Reclame op aanhangwagens
Reclametechnische vormgeving van de aanhangwagen
De reclametechnische vormgeving van een aanhangwagen is in principe onproblematisch, zolang deze bijvoorbeeld door beplakking gebeurt.
Wijzigingen aan de aanhangwagen die de verkeers- en bedrijfsveiligheid of de milieuvriendelijkheid van het voertuig kunnen beïnvloeden, moet de houder van de kentekening van de aanhangwagen daarentegen conform § 33 KFG (Kraftfahrzeuggesetz) onverwijld melden aan de Landeshauptmann in wiens plaatselijk werkgebied het voertuig zijn permanente standplaats heeft.
Transport van reclame-installaties
Evenzo zijn tijdelijk beperkte reclame-installaties, bijvoorbeeld van een mascotte, op een aanhangwagen onproblematisch, zolang de algemene wegverkeersrechtelijke voorschriften voor het transport van lasten worden nageleefd. Langer durende installaties moeten echter weer worden gekwalificeerd als vergunningsplichtige wijzigingen aan de aanhangwagen.
Parkeren van reclameaanhangwagens
In Oostenrijk mogen aanhangwagens zonder trekkend voertuig alleen op privéterrein of op parkeerplaatsen worden neergezet. Op de rijbaan – daartoe behoren ook gemarkeerde parkeervlakken aan de wegrand – mogen aanhangwagens zonder trekkend voertuig conform § 23 Abs 7 StVO (Straßenverkehrsordnung) alleen voor het laden en lossen worden neergezet.
Een langer parkeren is toegestaan wanneer de genoemde voertuigen en containers na de laadactiviteit niet onmiddellijk kunnen worden weggehaald, het weghalen een onredelijke economische belemmering zou zijn of andere belangrijke redenen voor het laten staan voorliggen.
Het parkeren van een reclameaanhangwagen zonder trekkend voertuig valt niet onder de uitzonderingen en is daarom ontoelaatbaar. Zelfs een regulier parkeren van een reclameaanhangwagen is in Oostenrijk daarom alleen mogelijk in combinatie met een trekkend voertuig, wat de inspanning aanzienlijk verhoogt.
Wordt de reclameaanhangwagen echter niet alleen geparkeerd omdat hij momenteel niet in beweging is, maar doelgericht als reclamevlak neergezet, dan zijn aanvullende voorschriften in acht te nemen:
Algemene parkeerverboden voor reclameaanhangwagens
De wegverkeersautoriteiten kunnen conform § 24 Abs. 7 StVO het parkeren van voertuigen die voornamelijk de reclame dienen, op bepaalde straten, parkeervlakken of delen van een gemeentegebied hetzij permanent, voor een bepaalde tijd of gedurende een bepaalde duur algemeen verbieden.
Een aanhangwagen dient dan voornamelijk de reclame wanneer hij de facto niet meer voor zijn eigenlijke doel, maar primair als reclamevlak wordt gebruikt.
Of een dergelijke regeling bestaat, kan het gemakkelijkst bij de bevoegde wegverkeersautoriteiten ter plaatse worden gevraagd. Dat zijn de Bezirkshauptmannschaften, de gemeenten evenals de Landespolizeidirektionen.
Vergunningsplicht voor het parkeren van reclameaanhangwagens
Conform § 82 Abs. 1 StVO is voor het gebruik van straten voor andere doeleinden dan die van het wegverkeer, bijvoorbeeld voor commerciële activiteiten en voor reclame, een vergunning door de bevoegde wegverkeersautoriteit vereist.
Wie dus een reclameaanhangwagen (inclusief trekkend voertuig) bijvoorbeeld doelgericht aan een druk bereden straat parkeert om daar zijn reclame te plaatsen, moet een vergunning verkrijgen.
Overtredingen
Overtredingen van deze voorschriften zijn bestuurlijke strafbare feiten, die door de autoriteiten moeten worden bestraft.
Het illegaal parkeren van reclameaanhangwagens vormt bovendien een overtreding van het mededingingsrecht. Daartegen kan door concurrenten en verenigingen worden opgetreden met waarschuwing en mededingingsrechtelijke vordering.