Advocaat voor snowboardongevallen in Oostenrijk

Onze advocaten zijn gespecialiseerd in buitengerechtelijke en gerechtelijke juridische vertegenwoordiging in civiele procedures en strafprocedures vanwege snowboardongevallen in Oostenrijk.

Advocaat voor snowboardongevallen in Oostenrijk. Gratis eerste juridisch gesprek via videoconferentie om uw aanspraken te verduidelijken.

We begeleiden onze cliënten ook bij skiongevallen, skitourenongevallen, langlaufongevallen en sleeongelvallen.

Juridische gevolgen na snowboardongevallen

Civiele procedure

  • Smartengeld
  • Materiële schade
  • Bergingskosten
  • Genezingskosten
  • Gefrustreerde uitgaven
  • Verloren vakantie
  • Inkomstenderving
  • Gederfde winst
  • Overige kosten

Strafrechtelijke procedure

  • Politieonderzoek
  • Aanklacht door het Openbaar Ministerie
  • Strafproces voor de strafrechter
  • Rechtsmiddelprocedure

Zes locaties

De ideale ligging van onze zes locaties in Oostenrijk stelt ons in staat om u optimaal te vertegenwoordigen op elke ongevalslocatie in alle Oostenrijkse wintersportgebieden.

Onze Duitse cliënten waarderen vooral dat ons advocatenkantoor ook in Duitsland is toegelaten. Dit vergemakkelijkt de communicatie met de Duitse “huisadvocaat” en de Duitse rechtsbijstandverzekeraar. Wij zijn de optimale “vertalers” van Duits recht naar Oostenrijks recht.

Bespreking via videoconferentie

Snowboardongevallen gebeuren vaak ver van huis. Ook daarvoor hebben we een oplossing. De afhandeling van alle besprekingen via videoconferentie of telefoon is voor ons vanzelfsprekend. Dit bespaart u vele kilometers reistijd.

Rechtsbijstandverzekering

Wij accepteren alle rechtsbijstandverzekeringen.

Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Nutzen Sie unser kostenloses Erstgespräch via Videokonferenz oder Telefon, um eine anwaltliche Einschätzung der Rechtslage zu erhalten.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Aanspraken na een snowboardongeval

Bij een snowboardongeval in Oostenrijk is in bijna alle gevallen Oostenrijks recht van toepassing. Alle aanspraken van alle betrokken personen moeten daarom volgens Oostenrijks recht worden beoordeeld. Dit is alleen anders als de veroorzaker van het ongeval en het slachtoffer van het ongeval hun woonplaats in dezelfde buitenlandse staat hebben.

Bij een snowboardongeval kunnen er aanspraken op schadevergoeding bestaan voor

  1. Pijn
  2. Materiële schade
  3. Bergingskosten
  4. Genezingskosten
  5. Gefrustreerde uitgaven
  6. Inkomstenderving
  7. Forfaitaire onkosten

De aansprakelijkheid voor deze aanspraken ligt bij degene die het ongeval schuldig en onrechtmatig heeft veroorzaakt. Wie deze aanspraken als slachtoffer wil doorvoeren of als veroorzaker wil afweren, moet vanaf het begin alles goed doen.

Bij ongevallen met lichamelijk letsel volgt altijd een onderzoek naar de toedracht door de politie. Daarbij kunnen zelfs kleine fouten in de verklaring dure gevolgen hebben.

Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Im Idealfall kontaktieren Sie uns noch vor der Einvernahme durch die Polizei – auch wenn Sie am Unfall kein Verschulden trifft.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Pijn

Het smartengeld dient ter compensatie van zowel de door het snowboardongeval reeds ontstane pijn en onlustgevoelens als alle gevolg- en latere schade die pas in de toekomst zal optreden.

De hoogte van het smartengeld wordt berekend door dagvergoedingen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen lichte, matige en zware pijn. Deze worden in de verschillende gerechtelijke districten soms in verschillende hoogtes toegekend.

