Verjaring
Verjaring
Veel mensen denken dat een erfaanspraak ‘voor altijd’ gewaarborgd is. In feite kent ook het Oostenrijkse erfrecht duidelijke termijnen: wie te lang wacht, riskeert het definitieve verlies van zijn aanspraken. Vooral bij het wettelijk erfdeel, bij legaten of bij vorderingen tot teruggave uit de nalatenschap kan verjaring een valkuil worden.
Verjaring van erfrechtelijke aanspraken
Wie een erfaanspraak heeft, moet niet te lang aarzelen. Het Oostenrijkse erfrecht kent namelijk duidelijke verjaringstermijnen:
Zodra een termijn is verstreken, kan een aanspraak, ongeacht de juridische grondslag, niet meer worden afgedwongen. Dat betreft zowel vorderingen tot een wettelijk erfdeel als legaten, erfrechtelijke vorderingen of schenkingen bij overlijden. Bijzonder problematisch is dat veel termijnen al beginnen te lopen voordat de betrokkenen überhaupt kennis hebben van hun recht.
Door de verjaring getroffen aanspraken
De regeling van § 1487a ABGB geldt in het bijzonder voor de volgende gevallen:
- Aanspraken op een wettelijk erfdeel en aanvullingen op het wettelijk erfdeel
- Legaten (vorderingen) en schenkingen bij overlijden
- Erfgoedclaims (bv. bij een gepasseerde wettelijke erfgenaam)
- Betwisting van testamentaire beschikkingen, voorwaarden of lasten
- Geldendmaking van een beter of gelijkwaardig erfrecht na aanvaarding van de erfenis
Ook het recht van de staat op onbeheerde nalatenschappen valt onder deze regeling.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Viele Betroffene glauben, ein Erbrecht sei zeitlich unbegrenzt durchsetzbar. Tatsächlich ist das Gegenteil der Fall: Wer zögert, riskiert den vollständigen Verlust“
Verjaringstermijnen
In het Oostenrijkse erfrecht gelden voor het geldend maken van erfrechtelijke aanspraken twee verschillende verjaringstermijnen: een korte termijn van drie jaar en een lange termijn van dertig jaar. Beide termijnen lopen naast elkaar en zijn van toepassing afhankelijk van de kennis en het tijdstip van overlijden. Wie aanspraken wil veiligstellen, moet daarom niet alleen weten of hij iets tegoed heeft, maar ook wanneer de betreffende termijn begint te lopen.
Korte termijn:
De korte verjaringstermijn van drie jaar begint zodra iemand op de hoogte is van de omstandigheden die zijn aanspraak rechtvaardigen. Deze begint ook te lopen als deze informatie met de nodige zorgvuldigheid had kunnen worden achterhaald.
Voorbeeld: Als een legataris pas twee jaar na het overlijden op de hoogte wordt gesteld van de inhoud van het testament, begint de termijn pas met deze kennis.
Lange termijn:
Deze lange termijn van dertig jaar begint met de dood van de overledene en loopt ongeacht of de rechthebbende van zijn aanspraak weet. Het is een absolute grens. Na het verstrijken ervan kan de vordering niet meer geldend worden gemaakt, zelfs niet als men er pas later kennis van krijgt of is misleid.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekRechtsgevolg van de verjaring
Een verjaarde vordering kan niet meer in rechte worden afgedwongen. De vordering bestaat dan alleen nog als een zogenaamde natuurlijke verbintenis, dat wil zeggen, ze blijft wel bestaan, maar is juridisch niet meer afdwingbaar.
Als vrijwillig wordt betaald, is de prestatie juridisch niet terugvorderbaar.
De rechtbank houdt niet ambtshalve rekening met de verjaring, het verweer moet door de tegenpartij worden aangevoerd.
Overgangsregeling
Deze verjaringstermijn is van toepassing op alle gevallen waarin de betreffende vordering op 1 januari 2017 nog niet was verjaard. In deze gevallen begint de driejarige kennisafhankelijke termijn opnieuw te lopen, ongeacht het tijdstip van overlijden.
Sebastian RiedlmairHarlander & Partner Rechtsanwälte „Auch vermeintlich alte Erbfälle können noch relevant sein, wenn man die Übergangsregelungen richtig deutet.“
Uw voordelen met juridische ondersteuning
- Onderzoek of de verjaring reeds is ingetreden of nog kan worden voorkomen
- Termijnberekening en bewijsborging
- Geldendmaking van openstaande vorderingen binnen de verjaringstermijnen
- Advies over schorsing, onderbreking of erkenning van vorderingen
- Vertegenwoordiging tegen verjaringsbezwaren van erfgenamen of rechthebbenden op een wettelijk erfdeel