Wettelijke erfopvolging
De wettelijke erfopvolging regelt wie het vermogen van een overleden persoon ontvangt wanneer er geen testament aanwezig is. In Oostenrijk zijn eerst de naaste familieleden erfgerechtigd, zoals kinderen, echtgenoten of ouders. Zijn er geen naaste verwanten, dan treden meer verre familieleden in hun plaats. De volgorde en de aandelen zijn daarbij geregeld in §730 e.v. ABGB.
De wettelijke erfopvolging treedt in werking wanneer
- er geen (geldig) testament respectievelijk geen (geldig) erfcontract bestaat,
- voor zover het testament respectievelijk het erfcontract niet het gehele erfbare vermogen van de overledene betreft of
- voor zover de erfgenamen niet tot de erfenis komen, bijvoorbeeld omdat deze afstand hebben gedaan van de erfenis.
Wettelijke erfgenamen
Tot de wettelijke erfgenamen behoren
- de echtgenoot
- de geregistreerde partner
- de kinderen en hun nakomelingen, dus de kleinkinderen, achterkleinkinderen enz.
- de ouders en hun nakomelingen
- de grootouders of hun nakomelingen
- de overgrootouders.
Let op: De met de overledene aangehuwde personen hebben geen wettelijk erfrecht. Hetzelfde geldt voor levenspartners, voor zover andere wettelijke erfgenamen aanwezig zijn.
Let op: Kinderen wier ouders niet met elkaar gehuwd zijn, zijn gelijkgesteld aan die kinderen wier ouders wel met elkaar gehuwd zijn.
Wettelijk erfrecht van verwanten
De verwanten komen in het kader van de wettelijke erfopvolging in een bepaalde volgorde aan de beurt. Er zijn vier groepen (parentelen):
- de kinderen en hun nakomelingen, dus de kleinkinderen, achterkleinkinderen enz.
- de ouders en hun nakomelingen
- de grootouders of hun nakomelingen
- de overgrootouders.
Ook de echtgenoot van de overledene heeft een wettelijk erfrecht. Het erfrecht van de echtgenoot kan het erfrecht van de verwanten afhankelijk van de constellatie uitsluiten of verminderen.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekBeginsel “jong voor oud”
Tussen de vier parentelen geldt in het kader van de wettelijke erfopvolging het beginsel “jong voor oud”: kinderen voor ouders (en hun nakomelingen), ouders voor grootouders (en hun nakomelingen), grootouders voor overgrootouders. Er moet daarom altijd het laagste parenteel worden vastgesteld. Alleen dit parenteel erft dan. Nooit kunnen meerdere parentelen naast elkaar erven.
Dit beginsel zorgt ervoor dat eerst de eigen kinderen en pas daarna de voorouders en verder verwante familieleden als vervanging aan de beurt komen.
1e Parenteel
Het 1e parenteel omvat de directe nakomelingen van de overledene, dus kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen en verdere nakomelingen. Zijn er in het 1e parenteel personen aanwezig, dan erven het 2e, 3e en 4e parenteel niets.
Alleen wanneer er in het 1e parenteel niemand aanwezig is, gaat de erfenis in het kader van de wettelijke erfopvolging naar het 2e parenteel.
2e Parenteel
Het 2e parenteel omvat de ouders van de overledene en hun nakomelingen, dus de broers en zussen, neven en nichten evenals verdere nakomelingen.
Is er ook in het 2e parenteel niemand aanwezig, omdat beide ouders van de overledene niet meer leven en er ook geen levende nakomelingen van de ouders aanwezig zijn, dan wordt in het kader van de wettelijke erfopvolging het 3e parenteel betrokken.
3e Parenteel
Het 3e parenteel omvat de grootouderparen van moederszijde en vaderszijde van de overledene en hun nakomelingen, dus ooms en tantes, neven en nichten evenals verdere nakomelingen.
Is er ook in het 3e parenteel niemand meer aanwezig, dan gaat in het kader van de wettelijke erfopvolging de erfenis naar het 4e parenteel.
4e Parenteel
Daartoe behoren de overgrootouderparen van de overledene, echter niet hun nakomelingen.
Voorbeelden
Voorbeeld: De overledene had een kind en een zus. De ouders van de overledene leven nog.
Oplossing: Het kind erft (1e parenteel). De ouders en hun dochter (2e parenteel) vallen af.
Voorbeeld: De overledene had geen kinderen, maar wel een zus. De ouders van de overledene zijn eveneens reeds overleden.
Oplossing: Er zijn geen kinderen en geen nakomelingen van de kinderen (1e parenteel). Daarom komen de ouders en de nakomelingen van de ouders (2e parenteel) in aanmerking. De ouders zijn reeds overleden. De ouders hebben echter een dochter die nog leeft (de zus van de overledene). De zus erft.
Beginsel “oud voor jong”
Binnen een parenteel erven in het kader van de wettelijke erfopvolging eerst de kinderen (1e parenteel), de ouders (2e parenteel), de grootouders (3e parenteel) van de overledene.