Bij wijze van voorbeeld zou de rechtbank van Salzburg bij letsel dat gepaard gaat met 3 dagen ernstige pijn, 8 dagen matige pijn en 21 dagen lichte pijn, waarschijnlijk een smartengeld van ongeveer EUR 5.520,00 toekennen.

Materiële schade

De materiële schade omvat de kosten voor vervanging of reparatie van zaken die door het snowboardongeval vernield of beschadigd zijn. Ook materiële schade, zoals snowboarduitrusting die door het snowboardongeval beschadigd is, moet worden vergoed.

Het doel van de schadevergoedingsaanspraak is om de benadeelde een compensatie te verschaffen voor het geleden verlies. Worden reeds gebruikte zaken, bijv. een oude snowboarduitrusting, beschadigd, dan doet zich de ‘nieuw voor oud’-problematiek voor. Bij sterk gebruikte zaken kan dit ertoe leiden dat alleen de dagwaarde van de beschadigde zaak wordt vergoed.

Bergingskosten

De bergingskosten omvatten de kosten van de berging vanaf de ongevalslocatie. Is dus vanwege een snowboardongeval een berging per helikopter noodzakelijk, dan kan de gewonde deze kosten eveneens bij de veroorzaker van het ongeval vorderen.

LET OP: Voor zover de bergingskosten door een verzekering zijn vergoed, gaan de betreffende aanspraken tegen de schadeveroorzaker over op de verzekering.

Genezingskosten

De genezingskosten omvatten de kosten voor behandelingen, medicijnen, hulpmiddelen en reizen naar behandelingen.

LET OP: Voor zover de prestaties door de sociale verzekeringsmaatschappij zijn verleend, gaan de desbetreffende claims tegen de schadetoebrengen over op de sociale verzekeringsmaatschappij.

Gefrustreerde uitgaven

Gefrustreerde uitgaven zijn alle uitgaven die weliswaar niet zelf door het snowboardongeval zijn veroorzaakt, maar door het snowboardongeval nutteloos zijn geworden. Het slachtoffer heeft recht op vergoeding van gefrustreerde uitgaven.

Onder de aanspraak op vergoeding van gefrustreerde uitgaven vallen onder andere de kosten van de niet meer benodigde hotelkamer, reiskosten van een niet meer te consumeren vakantie en annuleringskosten.

Inkomstenderving

De inkomstenderving omvat alle schade van het slachtoffer als gevolg van een vermindering of verlies van arbeidsvermogen.

Lijdt het slachtoffer door het snowboardongeval inkomstenderving, dan moet de veroorzaker van het ongeval de inkomstenderving vergoeden.

De inkomstenderving moet door de veroorzaker van het ongeval al in geval van lichte nalatigheid worden vergoed.

Gederfde winst

Gederfde winst is er altijd wanneer de benadeelde een nog in de toekomst liggende kans verliest, waarvan de verwezenlijking al grotendeels zeker was.

Het niet verkrijgen van een reeds aanstaande, maar op het moment van het snowboardongeval nog niet vastgelegde, beroepsmatige promotie vormt een gederfde winst, als het slachtoffer vanwege blijvende schade niet meer in staat is om de hoger betaalde baan uit te oefenen.

De gederfde winst moet door de veroorzaker van het ongeval in geval van grove schuld worden vergoed.

Forfaitaire onkosten

De forfaitaire onkosten dienen ter vergoeding van alle overige uitgaven die de benadeelde door het snowboardongeval zijn ontstaan. Daaronder vallen met name de eigen tijdsbesteding voor de afwikkeling van de gevolgen. Voorbeelden hiervan zijn uitgaven voor het verhoor bij de politie.

Onder de titel “forfaitaire onkosten” wordt doorgaans tot € 200,00 toegekend, voor zover geen hogere kosten worden aangetoond.

