Impugnatieklacht
Impugnatieklacht
De impugnatieklacht geeft de verplichte partij een effectief middel in handen om zich te verzetten tegen een executie, als bepaalde feiten de toewijzing van de procedure in de weg staan. Deze wordt relevant als de executerende schuldeiser, ondanks een overeenkomst, een uitstel of een afstand, de executie voortzet of als in het kader van een bevel tot staking wordt beweerd dat de verplichte partij een bevel tot staking heeft overtreden.
De juridische basis is te vinden in § 36 EO, die nauwkeurig vastlegt in welke gevallen de verplichte partij bezwaren kan indienen.
Grondslagen van de impugnatieklacht
In een executieprocedure onderzoekt de rechtbank bij het toestaan van de executie niet ambtshalve of de executerende schuldeiser mogelijk afstand heeft gedaan van het inleiden van de executie, of dat de verplichte partij de hem ten laste gelegde handeling daadwerkelijk heeft begaan. Deze vragen betreffen feiten die de verplichte partij kan aanvoeren en die niet automatisch in de toestemming tot executie worden opgenomen.
De impugnatieklacht dient derhalve als instrument om dergelijke feiten gerechtelijk te laten vaststellen. De verplichte partij dient de impugnatieklacht in wanneer hij de voorwaarden van de executie betwist. Hij verklaart dat de schuldeiser de vordering reeds heeft ontvangen. Hij voert aan dat de schuldeiser een uitstel van betaling is overeengekomen of dat hij het beweerde verbod tot nalaten niet heeft geschonden. De klacht is gericht tegen de „anlassexekution”, dus tegen de concrete uitvoering van de executie, niet tegen de executoriale titel zelf.
De impugnatieklacht is van bijzonder belang op het gebied van de bevel tot staking. Daar moet de executerende schuldeiser in de impugnatieprocedure bewijzen dat de verplichte partij de beweerde handeling daadwerkelijk heeft verricht. Pas deze controle zorgt ervoor dat een executietitel niet op een loutere bewering berust.
Partijen bij de impugnatieklacht
In het executierecht staan doorgaans twee partijen tegenover elkaar:
- de executerende schuldeiser, die de executie aanvraagt
- de verplichte partij, tegen wie de executie is toegewezen
Bij de impugnatieklacht blijft deze basisstructuur behouden, echter met omgekeerde rollen in de gerechtelijke procedure:
- Eiser is de verplichte partij, omdat hij de bezwaren tegen de executie geldend maakt.
- Gedaagde is de executerende schuldeiser, wiens executiestappen gecontroleerd moeten worden.
Daarmee wordt de executie niet ambtshalve gecorrigeerd, maar alleen dan, als de verplichte partij actief wordt en zijn rechten doorzet. De procedure is als een gewoon burgerlijk proces vormgegeven, waardoor de partijen hun standpunten uitgebreid moeten toelichten en bewijzen. De schuldeiser moet in de procedure aantonen dat zijn beweringen, die tot de executietitel hebben geleid, juist zijn.
Doel en werking impugnatieklacht
De impugnatieklacht beoogt de executie voor ontoelaatbaar te verklaren, voor zover de voorwaarden niet bestaan. Deze is niet gericht tegen de titel zelf, maar uitsluitend tegen de tenuitvoerlegging. Een toewijzend vonnis stelt daarom duidelijk dat de executie met betrekking tot de concrete vordering of de beweerde overtreding niet mag worden uitgevoerd.
De werking van de klacht is beperkt tot de betreffende executievoltrekking. De rechtbank beëindigt de executie voor zover de aangevoerde feiten de voltrekking belemmeren. De verplichte partij krijgt daarmee rechtszekerheid over de omvang waarin een executie toelaatbaar is en in welke niet.
Verloop van de procedure
De impugnatieklacht moet worden ingediend bij de rechtbank die de executie in eerste aanleg heeft toegewezen. Afhankelijk van de herkomst van de executietitel bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld bij arbeidsrechtzaken of onderhoudstitels. De klacht moet alle bezwaren bevatten die de verplichte partij op dat moment al kan aanvoeren. Dit beginsel komt overeen met de Eventualmaxime: alle relevante argumenten moeten tegelijkertijd worden aangevoerd, latere aanvullingen zijn uitgesloten.
In de procedure zelf onderzoekt de rechtbank uitsluitend die feiten die na de toestemming tot executie relevant zijn geworden of die de verplichte partij betwist. De rechtbank verklaart de executie voor ontoelaatbaar zodra zij de klacht toestaat. Zij heft de executoriale titel daarbij niet op. De rechtbank beschermt het materiële recht en corrigeert uitsluitend de concrete tenuitvoerlegging.
Peter HarlanderHarlander & Partner Rechtsanwälte „De impugnatieklacht beschermt de verplichte partij tegen een executie die op onjuiste of achterhaalde feiten berust.“
Uw voordelen met juridische ondersteuning
Een vertegenwoordiging door een advocaat zorgt ervoor dat alle bezwaren tijdig, volledig en formeel correct worden aangevoerd. Daardoor vermijdt u het verlies van belangrijke rechten, omdat de impugnatieklacht alle relevante feiten tegelijkertijd moet bevatten.
Een gespecialiseerd advocatenkantoor zorgt ervoor dat onterechte executiestappen snel worden beëindigd en uw rechtspositie helder en duurzaam gewaarborgd blijft.
- Waarborging van uw rechten en belangen
- Ondersteuning bij de handhaving van uw vorderingen
- Begeleiding tijdens de gehele procedure