Gedwongen tenuitvoerlegging in Oostenrijk
Gedwongen tenuitvoerlegging in Oostenrijk
De tenuitvoerlegging, in Oostenrijk “Exekution” genoemd, is de handhaving van een vastgestelde vordering (tot handelen, dulden of nalaten) van de gerechtigde tegen de schuldenaar door middel van staatsdwang (als executoriale titel). In de regel gaat het om de verwezenlijking van de in de succesvolle gerechtelijke procedure vastgestelde vordering van de eiser. Om ervoor te zorgen dat het verkregen positieve vonnis tegen de gedaagde ook kan worden geëffectueerd, dient de executieprocedure om de naleving van het vonnis (“titel”) “gedwongen” af te dwingen (vandaar ook “tenuitvoerlegging”).
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekExecutoriale titel
Voor de executie kunnen als executietitel dienen: gerechtelijke vonnissen, besluiten en uitspraken van bestuurs- en financiële autoriteiten (doorgaans vastgestelde betalingsverplichtingen uit civielrechtelijke beslissingen, maar kunnen ook afkomstig zijn van een bestuursorgaan of strafrechtbanken), evenals bepaalde notariële akten en andere titels opgesomd in § 1 EO.
Buitenlandse titels kunnen gelijkgesteld worden met Oostenrijkse, mits deze in het buitenland zijn opgesteld en op grond van een volkenrechtelijke overeenkomst of een rechtshandeling van de Europese Unie zonder afzonderlijke verklaring van uitvoerbaarheid ten uitvoer moeten worden gelegd (meer hierover onder Tenuitvoerlegging van buitenlandse titels).
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekSoorten executie
De EO voorziet in verschillende soorten executie om de vordering te innen. Hieronder volgt een korte uitleg:
Executie op roerende goederen (executie op het roerend vermogen)
Onder deze vorm van executie wordt verstaan de executie op roerende goederen, die dient om openstaande geldvorderingen te innen. De tenuitvoerlegging wordt hier uitgevoerd door een gerechtsdeurwaarder door beslaglegging op en verkoop van de roerende zaken.
Uitgesloten is echter de beslaglegging op bepaalde voorwerpen:
- Levensmiddelen,
- Huisdieren,
- Leermiddelen,
- Bedrijfsmiddelen,
- persoonlijke gebruiksgoederen
Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als de waarde van het in principe niet voor beslag vatbare object in vergelijking met een dergelijk object in het algemeen een hoge waarde vertegenwoordigt (bijv. een pelswinterjas in vergelijking met een gebruikelijke winterjas). In dat geval kan het waardevolle stuk een relatief hoge verkoopwaarde opleveren ten opzichte van de benodigde zaak (als beschermde, niet voor beslag vatbare zaak) en mag het worden geruild. Als de gerechtsdeurwaarder geen voor beslag vatbare objecten aantreft, moet de schuldenaar een vermogensverklaring afleggen.
Er kunnen bijzondere constellaties van rechten op de objecten bestaan:
- Indien voorwerpen in beslag worden genomen die niet aan de schuldenaar toebehoren, dient de eigenaar middels een vordering tegen de beslaglegging op te treden.
- Indien voorwerpen van de schuldenaar zich bij een andere persoon bevinden, kan de gerechtsdeurwaarder de derde vragen of deze de zaak afgeeft.
- Indien deze weigert, moet de schuldeiser zelf de zaak van de derde opeisen (beslaglegging op de vordering tot afgifte).
Vorderingenexecutie (executie op het roerend vermogen)
Bij deze executiesoort wordt de vordering die de verplichte heeft op een derde, door de schuldeiser overgenomen en daardoor de openstaande vordering voldaan.
De meest voorkomende vorm van vorderingsexecutie is hier de loon- en salarisexecutie. De executierechtbank geeft de werkgever hier een betalingsverbod. De werkgever mag het verschuldigde salaris (tot aan het bestaansminimum) niet meer aan de werknemer betalen, maar uitsluitend aan de schuldeiser. Tegenover de werknemer spreekt de executierechtbank een beschikkingsverbod uit. De werknemer mag dus niet beschikken over zijn loon- en salarisvordering jegens de werkgever.