Rechtsanwalt Sebastian Riedlmair Sebastian Riedlmair
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Nutzen Sie unser kostenloses Erstgespräch, um Klarheit über etwaige Ansprüche zu erhalten.“
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Aansprakelijkheid voor snowboardongevallen

Een aansprakelijkheid voor de gevolgen van een snowboardongeval vereist een onrechtmatig en verwijtbaar gedrag van de veroorzaker van het ongeval.

We hebben de belangrijkste voorbeelden voor u samengevat:

Niet-naleving van de FIS-gedragsregels

De FIS-regels voor skiërs en snowboarders zijn vastgesteld door de Internationale Ski Federatie FIS (Fédération Internationale de Ski). De FIS-regels dateren uit 1967 en zijn sindsdien tweemaal, voor het laatst in 2002, geactualiseerd.

Het doel van de FIS-regels is het voorkomen van skiongevallen en snowboardongevallen. Het belangrijkste principe van de regels luidt ‘Consideratie’. Bij een botsing van gebruikers van de skipiste vormt de niet-naleving van de FIS-gedragsregels in de regel een aansprakelijkheid voor de ongevalsgevolgen.

Snowboarden onder invloed van alcohol

Op de piste geldt anders dan in het wegverkeer geen wettelijke bovengrens voor alcohol in het bloed (promillegrens). Het risico van snowboarden onder invloed van alcohol is desondanks hoog.

In geval van een snowboardongeval werkt alcoholinvloed meervoudig door: Is de veroorzaker van het ongeval onder invloed van alcohol, dan leidt dit bijna altijd tot grove schuld. De veroorzaker van het ongeval is dan bij materiële schade aansprakelijk voor de nieuwwaarde van de beschadigde zaken en ook voor inkomstenderving van het slachtoffer. Is het slachtoffer onder invloed van alcohol, dan wordt door de rechtbank vaak daarentegen een medeschuld van het slachtoffer uitgesproken. De schadevergoedingsaanspraak van het slachtoffer wordt dan procentueel verminderd.

Alcoholgebruik heeft dus een directe invloed op de omvang en de hoogte van de te claimen aanspraken.

Wie vanwege de invloed van alcohol bij het snowboarden beperkt is, begaat bovendien het strafbare feit van het in gevaar brengen van de lichamelijke veiligheid – zelfs als niemand gewond is geraakt. Wie vanwege de invloed van alcohol anderen verwondt, begaat lichamelijk letsel door schuld, dat vanwege het grof nalatig veroorzaken zwaarder wordt bestraft.

Snowboarden onder invloed van drugs

Voor het snowboarden onder invloed van drugs geldt hetzelfde als voor het snowboarden onder invloed van alcohol. Het snowboarden onder invloed van drugs kan zowel voor de veroorzaker van het ongeval als het slachtoffer massieve nadelen opleveren.

Defecte snowboarduitrusting

Een fout in de snowboarduitrusting kan leiden tot ongevallen en verwondingen. Daarbij zijn meerdere situaties denkbaar:

  1. Eigen fouten
  2. Fout van een snowboardverkoper
  3. Fouten van een gespecialiseerde werkplaats
  4. Fout van een snowboardverhuurder
  5. Fout van de snowboardfabrikant

Eigen fouten

Het Hooggerechtshof (OGH) leidde in zijn beslissing 3 Ob 38/97b uit het gebod tot consideratie van FIS-regel nr. 1 af, dat het tot de gedragsplichten van een alpine snowboarder behoort om de bindingsafstelling door een vakman te laten uitvoeren.

Wie de snowboarduitrusting zelf onderhoudt, neemt daarmee een groot risico. Werd bijvoorbeeld de snowboardbinding zelf onderhouden, dan geldt een zelf veroorzaakte verkeerde afstelling als oorzaak van de val, tenzij de gevallen persoon er niet in slaagt een andere oorzaak aan te tonen.

Fouten van derden

Snowboardverkopers, snowboardwerkplaatsen, snowboardverhuurders, importeurs en snowboardfabrikanten zijn als gespecialiseerde bedrijven aansprakelijk voor defecte uitrusting of verkeerde afstellingen.

