter ook vrijheidsstraffen realistisch.
Gevangenisstraf & (gedeeltelijk) voorwaardelijke opschorting
§ 37 StGB: Als de wettelijke strafbedreiging tot vijf jaar reikt, kan de rechtbank in plaats van een korte vrijheidsstraf van maximaal een jaar een geldboete opleggen.
Deze mogelijkheid bestaat bij de nalatige gemeengevaarzetting in principe. Het basisbestanddeel is bedreigd met vrijheidsstraf tot een jaar of geldboete. Daarmee is het toepassingsgebied van § 37 StGB geopend. Een vervanging van een korte vrijheidsstraf door een geldboete is juridisch mogelijk en in de praktijk gebruikelijk.
§ 43 StGB: Een gevangenisstraf kan voorwaardelijk worden kwijtgescholden als deze niet meer dan twee jaar bedraagt en er een positieve sociale prognose voorligt.
Bij nalatige gemeengevaarzetting is de voorwaardelijke kwijtschelding regelmatig mogelijk, omdat het strafkader laag is en het typischerwijs niet om opzettelijk onrecht gaat.
§ 43a StGB: De gedeeltelijk voorwaardelijke kwijtschelding staat een combinatie van onvoorwaardelijk en voorwaardelijk kwijtgescholden strafdeel toe. Ze is bij straffen boven zes maanden en tot twee jaar mogelijk.
Ook deze vorm komt bij nalatige gemeengevaarzetting in principe in aanmerking, met name bij zware plichtsverzuimen of bij het intreden van ernstige gevolgen.
§§ 50 tot 52 StGB: De rechtbank kan aanwijzingen geven en reclassering bevelen, bijvoorbeeld
- Schadevergoeding,
- Gedragsaanwijzingen,
- structurerende maatregelen ter voorkoming van terugval.
Bij nalatige gemeengevaarzetting komen deze maatregelen regelmatig in het kader van een voorwaardelijke of gedeeltelijk voorwaardelijke strafkwijtschelding in aanmerking. Ze kunnen de vrijheidsstraf vervangen of begeleiden, afhankelijk van de strafhoogte en prognose.
Bevoegdheid van de rechtbanken
Materiële bevoegdheid
Bij de nalatige gemeengevaarzetting is de bevoegdheid niet uniform, maar richt zich naar het concrete strafkader.
In het basisbestanddeel dreigt vrijheidsstraf tot een jaar of geldboete. In deze gevallen is de districtsrechtbank bevoegd. De procedure wordt daar door een individuele rechter gevoerd.
Indien het echter tot zware gevolgen komt, dus tot zware verwondingen van veel mensen, tot de dood van een mens, tot het in nood brengen van veel mensen of tot de dood van meerdere mensen, verhoogt het strafkader zich op tot drie jaar of zelfs op tot vijf jaar vrijheidsstraf. In deze constellaties is niet meer de districtsrechtbank, maar de regionale rechtbank bevoegd, eveneens door een individuele rechter.
Een schepen- of juryrechtbank komt bij de nalatige gemeengevaarzetting niet in actie, omdat de strafbedreiging nooit meer dan vijf jaar bedraagt.
Een schepen- of juryrechtbank komt bij de nalatige gemeengevaarzetting niet in actie, omdat de strafbedreiging nooit meer dan vijf jaar bedraagt.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „De gerechtelijke bevoegdheid volgt uitsluitend de wettelijke bevoegdheidsregeling. Doorslaggevend zijn strafbedreiging, plaats delict en procesbevoegdheid, niet de subjectieve inschatting van de betrokkenen of de feitelijke complexiteit van de zaak. “
Territoriale bevoegdheid
Plaatselijk bevoegd is in principe de rechtbank op de plaats van het delict. Doorslaggevend is waar de gevaarlijke handeling is gesteld of waar de gevaarlijke situatie zich heeft uitgewerkt.
Als de plaats van het delict niet eenduidig kan worden vastgesteld, is de bevoegdheid afhankelijk van
- de woonplaats of verblijfplaats van de beschuldigde persoon,
- de plaats van de arrestatie of
- de zetel van het bevoegde openbaar ministerie.
De procedure wordt daar gevoerd waar een doelmatige en geordende uitvoering het beste is gewaarborgd.
Instanties
Tegen vonnissen van de districtsrechtbank is beroep bij de regionale rechtbank mogelijk.
Tegen vonnissen van de regionale rechtbank als individuele rechter is beroep bij het Oberlandesgericht toegestaan.