Indien de vermogenssituatie van de verplichte verandert (met name bij voortdurende beslagleggingen zoals salarisvorderingen), kan de rechtbank het (niet-beslagbare vrijgestelde bedrag) te allen tijde aanpassen.
In de regel wordt de vordering geïncasseerd door middel van een overboeking. Maar het is ook mogelijk
- de verkoop
- de openbare veiling
- het dwangbeheer
van de vordering.
Uitgesloten is echter de beslaglegging op vorderingen van:
- Toelagen (bijv. van de arbeidsmarktdienst)
- Zorgtoeslag
- Huurtoeslagen
- Gezinstoelagen
- Ouderschapsverlofuitkering
- Studiebeurzen
Executie op onroerende goederen
Bij de executie op onroerende goederen staan de schuldeiser drie verschillende mogelijkheden ter beschikking om zijn geldvordering te voldoen:
- Gedwongen vestiging van pandrecht
De zekerheidsstelling van de vordering geschiedt door inschrijving van een hypotheek, een pandrecht of een opstalrecht voor de schuldeiser.
Er moet rekening mee worden gehouden dat hierbij nog geen directe voldoening van de schuldeiser wordt verschaft. Hij verkrijgt echter een zekerheidsrecht. De schuldeiser kan zich pas later door een verzoek bij de rechtbank een gedwongen beheer – of veiling door de gedwongen beslaglegging verschaffen. Als de schuldeiser al eerder een (contractueel) pandrecht bezat, wordt onmiddellijk de aantekening van de tenuitvoerlegging ingeschreven. Dat betekent:
- Indien de schuldenaar niet betaalt, kan de schuldeiser onmiddellijk executeren.
- Ook in geval van een andere belasting van het perceel door de schuldenaar of zelfs een verkoop, heeft de schuldeiser zijn recht in een openbaar register zekergesteld.
- Een nieuwe eigenaar is op de hoogte van de mogelijkheid van een gedwongen veiling of tenuitvoerlegging van het perceel.
- De schuldeiser heeft voorrang op andere schuldeisers die naderhand nog vorderingen op het perceel doen gelden.
2. Dwangbeheer
De zekerheidsstelling van de vordering geschiedt door het voortdurende gebruik van het onroerend goed en de daardoor behaalde winst, die wordt aangewend ter dekking van de geldvordering.
Voor het gedwongen beheer wordt een persoon door de rechtbank aangesteld. De gedwongen beheerder is ervoor verantwoordelijk dat in plaats van de schuldenaar de inkomsten naar de schuldeiser vloeien.
3. Gedwongen veiling
De vordering wordt zekergesteld door de veiling van het onroerend goed. Bij de gedwongen veiling treedt onmiddellijke voldoening op door de verkoop van het onroerend goed, waardoor de schuldeiser de opbrengst in geld ontvangt.
Natura-executie
Onder de natuurlijke executie vallen verschillende soorten executie, zoals de executie tot het bewerkstelligen van handelingen (zoals ontruimingsexecutie), gedogen en nalaten (zoals voor de handhaving van teruggave- of prestatievorderingen). Hierbij wordt de verschuldigde handeling door uitoefening van onmiddellijke dwang geëffectueerd, bij bepaalde natuurlijke executies door het opleggen van dwangsommen.
Teruggavevorderingen moeten door de gerechtsdeurwaarder worden geëffectueerd. Als het terug te geven object noch bij de verplichte, noch bij een derde kan worden veiliggesteld, kan de schuldeiser een vordering tot schadevergoeding wegens niet-nakoming indienen.
Als een object moet worden ontruimd (bijv. een huurhuis), geldt de executoriale titel tegen allen die van de verplichte een recht afleiden (als ook familieleden). Bezit een andere persoon zijn recht echter onafhankelijk van de verplichte (bijv. een eigen huurovereenkomst), dan treft de werking van de executoriale titel deze niet.
Indien de zaak in gemeenschappelijk eigendom is met andere personen, kan ofwel een verdeling van de zaak zelf plaatsvinden, ofwel, via een verkoop, de respectievelijke vordering aan de overige (mede-)eigenaars worden uitbetaald.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekBevoegde rechtbank
Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de materiële en de territoriale bevoegde rechtbank.
Materiële bevoegdheid
Zakelijk bevoegd voor de executieprocedure in eerste aanleg zijn altijd de algemene districtsrechtbanken.