De bewijslast dat een defecte snowboarduitrusting het ongeval heeft veroorzaakt, ligt bij de eiser en dus doorgaans bij het slachtoffer van het ongeval. Hierbij volstaat het zogenaamde ‘bewijs van eerste aanblik’. Het bewijs van eerste aanblik maakt het mogelijk om op basis van ervaringsregels conclusies te trekken van bewezen feiten naar te bewijzen feiten. De OGH concludeerde bijvoorbeeld in de uitspraak 3 Ob 38/97b uit het bewezen feit van het loskomen van de binding tijdens een rechte afdaling vóór de val, dat de afstelling defect moet zijn geweest. Het is dan aan degene die de binding heeft afgesteld om te bewijzen dat een andere gebeurtenis minstens evenzeer de oorzaak van de val was.

Gebrekkige liftinstallaties

Door de aankoop van een liftkaart komt een overeenkomst tot stand tussen de kabelbaan-exploitant en de passagier. De kabelbaan-exploitant is jegens de passagier die in het bezit is van een geldig vervoersbewijs aansprakelijk uit hoofde van de vervoersovereenkomst. Daardoor zijn voor de passagier bijzonder gunstige aansprakelijkheidsregelingen van toepassing.

De hoofdverplichting van de vervoersovereenkomst is het vervoer van de passagier met de kabelbaan. Daarnaast bestaat de contractuele nevenverplichting om het lichamelijk welzijn van de passagiers niet aan te tasten.

Daarnaast is een risicoaansprakelijkheid van de kabelbaan-exploitant mogelijk op grond van de voorschriften van de Spoorweg- en Motorvoertuigaansprakelijkheidswet (EKHG), die voor de passagier eveneens voordelig is.

De kabelbaanondernemer moet er met name voor zorgen dat zowel de vervoerinstallatie zelf als ook de in- en uitstapplaatsen zich in een voor het vervoer van de passagiers veilige en risicoloze toestand bevinden.

Bovendien is het kabelbaanbedrijf verantwoordelijk voor het feit dat de toegewezen snowboardpistes en snowboardroutes in een veilige staat verkeren en dat er een georganiseerde reddingsdienst is ingesteld.

Schendt de kabelbaan-exploitant deze verplichtingen en komt de passagier daardoor schade toe, dan is de kabelbaan-exploitant aansprakelijk.

Gebrekkige beveiliging van het pistegebied

Afhankelijk van het type afdaling moet onderscheid worden gemaakt tussen het georganiseerde skigebied als geheel van skipistes, skiroutes en speciale oppervlakken evenals het vrije skigebied als terrein buiten het georganiseerde skigebied.

De kabelbaan-exploitant heeft voor de door hem georganiseerde skiruimte de verantwoordelijkheid voor markering, breedte, preparatie, controle en bescherming tegen alpine gevaren en tegen lawinegevaar. De georganiseerde skiruimte herkent men meestal aan de markering, die verplicht moet worden aangebracht, evenals aan de beveiliging tegen gevaren (met name val-, botsings- en lawinegevaar) en de preparatie van de piste.

De plicht tot pistebeveiliging vloeit voort uit het vervoercontract, zodat de kabelbaanondernemer tegenover de pistegebruiker bij aanwezigheid van een geldige kaart in principe voor de veilige en risicoloze toestand van het georganiseerde skigebied bij elke schuld aansprakelijk moet zijn.

Er moet echter ook rekening mee worden gehouden dat een volledige verkeersveiligheid op skipistes niet bereikbaar is. Aan de de kabelbaanondernemer treffende verplichtingen mogen daarom geen overdreven eisen worden gesteld.

De verkeersveiligheidsverplichting van de kabelbaan-exploitant reikt in principe slechts tot aan de pisterand, die ofwel door natuurlijke omstandigheden wordt bepaald ofwel door de kabelbaan-exploitant kunstmatig door randmarkeringen herkenbaar kan worden gemaakt. Volgens algemene opvatting omvat de pistebeveiligingsplicht echter bovendien buitengewone gevarenbronnen in de directe nabijheid van de piste (ca. 2 meter).