De Oberste Gerichtshof wordt alleen in bijzondere constellaties in de rechtsmiddelenprocedure behandeld.
Civiele vorderingen in strafzaken
Bij de nalatige gemeengevaarzetting kan de benadeelde persoon als privépartij haar civielrechtelijke aanspraken direct in de strafprocedure geldend maken. Deze richten zich met name op materiële schade, herstelkosten, waardevermindering en op gevolgschade, die door de veroorzaakte gevaarlijke situatie zijn ontstaan.
Daarnaast kunnen personenschade vervangen verlangd worden, bijvoorbeeld behandelingskosten, verlies van inkomsten, smartengeld en overige onmiddellijke gevolgen van het delict, indien mensen door de nalatige gemeengevaarzetting gewond zijn geraakt of in noodsituaties zijn geraakt.
De aansluiting als burgerlijke partij stuit de verjaring van de geldend gemaakte aanspraken, zolang de strafprocedure aanhangig is. Na een onherroepelijke afsluiting loopt de verjaring slechts zover verder als de aanspraken niet zijn toegewezen.
Een vrijwillige schadevergoeding kan strafverminderend werken, indien ze tijdig en serieus plaatsvindt. Bij de nalatige gemeengevaarzetting komt deze verzachtende werking meer gewicht toe dan bij opzettelijke delicten, omdat er geen bewust creëren van een gevaar, maar een schending van de zorgplicht op de voorgrond staat.
Heeft de dader echter bijzonder grof nalatig gehandeld, waarschuwingen genegeerd of een duidelijk gevaarlijke situatie onbeveiligd gelaten, verliest ook hier een latere schadeloosstelling merkbaar aan strafverminderende betekenis.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Privatbeteiligtenansprüche moeten duidelijk worden gekwantificeerd en gedocumenteerd. Zonder een degelijke schadedocumentatie blijft de schadevergoeding in de strafprocedure vaak onvolledig en verschuift deze naar de civiele procedure. “
Overzicht van de strafprocedure
Begin van het onderzoek
Een strafprocedure vereist een concrete verdenking, vanaf wanneer een persoon als verdachte geldt en alle rechten van de verdachte kan uitoefenen. Aangezien het om een Offizialdelikt gaat, leiden politie en openbaar ministerie de procedure van ambtswege in, zodra er een overeenkomstige verdenking bestaat. Een bijzondere verklaring van de benadeelde is hiervoor niet vereist.
Politie en openbaar ministerie
Het openbaar ministerie leidt het opsporingsonderzoek en bepaalt het verdere verloop. De recherche verricht het nodige onderzoek, veiligt sporen, neemt getuigenverklaringen op en documenteert de schade. Uiteindelijk beslist het openbaar ministerie over seponering, diversie of vervolging, afhankelijk van schuldgraad, schadeomvang en bewijspositie.
Verhoor van de verdachte
Voor elk verhoor krijgt de verdachte persoon een volledige voorlichting over zijn rechten, in het bijzonder het zwijgrecht en het recht op bijstand van een advocaat. Verlangt de verdachte een advocaat, dan wordt het verhoor uitgesteld. Het formele verdachtenverhoor dient voor de confrontatie met de beschuldiging en het bieden van de mogelijkheid tot stellingname.
Inzage in het dossier
Inzage in de stukken kan bij politie, openbaar ministerie of rechtbank worden genomen. Dit omvat ook bewijsstukken, voor zover het onderzoeksdoel daardoor niet in gevaar komt. De voeging als benadeelde partij richt zich naar de algemene regels van het wetboek van strafvordering en maakt het de benadeelde mogelijk schadevergoedingsvorderingen direct in het strafproces geldend te maken.
Hoofdzitting
De terechtzitting dient voor de mondelinge bewijsvoering, de juridische beoordeling en de beslissing over eventuele civielrechtelijke vorderingen. De rechtbank onderzoekt in het bijzonder het verloop van de daad, opzet, schadeomvang en de geloofwaardigheid van de verklaringen. Het proces eindigt met veroordeling, vrijspraak of afdoening via diversie.
Rechten van de verdachte
- Informatie & verdediging: Recht op kennisgeving, rechtsbijstand, vrije advocaatkeuze, vertaalhulp, bewijsverzoeken.
- Zwijgen & advocaat: Zwijgrecht te allen tijde; bij bijstand van advocaat moet het verhoor worden uitgesteld.
- Waarschuwingsplicht: tijdige informatie over verdenking/rechten; uitzonderingen alleen ter waarborging van het onderzoeksdoel.
