Oplegging van vrijheidsstraffen aan personen jonger dan eenentwintig jaar
Oplegging van vrijheidsstraffen aan personen jonger dan eenentwintig jaar
§ 36 StGB regelt de oplegging van vrijheidsstraffen aan jongvolwassenen die ten tijde van het misdrijf de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt. Voor hen gelden de bijzondere strafbepalingen van de jeugdrechtbank volgens § 19 JGG.
Hiermee wordt erkend dat jonge mensen zich vaak nog in ontwikkeling bevinden en dat hun rijpheid, inzicht en verantwoordelijkheid niet volledig overeenkomen met die van een volwassene.
De wet staat een mildere strafmaat toe voor personen jonger dan 21 jaar, als hun gedrag en persoonlijkheid nog typische kenmerken van jeugdige ontwikkeling vertonen.
Basisprincipe
Het Oostenrijkse strafrecht behandelt jongvolwassenen afzonderlijk om buitensporige straffen te voorkomen. § 36 StGB verwijst uitdrukkelijk naar § 19 JGG, dat bepaalt dat rechtbanken in principe geen vrijheidsstraf van meer dan 15 jaar mogen opleggen aan personen jonger dan 21 jaar.
Alleen bij bijzonder ernstige misdrijven, zoals geweldsmisdrijven tegen lijf en leven, seksuele misdrijven of betrokkenheid bij terroristische organisaties, kan de straf oplopen tot 20 jaar. De rechtbank moet in elk geval onderzoeken of het misdrijf en de persoonlijkheid van de dader nog typische jeugdige kenmerken vertonen.
Betekenis
De regeling moet ervoor zorgen dat jongvolwassenen niet hetzelfde strafkader krijgen als volledig ontwikkelde daders als hun rijpheid nog beperkt is. Het vormt een brug tussen het jeugdstrafrecht en het volwassenenstrafrecht.
Het doel van deze regeling is om de straf aan te passen aan het werkelijke ontwikkelingsniveau van de dader. Iemand die op 19-jarige leeftijd in een emotionele of onvolwassen situatie handelt, draagt minder persoonlijke verantwoordelijkheid dan een ervaren volwassene die zijn handelingen bewust stuurt.
Zo handhaaft de rechtbank het schuldbeginsel door de straf te bepalen op basis van individuele schuld en niet alleen op basis van de uiterlijke omstandigheden van het misdrijf.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekToepassing in de praktijk
In de gerechtelijke praktijk speelt de persoonlijke rijpheidsgraad een centrale rol. De rechtbank gebruikt deskundigenrapporten, opleidingsniveau, sociale integratie en levensomstandigheden om te beoordelen of de bepalingen van de jeugdrechtbank van toepassing zijn.
Strafvermindering is mogelijk als de dader ten tijde van het misdrijf nog niet de rijpheid van een volwassene had of in zijn ontwikkeling beperkt was. Hierbij worden ook omstandigheden zoals een stabiele levensstijl, beroepsperspectieven of inzicht in het onrecht in aanmerking genomen.
De leeftijdsgrens van 21 jaar is een vaste wettelijke grens. Bepalend is de leeftijd op het moment van het misdrijf, niet bij het vonnis.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Für Verteidiger und Gerichte ist die genaue Altersbestimmung und Beurteilung der Reife entscheidend. Schon wenige Monate können bestimmen, ob § 36 StGB anwendbar ist.“
Centrale regels van §19 JGG
Voordat men de strafmaat voor jongvolwassenen begrijpt, moet men weten hoe de jeugdrechtbank in § 5 JGG in het algemeen met straffen omgaat.
Het jeugdstrafrecht is niet in de eerste plaats gericht op bestraffing, maar op opvoeding en re-integratie. Daarom zijn de strafmaten aanzienlijk lager dan in het algemene strafrecht.
Bij jongeren worden hoge vrijheidsstraffen vervangen door mildere straffen:
- Een levenslange gevangenisstraf wordt vervangen door een straf tussen 1 en 15 jaar als de jongere ouder is dan 16 jaar.
- Is hij jonger dan 16 jaar, dan is de maximumstraf 10 jaar.
- Ook alle andere strafbedreigingen worden in het jeugdstrafrecht gehalveerd, en een wettelijk minimum vervalt.
Deze waarden dienen als richtlijn wanneer § 19 JGG wordt toegepast op jongvolwassenen onder de 21 jaar.
Concreet regelt § 19 JGG het volgende voor jongvolwassenen:
- Maximumstraf: Vrijheidsstraf tot 15 jaar voor alle misdrijven die niet onder de uitzonderingen van lid 4 vallen.
- Minimumstraf: Komt overeen met de minimumstraffen voor jongeren volgens § 5 JGG, dus in de regel aanzienlijk onder de algemene minimumstraffen.
- Uitzonderingen: Bij bijzonder ernstige misdrijven, zoals doodslag, ernstige seksuele misdrijven, terroristische betrokkenheid of georganiseerde misdaad blijven de algemene strafbedreigingen van kracht, maximaal 20 jaar gevangenisstraf.
- Gecombineerde misdrijven: Als iemand zowel voor als na zijn 21e verjaardag misdrijven heeft gepleegd, wordt de straf volgens de regels voor jongvolwassenen bepaald als het zwaartepunt van de misdrijven voor de 21e verjaardag lag.
Deze regelingen moeten voorkomen dat jeugdige fouten levenslange gevolgen hebben. De straf moet overeenkomen met het ontwikkelingsniveau en de werkelijke rijpheid van de dader en niet alleen met het uiterlijke beeld van het misdrijf.
Uw voordelen met juridische ondersteuning
Een strafprocedure is een aanzienlijke belasting voor de betrokkenen. Al vanaf het begin dreigen ernstige gevolgen – van dwangmaatregelen zoals huiszoeking of arrestatie tot vermeldingen in het strafregister en gevangenis- of geldstraffen. Fouten in de eerste fase, zoals ondoordachte verklaringen of het niet veiligstellen van bewijsmateriaal, kunnen later vaak niet meer worden gecorrigeerd. Ook economische risico’s zoals schadeclaims of proceskosten kunnen zwaar wegen.
Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat zorgt ervoor dat uw rechten vanaf het begin gewaarborgd blijven. Het geeft zekerheid in de omgang met politie en openbaar ministerie, beschermt tegen zelfincriminatie en creëert de basis voor een duidelijke verdedigingsstrategie.
Ons kantoor:
- onderzoekt of en in welke mate de beschuldiging juridisch houdbaar is,
- begeleidt u door het vooronderzoek en de hoofdzitting,
- zorgt voor juridisch sluitende verzoeken, verklaringen en procedurele stappen,
- ondersteunt bij het afweren of regelen van civielrechtelijke claims,
- waarborgt uw rechten en belangen tegenover de rechtbank, het Openbaar Ministerie en de benadeelden.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „Machen Sie keine inhaltlichen Aussagen ohne vorherige Rücksprache mit Ihrer Verteidigung. Sie haben jederzeit das Recht zu schweigen und eine Anwältin oder einen Anwalt beizuziehen. Dieses Recht gilt bereits bei der ersten polizeilichen Kontaktaufnahme. Erst nach Akteneinsicht lässt sich klären, ob und welche Einlassung sinnvoll ist.“