De concrete omvang van de verkeersbeveiligingsplicht hangt altijd af van de omstandigheden van het individuele geval. Concreet moet worden uitgegaan van welke maatregelen voor de kabelbaanondernemer ter vermijding van een gevaar mogelijk en redelijk zijn.

Pistegebruikers die niet over een geldige liftkaart beschikken (bijvoorbeeld toerskiërs) zijn jegens de beheerder van een gewijde piste aansprakelijk voor de toestand van de weg volgens § 1319a ABGB, waarbij de aansprakelijkheid hierbij beperkt is tot opzet en grove nalatigheid.

Voor het zogenaamde vrije skigebied bestaan daarentegen geen verkeersbeveiligingsverplichtingen van de kabelbaanondernemer; hier wordt alleen in het kader van het ingerenz-principe aansprakelijk gesteld voor gecreëerde atypische gevaren.

Gebrekkige speciale oppervlakken

Tot de speciale terreinen behoren met name funparks en soortgelijke voorzieningen alsmede trainings- en wedstrijdbanen. Voor zover deze speciale terreinen door de kabelbaan-exploitant worden geëxploiteerd, behoren deze tot de georganiseerde skiruimte.

De exploitant van de voorziening moet in het kader van de verkeersveiligheidsverplichtingen in ieder geval een verkeersveilige en gevarenvrije toestand van de voorziening handhaven en de gebruikers beschermen tegen herkenbare gevaren. Bovendien is een ruimtelijke afbakening van het funpark van de algemene piste vereist.

Vanwege het toenemende aantal ongevallen in funparks met soms ernstig letsel heeft de FIS een “Code of Conduct for Snow Parks” uitgevaardigd, die bedoeld is als aanvulling op de alom bekende FIS-regels voor het skiën.

Foutieve snowboardcursus

Tussen de gast en de eigenaar van de snowboardschool wordt een snowboardlerarenovereenkomst gesloten, waarbij de eigenaar van de snowboardschool de gast tegen betaling voor een bepaalde periode onderwijst in de kennis en vaardigheden van het alpineskiën. Een bepaald opleidingsresultaat is hierbij doorgaans niet verschuldigd.

Als nevenverplichting uit de contractuele relatie vloeit de verplichting voort tot het waarborgen van de fysieke veiligheid van de gast. Een bijzonderheid van de contractuele relatie is de hiërarchische verhouding tussen snowboardleraar en gast.

De eigenaar van de snowboardschool is aansprakelijk jegens de gast voor schade uit ongevallen tijdens de cursus bij eigen schuld of bij schuld van zijn snowboardleraren uit hoofde van het contract. De snowboardleraar zelf is een hulppersoon van de eigenaar van de snowboardschool en is jegens de gast alleen aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad.

Een uitsluiting van aansprakelijkheid door de snowboardschool voor persoonsschade zoals lichamelijk letsel is niet mogelijk. Voor materiële schade zoals beschadigde snowboardpakken kan de snowboardschool de aansprakelijkheid voor lichte nalatigheid uitsluiten, mits dit contractueel, bijv. in de vorm van algemene voorwaarden, wordt overeengekomen.

Deelnemers aan snowboardcursussen hebben overigens dezelfde rechten en plichten als andere pistengebruikers. In het bijzonder moeten zij ook de algemene gedragsregels, vooral de FIS-regels, naleven. Indien de gast zelf schuld heeft bij een ongeval, dient er doorgaans een verdeling van aansprakelijkheid plaats te vinden.

Lawines

De herkenbaarheid van lawinegevaar wordt gekenmerkt door grote onzekerheidsfactoren. Volgens de Europese Lawineschaal wordt onderscheid gemaakt tussen 5 gevarenklassen, afhankelijk van de waarschijnlijkheid van ontstaan.