- Dossierinzage praktisch: Onderzoeks- en hoofdproceduredossiers; inzage van derden beperkt ten gunste van de verdachte.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „De juiste stappen in de eerste 48 uur bepalen vaak of een procedure escaleert of controleerbaar blijft.“
Praktijk & gedragstips
- Zwijgen bewaren.
Een korte verklaring volstaat: “Ik maak gebruik van mijn zwijgrecht en spreek eerst met mijn verdediging.” Dit recht geldt reeds vanaf het eerste verhoor door politie of Openbaar Ministerie. - Onmiddellijk verdediging contacteren.
Zonder inzage in de onderzoeksdossiers moet geen verklaring worden afgelegd. Pas na dossierinzage kan de verdediging inschatten welke strategie en welke bewijsvergaring zinvol zijn. - Bewijs onmiddellijk veiligstellen.
U dient alle beschikbare documenten, berichten, foto’s, video’s en andere opnames zo vroeg mogelijk veilig te stellen en in kopie te bewaren. Digitale gegevens moeten regelmatig worden opgeslagen en beschermd tegen latere wijzigingen. Noteer belangrijke personen als mogelijke getuigen en leg het verloop van de gebeurtenissen tijdig vast in een geheugenprotocol. - Geen contact met tegenpartij opnemen.
Eigen berichten, telefoontjes of posts kunnen als bewijsmiddel tegen u worden gebruikt. Alle communicatie moet uitsluitend via de verdediging verlopen. - Video- en dataopnamen tijdig veiligstellen.
Bewakingsvideo’s in openbaar vervoer, horeca of van huisbeheer worden vaak na enkele dagen automatisch gewist. Verzoeken tot databeveiliging moeten daarom direct aan beheerders, politie of OM worden gericht. - Huiszoekingen en inbeslagnames documenteren.
Bij huiszoekingen of inbeslagnames moet u om een kopie van het bevel of proces-verbaal vragen. Noteer datum, tijd, betrokken personen en alle meegenomen voorwerpen. - Bij arrestatie: geen verklaringen over de zaak afleggen.
Sta erop dat uw advocaat onmiddellijk wordt ingelicht. Voorlopige hechtenis mag alleen worden opgelegd bij dringende verdenking en een aanvullende detentiegrond. Minder ingrijpende maatregelen (bijv. belofte, meldplicht, contactverbod) hebben voorrang. - Schadevergoeding doelgericht voorbereiden.
Betalingen, symbolische prestaties, excuses of overige compensatieaanbiedingen moeten uitsluitend via de verdediging worden afgewikkeld en gedocumenteerd. Een gestructureerde schadevergoeding kan een positief effect hebben op de strafmaat.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Wie overwogen handelt, bewijs veiligstelt en vroeg juridische ondersteuning zoekt, behoudt de controle over de procedure.“
Uw voordelen met juridische ondersteuning
De nalatige gemeengevaarzetting is een veeleisend gevaarzettingsbestanddeel. In het centrum staan het veroorzaken van een algemeen gevaar, de betrokkenheid van een groter aantal mensen en de bedreiging van vreemd eigendom in grote mate. De juridische beoordeling hangt in belangrijke mate af van aard van de gevarenbron, verloop van de gebeurtenis, beheersbaarheid van de situatie, plichtschending van het gedrag en de bewijspositie. Reeds geringe verschillen in het verloop beslissen, of er daadwerkelijk nalatige gemeengevaarzetting voorligt of slechts een geringer verwijt in aanmerking komt.
Ons advocatenkantoor
- onderzoekt of de voorwaarden van de nalatige gemeengevaarzetting juridisch daadwerkelijk vervuld zijn of er slechts een geringer delict voorligt,
- analyseert de bewijspositie over gevarenbron, verloop, uitbreiding en bedreiging van personen of vreemd eigendom,
- ontwikkelt een duidelijke, realistische verdedigingsstrategie onder inbreng van technische en deskundige expertise.
Als strafrechtelijk gespecialiseerde vertegenwoordiging zorgen wij ervoor dat het verwijt van de nalatige gemeengevaarzetting zakelijk, gestructureerd en consequent onderzocht wordt, om overwaarderingen van de gevaarlijke situatie en onaangemeten strafkader risico’s te vermijden.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Juridische ondersteuning betekent het werkelijke gebeuren duidelijk te scheiden van waarderingen en daaruit een houdbare verdedigingsstrategie te ontwikkelen.“