Territoriale bevoegdheid
De plaatselijke bevoegdheid is in principe gebaseerd op de algemene bevoegdheid van de verplichte. Bij natuurlijke personen wordt daarom de gewone verblijfplaats, bij rechtspersonen bijvoorbeeld de zetel van de onderneming, gebruikt. Heeft de verplichte geen algemene bevoegdheid in het binnenland (Oostenrijk), dan kan die arrondissementsrechtbank worden gebruikt in wiens district zich het roerende vermogen bevindt waarop de executie moet worden uitgevoerd.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekKosten en vergoedingen
De advocaatkosten in de executieprocedure worden bepaald door de Rechtsanwaltstarifgesetz (RATG). De gerechts- en uitvoeringskosten zijn gebaseerd op de Gerichtsgebührengesetz (GGG) en de Vollzugsgebührengesetz (VGebG). Als berekeningsgrondslag wordt in de regel de hoogte van de te innen (hoofd-)vordering gebruikt.
Bij toewijzing van kosten worden deze advocaat- en gerechtskosten als verdere (kosten)vordering aan de lopende executieprocedure ten grondslag gelegd en door de gerechtsdeurwaarder geïnd.
Kortom: de schuldeiser moet de kosten van de executieprocedure weliswaar voorschieten. Bij verhaalbaarheid draagt de schuldenaar echter uiteindelijk de gerechtskosten en de kosten van de rechtsvertegenwoordiging.
Kies nu uw gewenste afspraak:Gratis eerste gesprekOptreden tegen een executietitel
Aangezien in de gerechtelijke procedure reeds de inhoudelijke vordering van de schuldeiser is vastgesteld, kan men als verplichte niet meer ingaan tegen de principiële rechtmatigheid van de tenuitvoerlegging van de inhoud daarvan. Dat zou veeleer een kwestie zijn van de rechtsmiddelen in de gerechtelijke procedure (zogenaamde erkenningsprocedure, in vergelijking met de aansluitende executieprocedure).
Men kan echter wel optreden tegen de executieprocedure als zodanig (dus de wijze of de verdeling uit de tenuitvoerlegging).
- Bezwaar
Met het beroep kan tegen een bepaalde maatregel in de executieprocedure worden opgekomen. Een beroep is een rechtsmiddel om tegen een beslissing van de rechtbank op te komen.
In het bijzonder kan tegen dergelijke over
- de executie van stopzetting, opschorting, voortzetting van executies,
- onroerende goederen of
- vergunningen alsook
- over geldboetes, hechtenis en
- beschikkingsprocedures
middels een hoger beroep worden opgetreden.
Uitgesloten is het hoger beroep over:
- Kosten
- Procesbijstand
- Deskundigenhonoraria
- Indien het voorwerp van de beslissing onder de €5000 ligt
2. Verzet
Als men tegen een vonnis opkomt, mogen in principe geen nieuwe feiten als argumenten worden aangevoerd. Dat is gebaseerd op het onderscheid tussen gerechtelijke procedures en rechtsmiddelen. Als men ook achteraf nog verdere nieuwe feiten zou kunnen aanvoeren, zou een rechtsmiddel als een tweede gerechtelijke procedure werken. Wat in de beroepsprocedure nog verboden is, is in het kader van het verweer toegestaan. In uitzonderlijke gevallen kunnen nieuwe feiten worden aangevoerd.
Het verzet dient met name voor een optreden tegen de verdeling van de opbrengsten of een gebrek in de gedwongen veiling.
Middels het verzet kan ook de schuldeiser optreden tegen de verdeling van de bedragen, de hoogte of de rang van de aangemelde vorderingen.
3. Voorstelling
Als een beslissing tot tenuitvoerlegging is genomen door een griffier (in plaats van een rechter) (in de regel bij zuivere geldvorderingen), kan met het rechtsmiddel van de voorstelling daartegen worden opgekomen. Net als het beroep wordt een maatregel van de tenuitvoerlegging aangevochten. De zaak wordt nu door een rechter gecontroleerd.
4. Klacht
Indien men de wijze van de executiehandeling als ambtshandeling wil betwisten, kan men een klacht indienen bij de executierechter.
