Overdrachtsbelasting in het erfrecht
Overdrachtsbelasting in het erfrecht
Wanneer een onroerend goed door erfenis overgaat, rijst vaak de vraag of daarbij overdrachtsbelasting verschuldigd is. Het antwoord is niet altijd eenduidig, want niet elke verkrijging krachtens erfrecht is belastingvrij. Wie hier verkeerd plant of te laat handelt, riskeert onnodige kosten.
De overdrachtsbelasting is in principe verschuldigd bij elke verkrijging van een onroerend goed, dus ook wanneer de eigendomsoverdracht plaatsvindt door erfenis, legaat of schenking bij overlijden
Tijdstip van verschuldigdheid
Overdrachtsbelasting ontstaat altijd wanneer een perceel, een huis of een appartement overgaat op een andere persoon. Dit geldt ook voor:
- de verkrijging door wettelijke erfopvolging
- uiterste wilsbeschikkingen (bijv. legaat, testament)
- Schenkingen bij overlijden
Belangrijk: De belastingplicht ontstaat niet bij overlijden, maar pas bij de toewijzing van het onroerend goed. Als het onroerend goed voordien in het kader van de nalatenschap wordt verkocht, is de belasting verschuldigd door de koper.
Bovendien noemt § 1 GrEStG andere belastingplichtige handelingen, die ook in verband met een erfenis kunnen voorkomen, zoals de overdracht van een eigendomsaanspraak, de verkrijging van de bevoegdheid tot exploitatie, een wijziging van aandeelhouders of de vereniging van ten minste 95% van de aandelen in een onroerend goed bezittende vennootschap.
Meer informatie over belastingplichtige verkrijgingen vindt u op onze algemene pagina over overdrachtsbelasting.
Hoogte van de overdrachtsbelasting bij een erfenis
Bij onbetaalde verkrijging via erfenis binnen de bevoordeelde familiekring wordt een progressief tarief toegepast. De belasting wordt proportioneel als volgt berekend:
- 3,5% voor alle daarboven uitgaande bedragen
- 0,5% voor de eerste € 250.000 van de grondwaarde
- 2,0% voor de volgende € 150.000 (dus het deel tussen € 250.001 en € 400.000)
- Bij bedrijfsoverdrachten binnen familieverband geldt bovendien een vrijstelling van € 900.000, bij landbouw- en bosbouwgronden bedraagt deze € 365.000.
Naast de onbetaalde verkrijgingen zijn er ook gedeeltelijk betaalde verkrijgingen. Indien de tegenprestatie tussen 30% en 70% van de grondwaarde ligt, worden zowel het progressieve tarief als het algemene tarief van 3,5% proportioneel toegepast. Bij een tegenprestatie van meer dan 70% geldt het volledige belastingtarief.
Als tegenprestatie geldt elke overeengekomen prestatie, die de verkrijger levert voor het verkrijgen van het onroerend goed, zoals een koopprijs, de overname van schulden of de toekenning van een woonrecht ten gunste van de vervreemder.
Let op: Dit tarief geldt alleen voor verkrijgingen binnen het eng gedefinieerde familieverband, bijv. echtgenoten, kinderen, kleinkinderen, ouders, broers/zussen, nichten/neven, pleeg- of stiefkinderen, en levenspartners met een gemeenschappelijke hoofdverblijfplaats.
Heffingsgrondslag:
De belastingberekening is gebaseerd op de marktwaarde van het onroerend goed op het moment van toewijzing. De zogenaamde grondwaarde wordt vastgesteld aan de hand van een model of een deskundigenrapport.
Bij landbouw- en bosbouwgronden blijft de eenheidswaarde bepalend, mits het oppervlak direct dient voor het landbouwinkomen. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen onroerend goed en landbouw- of bosbouwvermogen: Gronden die uitsluitend voor landbouw- of bosbouwdoeleinden worden gebruikt, behoren tot het landbouw- en bosbouwvermogen. Alle andere onroerende goederen vallen onder het onroerend goed. Deze indeling heeft directe gevolgen voor de heffingsgrondslag en het belastingtarief.
Voorbeeld
Als een zoon een ouderlijk huis erft met een marktwaarde van € 300.000, bedraagt de overdrachtsbelasting:
- 0,5% van € 250.000 = € 1.250
- 2,0% van € 50.000 = € 1.000
→ Totale belasting: € 2.250
Uitstel van betaling of betaling in termijnen van de overdrachtsbelasting
Onder bepaalde voorwaarden staat de wet een betaling in vijf jaarlijkse termijnen toe, bijv. bij lage liquiditeit of erfgenamen. Voorwaarde is dat het 0,5%-tarief van toepassing is.
Belastingvrije verkrijgingen
Vrijgesteld van overdrachtsbelasting zijn met name:
- Overdrachten bij overlijden aan echtgenoten of geregistreerde partners met betrekking tot de hoofdverblijfplaats, indien de woonoppervlakte 150 m² niet overschrijdt
- Verkrijgingen door algemeen nut beogende, liefdadige of kerkelijke instellingen
- Onteigeningen of overdrachten ter vermijding van overheidsingrijpen
- Bagatelgrenzen: geen belastingplicht, indien de heffingsgrondslag maximaal € 1.100 bedraagt (bij splitsing van onroerend goed tot € 2.000)
- Bedrijfsvrijstelling: € 900.000 voor onroerend goed of € 360.000 voor landbouw- en bosbouwvermogen bij onbetaalde handelingen
Inschrijvingskosten in het kadaster
De inschrijving in het kadaster is alleen mogelijk, indien de belastingdienst vooraf een verklaring van geen bezwaar conform § 160 BAO heeft afgegeven. Deze ontvangt u, indien de overdrachtsbelasting correct is betaald of indien er geen belasting verschuldigd is.
Voor bepaalde groepen verkrijgers bedragen de inschrijvingskosten:
- 1,1% van de marktwaarde (voor derden)
- 1,1% van de drievoudige eenheidswaarde (voor familieleden, echtgenoten, levenspartners met hoofdverblijfplaats)
Uw voordelen met juridische ondersteuning
Wij controleren voor u:
- of u verplicht bent tot het betalen van overdrachtsbelasting
- of een vrijstelling of tegemoetkoming van toepassing is
- welke heffingsgrondslag en welk tarief van toepassing zijn
- welke termijnen, aanvragen en documenten in acht moeten worden genomen