Door de bevoegde autoriteiten worden met onregelmatige tussenpozen en bij verandering van de gevarensituatie lawinebulletins gepubliceerd. Bovendien kunnen uit gegevens van nabijgelegen weerstations en sneeuwmeetstations conclusies worden getrokken betreffende een eventueel bestaand lawinegevaar.

Naast de kabelbaan-exploitant, die op grond van contractuele nevenverplichtingen verantwoordelijk is voor het lichamelijk welzijn van de pistegebruikers, zijn met name de gemeenten verplicht tot lawinegevaarpreventie. De leden van de lawinecommissies adviseren daarentegen in de regel louter vrijwillig en zouden daarom alleen bij opzet aansprakelijk zijn.

Wanneer er in een georganiseerd skigebied een lawine-ongeluk plaatsvindt, dan is de kabelbaanexploitant aansprakelijk bij schuldig gedrag. Hiervoor is vereist dat het gevaar herkenbaar was. De leden van de lawinecommissie treft daarentegen geen aansprakelijkheid.

Pistevoertuigen, sneeuwscooters

Het gebruik van pistevoertuigen en motorsleeën is beperkt tot bedrijfsnoodzakelijke ritten.

Volgens vaste rechtspraak mogen snowboarders door het gebruik van pistevoertuigen niet meer gehinderd of in gevaar gebracht worden dan strikt noodzakelijk is om een behoorlijk pisteonderhoud te waarborgen. Op onoverzichtelijke plaatsen moeten waarschuwingsposten worden opgesteld.

Bovendien moeten op pistevoertuigen zelf overeenkomstige waarschuwingsvoorzieningen (knipperlicht) worden aangebracht. Bij achteruitrijden of op onoverzichtelijke plaatsen moet de bestuurder van het pistevoertuig een claxon bedienen of een intermitterend fluitsignaal geven.

Op motorsleeën moeten eveneens geschikte waarschuwingsvoorzieningen (bijvoorbeeld ingeschakelde koplampen of een aan een stang bevestigd, hoog oprijzend vlaggetje) worden aangebracht.

Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Procedure na snowboardongevallen

Wie bij een ongeluk betrokken was, moet onmiddellijk juridische bijstand verzekeren.

Rechtsanwalt Peter Harlander Peter Harlander
Harlander & Partner Rechtsanwälte
„Ohne anwaltliche Vertretung ist eine Einvernahme weder als Unfallopfer noch als Unfallverursacher ratsam.“

Civiele procedure

De benadeelde dient zijn privaatrechtelijke aanspraken voor de burgerlijke rechtbanken geldend te maken.

Wordt tegen de veroorzaker van het ongeval een strafprocedure ingeleid, dan kunnen civielrechtelijke aanspraken ook reeds in de vorm van een vordering van de burgerlijke partij in een eventuele strafprocedure geldend worden gemaakt.

Strafrechtelijke procedure

Wanneer de tegenpartij bij het snowboardongeluk gewond raakt of de uitrusting beschadigd wordt, kan dit voor de veroorzaker van het ongeluk strafrechtelijke gevolgen hebben:

Ook onbetrokken derden kunnen strafrechtelijk vervolgd worden in geval van het nalaten van hulpverlening of het in de steek laten van een gewonde.

Bestuurs(straf)procedure

In het bestuursrecht zijn er talrijke wetten waarvan het toepassingsgebied ook relevant is in verband met wintersportactiviteiten. Met name het “freeriden” of het berijden van “boswegen” kan een bestuursovertreding vormen.

De overtreding van bestuurswetten gaat in de meeste gevallen gepaard met een boetebeschikking door de bevoegde autoriteiten.

Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Gedrag na een snowboardongeluk

Wanneer u zelf bij een snowboardongeluk betrokken was of getuige van een snowboardongeluk was, moet u – voor zover u niet het slachtoffer bent – in elk geval hulp verlenen. Het nalaten van hulpverlening is bij een verwonding een strafbaar feit.