De nakomelingen van deze personen komen alleen aan de beurt wanneer hun ouders reeds overleden zijn. De (ach)terkleinkinderen erven dus alleen wanneer hun ouders aan de beurt zouden zijn gekomen, maar reeds overleden zijn. De broers en zussen, nichten en neven van de overledene erven dus alleen wanneer hun ouders aan de beurt zouden zijn gekomen, maar reeds overleden zijn.
Voorbeeld: De overledene had geen kinderen, maar wel een zus en een neef (de zoon van de zus). De ouders van de overledene zijn eveneens reeds overleden.
Oplossing: Er zijn geen kinderen en geen nakomelingen van de kinderen (1e parenteel). Daarom komen de ouders en de nakomelingen van de ouders (2e parenteel) in aanmerking. De ouders zijn reeds overleden. De ouders hebben echter een dochter die nog leeft (de zus van de overledene). De zus erft. Haar zoon (de neef van de overledene) erft niets, omdat zijn moeder nog leeft.
Meerdere nakomelingen
Bij meerdere nakomelingen wordt de erfenis onder hen naar hoofden verdeeld.
Voorbeeld: De overledene heeft drie kinderen.
Oplossing: Elk kind ontvangt een even groot aandeel in de erfenis.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekWettelijk erfrecht van echtgenoten
Ook de echtgenoot van de overledene heeft een wettelijk erfrecht. De hoogte van het erfaandeel hangt ervan af naast welke verwanten de echtgenoot erft.
- Naast de kinderen en nakomelingen van deze kinderen erft de echtgenoot een derde.
- Naast de ouders van de overledene erft de echtgenoot twee derde.
- In alle overige gevallen erft de echtgenoot respectievelijk de geregistreerde partner de gehele nalatenschap.
De echtgenoot vermindert dus de erfaanspraak van het 1e parenteel met een derde en de erfaanspraak van de ouders met twee derde. De nakomelingen van het 2e parenteel evenals het gehele 3e en 4e parenteel gaan daarentegen leeg uit wanneer er een echtgenoot aanwezig is.
Let op: Deze regeling kan de echtgenoot in een zeer moeilijke situatie brengen wanneer de kinderen aandringen op uitbetaling van hun tweederde aandeel. Echtgenoten zouden daarom altijd een testament moeten opstellen en idealiter met hun kinderen evenals hun ouders een afstand van het legitieme deel overeenkomen. Zo kan worden gewaarborgd dat de andere echtgenoot eerst alles krijgt en de kinderen pas na de dood van beide echtgenoten aan de beurt komen.
Onthoud: Deze bepalingen gelden ook voor geregistreerde partnerschappen.
Levenspartners
In het kader van de wettelijke erfopvolging erven levenspartners alleen wanneer geen andere wettelijke erfgenaam aan de beurt komt. Hij komt daarom alleen voor de legatarissen en de staat aan de beurt. Levenspartner in erfrechtelijke zin is overigens alleen degene die tenminste in de laatste drie jaar voor de dood van de erflater met hem in de gemeenschappelijke huishouding heeft geleefd.
Let op: Deze wettelijke regeling komt speciaal bij langdurige levensgemeenschappen meestal niet overeen met de wil van de overledene. Levenspartners zouden daarom altijd een testament moeten opstellen en idealiter met de wettelijke erfgenamen een uitgebreide regeling van de verdere erfopvolging overeenkomen. Gebeurt dit niet, dan gaan levenspartners leeg uit zodra er een verre verwant aanwezig is.
Geen wettelijke erfgenamen
De wettelijke erfopvolging treedt sowieso alleen in werking wanneer er geen geldige uiterste wilsbeschikking aanwezig is, wanneer deze niet het gehele vermogen omvat of wanneer erfgenamen de erfenis niet aanvaarden.
Is er in deze gevallen ook geen enkele wettelijke erfgenaam en geen levenspartner aanwezig, dan valt de nalatenschap toe aan de staat.
Nadelen van de wettelijke erfopvolging
De wettelijke erfopvolging heeft in veel gevallen duidelijke nadelen ten opzichte van een geldige uiterste wilsbeschikking.
Een nadeel is de willekeur. Zelfs wanneer er maar één kind aanwezig is, kan dit gelijktijdig met de ouders overlijden, bijvoorbeeld bij een auto-ongeluk. Dan gaat de erfenis naar verre verwanten of in het ergste geval naar de staat, hoewel de erflater dit geval liever anders had geregeld en goede vrienden had bedacht.
Een verder nadeel is dat de wettelijke erfopvolging alleen vermogensaandelen overdraagt. Dit leidt in zeer veel gevallen tot rechtsgeschillen over de correcte waardering van afzonderlijke vermogensonderdelen. Vaak moeten vervolgens het vermogen worden opgesplitst en woningen evenals waardevolle voorwerpen worden verkocht, omdat geen erfgenaam in staat is de anderen uit te betalen. Zo gaan gekoesterde herinneringen en familieverblijven verloren.
Een testament is daarom altijd de betere weg om de eigen nalatenschap te regelen.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Gerade bei der gesetzlichen Erbfolge entstehen häufig Unsicherheiten über die richtige Verteilung des Erbes. Eine rechtliche Vertretung sorgt dafür, dass Ihre Ansprüche gesichert und Streitigkeiten frühzeitig vermieden werden“