De klacht wordt onderscheiden in:
- De uitvoeringsklacht, die kan worden aanvaard indien de tenuitvoerlegging in strijd is met de wet of een instructie schendt
- De toezichtklacht, indien de uitvoering volledig is geweigerd of vertraagd
5. Bezwaar
Een bezwaar kan informeel door de verplichte worden ingediend, indien:
- De executietitel inclusief bevestiging van de uitvoerbaarheid ontbreekt
- De gegevens in de executietitel niet overeenstemmen met die in het verzoek
Daaruit volgt dat de schuldeiser binnen een termijn van vijf dagen een verbetering van de gegevens resp. van de titel moet voorleggen om effectief te kunnen executeren. Anders moet de executieprocedure (ook reeds uitgevoerde akten) worden stopgezet. De schuldeiser kan zelfs schadeplichtig worden als de verplichte daardoor vermogensnadelen heeft geleden.
6. Tijdelijke onderbreking van de tenuitvoerlegging
In principe kan geen onderbreking van de executieprocedure worden bereikt. Ook de rechtsmiddelen (beroep, bezwaar etc.) stoppen de procedure niet in haar huidige stand.
Wordt een uitstel uitgesproken, blijven in principe de reeds uitgevoerde akten van kracht. Een uitzondering op dit beginsel doet zich echter voor wanneer de verplichte
- daaruit een moeilijk te vervangen nadeel zou ondervinden en
- hij volledige zekerheid kan stellen voor de voldoening van de vordering (die ten uitvoer moet worden gelegd).
Daarnaast moeten echter nog verdere voorwaarden aanwezig zijn, die zich in het bijzonder voordoen bij de bestrijding van de executoriale titel op zich (§42 EO). Dat betekent dat niet alleen tegen de gang van zaken van de tenuitvoerlegging(shandlung), maar ook tegen het gerechtelijk vonnis wordt opgekomen. De titel, die de tenuitvoerleggingsautoriteiten pas machtigt om executiehandelingen te verrichten, moet worden opgeheven. Bovendien mogen de belangen van de schuldeiser niet in gevaar worden gebracht. Dat vloeit voort uit de verdere voorwaarde, een gewogen belangenverdeling en de zekerheidsstelling, dat het verzoek van de verplichte niet kansloos mag zijn.
Is in de tussentijd reeds een voldoening van de schuldeiser ingetreden of werd een uitstel overeengekomen, moet ook de tenuitvoerleggingsautoriteit van de executie afzien (“inhouding”). Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor het omgekeerde geval van het faillissement van de verplichte.
Vragen over de verdelingsvordering
- Mijn grondstuk is aan een gedwongen beheerder overgelaten. Krijg ik het nu nooit meer terug?
Toch wel. U krijgt uw grondstuk terug als alle vorderingen op andere wijze konden worden voldaan of als een stopzettingsbesluit van de rechtbank wordt uitgevaardigd (bijv. als de executoriale titel ongeldig is verklaard of u een andersluidende schikking heeft getroffen).
2. Ik woon op het grondstuk dat nu gedwongen wordt beheerd. Moet ik met mijn gezin verhuizen?
Nee. Gedurende de duur van het gedwongen beheer moet u en uw gezin een afgescheiden wooneenheid op het grondstuk ter beschikking worden gesteld. Deze omvat echter alleen onmisbare woonruimtes. Mocht u verdere ruimtes hebben gebruikt, dan moeten deze gedurende die tijd aan de gedwongen beheerder ter beschikking worden gesteld.
3. Mijn grondstuk moet gedwongen worden geveild. Wat kan ik er nog tegen doen?
Bestaan de vorderingen van de schuldeiser terecht, dan heeft hij in principe het recht om een gedwongen veiling in te leiden. Tot aan het begin van de veiling kunt u echter nog proberen om met deze een overeenkomst te bereiken. Een andersoortige betalingsovereenkomst kan een uitstel van de veilingprocedure bewerkstelligen.
Dien tijdig een dergelijke overeenkomst met bewijs bij de rechtbank in, dan wordt het zogenaamde uitstelverzoek bewilligd, zonder dat verdere voorwaarden aanwezig hoeven te zijn.
De procedure van de gedwongen veiling kan daarna ook pas na afloop van drie maanden weer worden hervat. Vergaan er twee jaar zonder dat een voortzetting wordt aangevraagd, dan moet de executie door de rechtbank in zijn geheel worden stopgezet.