1. Ongevalsplaats afzetten

Zet als eerste de ongevalsplaats af. Steek het snowboard boven de ongevalsplaats kruiselings in de sneeuw of zwaai met een jas om navolgende skiërs te waarschuwen. De afzetting heeft altijd de hoogste prioriteit, ongeacht hoe zwaar de verwondingen ook mogen zijn. Het heeft geen zin wanneer de hulpverleners door gebrek aan afzetting door navolgende skiërs gewond raken.

2. Eerste hulp verlenen

Verleen gewonde personen beslist eerste hulp. Let erop dat gewonde personen zo warm mogelijk gehouden worden. De shock van een ongeval kan in de winter gemakkelijk tot levensbedreigende onderkoeling leiden.

3. Hulp inroepen

Wanneer verdere hulp nodig is, alarmeer dan via het Europese alarmnummer 112 de hulpdiensten. Leg de telefoon pas neer wanneer de hulpdienst alle gegevens heeft opgenomen en het gesprek beëindigt. Mocht een telefonische alarmering niet mogelijk zijn, dan moet op andere wijze hulp worden ingeroepen, voor zover dit veilig mogelijk is. Is dit niet veilig mogelijk, dan is het raadzaam om bij de ongevalsplaats te blijven. Gewonde personen mogen alleen in uiterste nood alleen gelaten worden.

4. Bewijs veiligstellen

Stel alle bewijs veilig. Begin met de bewijsveiligstelling pas wanneer het ongevalsslachtoffer door u of andere personen wordt verzorgd.

5. Politie informeren

Wanneer u een ongeval met lichamelijk letsel veroorzaakt, bent u verplicht de politie te informeren. De informatie aan de politie dient in elk geval te gebeuren zodra er ook maar het geringste vermoeden van een kleine verwonding bestaat – ook wanneer het slachtoffer dit niet nodig acht. Het nalaten van de informatie aan de politie door de veroorzaker van lichamelijk letsel is een strafbaar feit.

Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek

Bewijsveiligstelling na een snowboardongeluk

Stel alle bewijzen veilig. Gebruik daarvoor het beste de camera van uw mobiele telefoon om foto’s en video’s te maken.

1. Personalgegevens opnemen

De FIS-regel nr. 10 bepaalt dat elke pistegebruiker, of hij nu getuige of betrokkene is, of verantwoordelijk of niet, in geval van een ongeval zijn persoonsgegevens moet opgeven.

Documenteer als eerste stap alle bij het ongeluk betrokken personen, getuigen en ook helpers die pas later zijn toegekomen. Fotografeer ter documentatie idealiter de identiteitsbewijzen of gepersonaliseerde liftkaarten van de personen of maak een video van elke persoon, waarbij de persoon naam, adres, telefoon en e-mail bekendmaakt.

2. Ongevalsrapport opstellen

Voor bewijsveiligstelling bij een snowboardongeluk is een documentatie van het snowboardongeluk noodzakelijk:

  1. Ongevalsplaats
  2. Betrokkenen
  3. Ongevalsverloop
  4. Verwondingen
  5. Materiële schade
  6. Positie van de getuigen op het moment van het ongeval
  7. Verklaring van de getuigen
  8. Persoonsbeschrijving van een gevluchte persoon (bijv. veroorzaker van het ongeval)
  9. Hulpverlening
  10. verdere verloop

3. Advocaat informeren

Bij ongevallen met lichamelijk letsel vindt ook een onderzoek door de politie plaats. Slachtoffers of veroorzakers van een snowboardongeluk moeten vóór een eventueel verhoor door de politie beslist ons advocatenkantoor contacteren.

Reeds kleine fouten bij het verhoor kunnen tot onherstelbare gevolgen voor uw toekomst leiden. In de regel is daarom een schriftelijke stellingname door de advocaat de betere keuze dan een mondeling verhoor zonder voorafgaande juridische advisering.

Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprek